25 maart 2013Geen recht op teruggaaf bij verzoek door onjuiste onderdeel fiscale eenheid

Een werkmaatschappij die tot een fiscale eenheid voor de btw behoort, heeft in 2002 en 2003 facturen uitgereikt, die onbetaald zijn gebleven. In 2005 is de werkmaatschappij uit de fiscale eenheid getreden en in november 2007 is de fiscale eenheid geheel verbroken. In december 2007 en juni 2008 zijn op naam van de fiscale eenheid teruggaafverzoeken van (door de fiscale eenheid verschuldigde) btw gedaan vanwege oninbaarheid van de vorderingen. In geschil is of de teruggaafverzoeken tijdig en door de juiste ondernemer zijn ingediend. 

In haar conclusie gaat A-G Van Hilten allereerst in op de vraag of de teruggaafverzoeken tijdig zijn ingediend. Een teruggaafverzoek in geval van niet-betaling dient namelijk te worden ingediend bij de aangifte over het tijdvak waarin is vast komen te staan dat de vergoeding (gedeeltelijk of geheel) niet zal worden ontvangen. Bij de vaststelling van dit tijdstip bestaat een zekere beoordelingsmarge, maar het teruggaafverzoek dient uiterlijk te worden ingediend bij de aangifte over het tijdvak waarin de betaling niet meer in rechte van de afnemer kan worden gevorderd. In casu zijn volgens de A-G niet alle teruggaafverzoeken te laat ingediend, omdat tussen partijen vast lijkt te staan dat sommige vorderingen pas eind 2007 oninbaar zijn geworden, waardoor het middel in zoverre slaagt. 

Vervolgens gaat de A-G in op de vraag of de teruggaafverzoeken door de juiste afnemer zijn ingediend. Zij meent dat het in beginsel de fiscale eenheid is die recht heeft op teruggaaf, omdat deze de btw in 2002 en 2003 verschuldigd is geworden. Nu de fiscale eenheid echter verbroken is, komt het haar voor dat de teruggaaf na deze verbreking is weggelegd voor het onderdeel van de fiscale eenheid tot wiens bedrijfsvermogen de vorderingen op de in gebreke blijvende afnemers behoren. In casu is dit de werkmaatschappij. De A-G concludeert dan ook dat in eerdere aanleg terecht is geoordeeld dat de teruggaafverzoeken zijn ingediend door een ondernemer die geen recht op de teruggaven had. Zij adviseert de Hoge Raad het beroep ongegrond te verklaren. 

Zie 4.14 voor meer informatie over teruggaaf bij niet-betaling door de afnemer.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op