30 augustus 2017Geen recht op btw-aftrek op basis van herziening door wijziging van gebruik voor niet-economische activiteiten naar belast gebruik

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat bij een wijziging van gebruik van overheidshandelen c.q. niet-economische activiteiten naar belast gebruik niet alsnog een recht op aftrek ontstaat. Het betrokken goed is niet met het oog op een economische activiteit aangeschaft.

Een gemeente heeft in 2006 en 2007 vier gymnastieklokalen in gebruik genomen die deel uitmaken van multifunctionele accommodaties. Deze accommodaties bieden ook onderdak aan onderwijsinstellingen en andere voorzieningen. De gymnastieklokalen worden vanaf eerste ingebruikneming voor de gemeente voor 40% om niet ter beschikking gesteld aan onderwijsinstellingen voor bewegingsonderwijs en voor 60% tegen vergoeding aan sportverenigingen. De gemeente heeft ter zake van de bouw van de multifunctionele accommodaties geen voorbelasting in aftrek gebracht. In 2009 is de gemeente met de inspecteur overeengekomen dat zij de gymnastieklokalen tegen vergoeding aan onderwijsinstellingen ter beschikking stelt, gevolgd door een subsidieverstrekking ter grootte van de vergoeding (een kasrondje). Hierdoor kan de in rekening gebrachte btw van de sportaccommodaties aan belaste prestaties worden toegerekend. De gemeente heeft het kasrondje per 1 januari 2010 ingevoerd. In 2010 heeft de gemeente een teruggaafverzoek ingediend voor de jaren 2006 t/m 2009. De inspecteur heeft het verzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, maar heeft ambtshalve een teruggaaf verleend van 60% van de voorbelasting op de bouw van de gymnastieklokalen. Voor zover de gymnastieklokalen om niet ter beschikking zijn gesteld, bestaat er geen recht op aftrek van voorbelasting. Over het tijdvak december 2012 is aan de gemeente een teruggaaf verleend conform de ingediende aangifte. In verband met de in 2010 ingevoerde kasrondje heeft de gemeente een aanvullende teruggaafverzoek ingediend wegens herziening van de op de bouw drukkende voorbelasting. Het bezwaar wordt afgewezen. Ook het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. In hoger beroep is in geschil of de gemeente recht heeft op de aanvullende teruggaaf van de resterende 40%.

Voor het recht op aftrek van voorbelasting is de hoedanigheid van gemeente op het tijdstip van de aanschaf van het goed van belang. Uit het arrest HvJ Waterschap Zeeuws-Vlaanderen volgt dat enkel belastingplichtigen die als zodanig handelen op het tijdstip waarop het goed is aangeschaft, voor dat goed recht op aftrek hebben en de verschuldigde of voldane btw over dat goed in aftrek mogen brengen indien zij het voor belaste handelingen gebruiken. Een niet-belastingplichtige heeft daarentegen geen recht op aftrek van betaalde btw, omdat de handelingen van deze persoon niet binnen de werkingssfeer van de btw vallen. Door het oprichten van de multifunctionele accommodaties voorziet de gemeente de basisscholen van huisvesting en door het bouwen van gymnastieklokalen wordt het mogelijk gemaakt om bewegingsonderwijs te geven voor de leerlingen van de basisscholen. De gemeente heeft in dit kader gehandeld als overheid en niet als belastingplichtige, omdat de Wet op het primair onderwijs bepaalt dat de gemeente op haar grondgebied zorg draagt voor de voorzieningen in de huisvesting voor basisonderwijs. Nu de gemeente de gymnastieklokalen vanaf de eerste ingebruikneming deels tegen vergoeding ter beschikking heeft gesteld aan derden, geldt dat zij de gymnastieklokalen mede als belastingplichtige heeft opgericht en gebruikt. Voor belastingplichtigen geldt dat zij ervoor kunnen kiezen een investeringsgoed aan hun ondernemingsvermogen toe te rekenen voor zover zij daarmee belastbare handelingen gaan verrichten. Echter, publiekrechtelijke lichamen hebben deze keuzevrijheid niet voor investeringsgoederen die zij gebruiken voor overheidshandelingen (waaronder bewegingsonderwijs). Het hof oordeelt dat het later genomen besluit van de gemeente om de gymnastieklokalen tegen vergoeding aan de basisscholen ter beschikking te stellen, geen recht op aftrek op grond van de herzieningsregels doet ontstaan. Dit is niet in strijd met het neutraliteitsbeginsel, omdat dit eenmaal voortvloeit uit het btw-systeem en de jurisprudentie. De gemeente kon bij de oprichting van de gymnastieklokalen er niet voor kiezen deze geheel aan haar ondernemingsvermogen toe te rekenen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

 Het hof heeft onzes inziens terecht geoordeeld dat de gemeente geen recht heeft op aftrek van voorbelasting ten aanzien van de betaalde btw die ziet op de gymnastieklokalen die om niet aan de basisscholen ter beschikking worden gesteld en pas in 2010 voor btw-belaste prestaties worden gebruikt. Voor de btw kwalificeert een prestatie om niet als een niet-economische activiteit. Van herziening is slechts sprake als een wijziging plaatsvindt in het belast gebruik en het vrijgesteld gebruik. Daar was in casu geen sprake van. De herzieningsregels strekken zich ertoe de berekeningsmethode van de oorspronkelijke aftrek vast te leggen en kan derhalve geen aftrekrecht in het leven roepen. Ook zijn wij het eens met het oordeel van het hof dat overheidslichamen niet kunnen/konden etiketteren.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op