2 juli 2014Geen teruggaaf ten onrechte berekende btw over deelbetalingen betalingsregeling

Een btw-ondernemer die ten onrechte btw op een factuur vermeld is deze btw op grond van art. 37 Wet OB verschuldigd. Deze zogenoemde ‘art. 37-btw’ kan op grond van het beleid bij de fiscus worden teruggevraagd indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Dat hieraan niet zomaar is voldaan laat een recente uitspraak van Hof Den Bosch zien. 

In deze uitspraak gaat het om een financieel dienstverlener op 17 juli 2009 vorderingen en aanspraken heeft verkregen op een aantal vennootschappen en natuurlijke personen, waaronder D B.V. In verband met de afwikkeling van de vorderingen op D B.V. heeft de dienstverlener op 1 september 2009 een overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst is ter finale kwijting een betalingsregeling met D B.V. getroffen waarbij een betalingsschema voor deelbetalingen ter aflossing van de vorderingen en aanspraken is vastgelegd, alsmede dat alle betalingen vermeerderd worden met 19% btw.

Naar aanleiding van deze betalingsregeling heeft de dienstverlener facturen uitgereikt en hierop ruim € 72.000 btw in rekening gebracht. De meeste van deze facturen zijn onbetaald gebleven. De dienstverlener heeft verklaard dat nadat geconstateerd is dat ten onrechte btw in rekening was gebracht creditfacturen zijn uitgereikt en nieuwe facturen zijn uitgereikt voor hetzelfde bedrag maar dan zonder btw. In de administratie zijn alleen de gecorrigeerde facturen opgenomen. D B.V. heeft echter aan de inspecteur verklaard geen creditfacturen en gecorrigeerde facturen te hebben ontvangen. In 2010 heeft de inspecteur een boekenonderzoek ingesteld bij de dienstverlener en ruim € 72.000 aan btw nageheven en tevens een boete van 50% opgelegd. In bezwaar is de boete verminderd tot 25% van de nageheven btw. D B.V. is per 10 april 2012 failliet verklaard.

In navolging van Rechtbank Breda oordeelt Hof Den Bosch dat de aflossingen geen prestaties zijn en dat de btw ten onrechte aan D B.V. is berekend. Niettemin is deze btw verschuldigd op grond van art. 37 Wet OB. Niet aannemelijk is dat de dienstverlener creditfacturen zonder btw aan D B.V. heeft verzonden noch dat de dienstverlener het gevaar voor verlies van belastinginkomsten (lees: de btw-aftrek door D B.V.) tijdig en volledig is uitgeschakeld, terwijl D B.V. ondernemer is zodat zij in beginsel recht heeft op btw-aftrek. Omdat de inspecteur de ‘art. 37-btw’ op grond van het beleid zowel bij de opsteller van de factuur als de ontvanger van de factuur kan naheffen, heeft de inspecteur niet in strijd met het beleid gehandeld door de btw van de dienstverlener na te heffen. Het beroep van de dienstverlener om teruggaaf van de ‘art. 37-btw’ op grond van art. 29 Wet OB (teruggaaf btw bij niet betaling vergoeding) slaagt evenmin, omdat dit artikel niet van toepassing is op ‘art. 37-btw’. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd. Ook de boete acht het hof passend en geboden, maar het hof volgt de rechtbank in de vermindering van de boete met 5% in verband met de overschrijding van de redelijke beslistermijn.

Voor meer informatie over de voorwaarden voor herziening van ‘art. 37-btw’ zie 14.3.??

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op