20 augustus 2015Geen toepassing nultarief btw bij gebrekkig bewijs intracommunautaire levering

Een leverancier van grondverzetmachines heeft niet aannemelijk gemaakt dat het nultarief terecht is toegepast op afhaaltransacties met een Belgische afnemer. 

Fiscale eenheid A levert onder andere grondverzetmachines. In 2013 heeft de Belastingdienst een boekenonderzoek verricht bij A, omdat zij op een aantal leveringen in 2012 het nultarief had toegepast. A heeft op vier facturen 0% btw berekend voor de leveringen van machines aan de Belgische afnemer X, die de machines heeft laten afhalen door een transporteur (zogeheten afhaaltransacties). Als bewijs voor de toepassing van het nultarief beschikt over A een drietal (gebrekkige) vervoersverklaringen en een (niet volledig ingevulde) CMR-vrachtbrief. Van de laatste levering heeft A geen bescheiden. A heeft het btw-identificatienummer van X geverifieerd. X heeft in België geen intracommunautaire verwervingen aangegeven en is in juni 2012 failliet gegaan. De inspecteur van de Belastingdienst is van mening dat uit de boeken en bescheiden van A op geen enkele wijze blijkt dat de machines naar België zijn vervoerd, zodat A onterecht het nultarief heeft toegepast. Om die reden heeft de inspecteur een naheffingsaanslag opgelegd. A meent echter dat zij voldaan heeft aan de van haar vereiste zorgvuldigheid en is daarom in het verweer gekomen tegen de naheffing. 

Rechtbank Noord-Nederland overweegt in deze zaak dat de leverancier aannemelijk moet maken dat het nultarief terecht is toegepast. Bij afhaaltransacties is de leverancier echter beperkt in zijn mogelijkheden om het bewijs te leveren dat de goederen fysiek Nederland hebben verlaten. Daarom geldt in dat geval dat als de afnemer uiting heeft gegeven aan zijn met objectieve gegevens ondersteunde voornemen om de goederen naar een andere lidstaat te vervoeren en zich kenbaar heeft gemaakt met zijn identificatienummer, het de leverancier vrijstaat om zijn levering te beschouwen als een intracommunautaire levering, zo leidt de rechtbank onder andere af uit het Euro Tyre-arrest. In casu heeft A naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat het nultarief terecht is toegepast. A kan evenmin een beroep doen op beleid van de staatssecretaris inzake de toepassing van het nultarief, aangezien de aanwezige vervoersverklaringen gebrekkig zijn en A niet aannemelijk heeft gemaakt dat X een vaste afnemer is. De btw is terecht nageheven.

Deze uitspraak laat opnieuw zien dat het van groot belang is om als leverancier zorgvuldig te werk te gaan bij de toepassing van het nultarief, zeker indien het afhaaltransacties betreft. Laat de leverancier de vereiste zorgvuldigheid na, zoals in deze zaak, dan riskeert hij een naheffing van 6/21% btw uit de in rekening gebrachte vergoeding plus een boete en rente. Zie