6 april 2017Geen recht op aftrek van btw bij geen ondernemerschap

Op grond van art. 9 btw-richtlijn is btw-ondernemer: “eenieder, die ongeacht welke plaats, zelfstandig economische activiteiten verricht, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die activiteit”. Wanneer iemand die geen btw-ondernemer is toch btw in rekening brengt dan is deze voor de afnemer niet aftrekbaar, zo blijkt uit een recente uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Een eenmansondernemer heeft werkzaamheden laten verrichten door zijn partner. Deze partner heeft een eenmanszaak waarvan de bedrijfsactiviteiten bestaan uit het schrijven en corrigeren van teksten en het verrichten van vertalingen. De eenmansondernemer heeft facturen van zijn partner ontvangen en de btw hierop in aftrek gebracht. De inspecteur heeft deze btw nageheven. In geschil is of dit terecht is. De rechtbank heeft de eenmansondernemer in het ongelijk gesteld. Deze uitspraak is niet gepubliceerd.

Het hof heeft geoordeeld dat de partner voor haar werkzaamheden aan de eenmansondernemer niet als btw-ondernemer heeft gehandeld, omdat geen sprake is van zelfstandig optreden in het economische verkeer. Het hof acht hiervoor van belang dat de partner slechts één grote opdrachtgever heeft, de eenmansondernemer, waardoor zij niet de risico’s loopt die een zelfstandig handelende ondernemer loopt. Verder is niet gebleken dat de partner reclame maakt voor haar bedrijf of op zoek is naar nieuwe opdrachten. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de partner investeringen heeft gedaan of zich anderszins financieel jegens derden heeft verbonden ten behoeve van haar bedrijf. Daarnaast is sprake van optreden binnen een beperkte, niet-economische, kring. Verder heeft de eenmansondernemer verklaard dat zijn partner werkzaamheden van ondersteunende aard heeft verricht, waardoor het niet aannemelijk is dat de partner deze werkzaamheden naar eigen inzicht heeft kunnen verrichten. Dit betekent dat de partner ten onrechte btw in rekening heeft gebracht. Deze btw is de partner op grond van art. 37 Wet OB verschuldigd en mag de eenmansondernemer niet in aftrek brengen.

 Indien een echtgenoot, echtgenote of partner een eenmansonderneming drijft, komt het vaak voor dat een echtgenoot, echtgenote of partner een handje helpt. Het gebeurt echter niet zo vaak dat hiervoor, zoals in deze zaak, meer dan € 40.000 in rekening wordt gebracht. Deze uitspraak laat zien dat niet te snel btw-ondernemerschap moet worden aangenomen voor het verrichten van werkzaamheden tegen vergoeding aan een echtgenoot, echtgenote of partner. Het btw-ondernemerschap is ruim, maar vereist wel een optreden in het economisch verkeer. Hiervoor is meer nodig dan het sec verrichten van ondersteunende werkzaamheden aan de eenmanszaak van een echtgenoot, echtgenote of partner. Hoewel de btw-aftrek in deze zaak terecht is nageheven, kan de eenmansondernemer de onverschuldigd betaalde btw nog wel terugkrijgen. Zijn partner kan de ten onrechte in rekening gebrachte btw, de zogenoemde ‘art. 37-btw’, namelijk terugvragen bij de Belastingdienst indien zij de berekening van btw op de facturen corrigeert (zie 14.3). Dit terugontvangen btw-bedrag kan zij vervolgens terugbetalen aan de eenmansondernemer. Voor meer informatie over btw-ondernemerschap zie 1.1 (handboek).

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op