13 juni 2017Geen recht op btw-aftrek ter zake van Nationale Entertainmentcard

Rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat X geen recht heeft op btw-aftrek voor haar activiteiten met betrekking tot de Nationale Entertainmentcards, omdat deze kaarten kwalificeren als ‘andere handelspapieren’ in de zin van art. 11, lid 1, onderdeel j, 2o, Wet OB.

De stichting X houdt zich bezig met het uitgeven, distribueren en afwikkelen van de Nationale Entertainmentcard (hierna: NEC). De NEC is een plastic kaart met een chip waarop een tegoed kan worden geregistreerd. X sluit overeenkomsten met distributeurs waarbij zij hen de blanco NEC’s om niet verstrekt. Consumenten kunnen een NEC kopen op de website van eiseres of bij de distributeurs en daarbij kiezen om de kaart op te waarderen met een bedrag tussen de € 5 en € 150. Wanneer een NEC bij een distributeur wordt gekocht, wordt er bij aankoop het bedrag aan de distributeur betaald en waardeert de distributeur de blanco NEC met behulp van zijn kassa-apparatuur. De distributeur betaalt deze ontvangen vergoeding dan – na aftrek van een provisie – aan X. De houder van de NEC kan deze gebruiken als betaalmiddel voor de aanschaf van producten en diensten bij entertainmentaanbieders. X betaalt periodiek het afgewaardeerde bedrag aan de entertainmentaanbieders uit onder inhouding van een provisie. Onder voorwaarden kan een NEC ook bij het hoofdkantoor van X worden ingewisseld voor contant geld. In mei 2012 richt X een entiteit op die kwalificeert als een vrijgestelde elektronische geldinstelling in de zin van de Wft. Deze entiteit neemt de verplichtingen omtrent de NEC’s over van X.

X heeft in de jaren 2008 t/m 2012 geen btw voldaan over de provisie die zij aan de entertainmentaanbieders in rekening heeft gebracht. Wel heeft zij de btw die haar in rekening is gebracht voor de NEC’s volledig als voorbelasting in aftrek gebracht. Aan X worden naheffingsaanslagen opgelegd met heffingsrente en boetes. Het bezwaar tegen de naheffingsaanslagen is afgewezen, met uitzondering van die voor het jaar 2012. Die naheffingsaanslag, alsmede de corresponderende heffingsrente en boete zijn verminderd. Bij de rechtbank is in geschil of X recht heeft op aftrek van voorbelasting voor haar activiteiten met betrekking tot de NEC’s.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de NEC naar zijn aard als betaalmiddel voor specifieke goederen en diensten is, aangezien een houder van een NEC die tegen de nominale waarde bij entertainmentaanbieders kan gebruiken voor de (gedeeltelijke) betaling voor bepaalde goederen en diensten. Het gebruik van een NEC leidt verder tot geldoverdracht, namelijk van eiseres aan de entertainmentaanbieder waarbij een NEC is gebruikt. De NEC kwalificeert als een ‘ander handelspapier’ als bedoeld in de vrijstelling van art. 11, lid 1, onderdeel j, 2o, Wet OB. Daarnaast wordt het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen, omdat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van gelijke gevallen met de ‘multi purpose telefoonkaarten’. Het beroep van X wordt ongegrond verklaard. De boetes worden verlaagd, omdat de redelijke termijn met ruim anderhalf jaar is overschreden.

[Let op-teken] Ook de verkoop van cadeaubonnen is vrijgesteld van de btw, omdat deze kwalificeren als ‘waardepapier’ in de zin van art. 11, lid 1, onderdeel i, 2o Wet OB. Kortingskaarten en kortingszegels vallen niet onder de vrijstelling en zijn dus btw-belast, omdat deze geen nominale waarde hebben en niet inwisselbaar zijn voor geld of producten (vergelijk HvJ EU 12 juni 2014, nr. C-461/12 Granton Adveritsing).

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op