11 augustus 2015Geen naheffing mogelijk voor te laat ingediende, maar toegekende btw-teruggaaf zonnepanelen

Voor een te laat ingediende, maar toegekende teruggaaf van btw op zonnepanelen is geen naheffing mogelijk op grond van het vertrouwensbeginsel. 

Een particulier heeft in 2012 zonnepanelen gekocht en daarvoor een factuur met € 1.269 btw ontvangen met factuurdatum 15 mei 2012. Op 20 juni 2013 heeft het HvJ in het Fuchs-arrest beslist dat de exploitatie van zonnepanelen een economische activiteit is. Per brief met dagtekening 8 augustus 2013 is verzocht om registratie als btw-ondernemer en is verzocht om teruggaaf van btw. Op 11 oktober 2013 is de particulier met terugwerkende kracht tot 20 juni 2013 geregistreerd als btw-ondernemer en is de particulier uitgenodigd tot het doen van aangifte voor de perioden vanaf 11 september 2013. Op 18 november 2013 heeft de particulier zijn verzoek om teruggaaf herhaald. Op 29 november 2013 is de btw-aangifte ingediend en een kopie van de factuur als bijlage gevoegd. Per brief met dagtekening 12 december 2013 heeft de inspecteur aangegeven dat hij voornemens is om geen btw-teruggaaf te verlenen, omdat de investering is gedaan voor 1 april. Met dagtekening 20 december 2013 wordt de teruggaaf bij beschikking verleend. Vervolgens is deze teruggaaf nageheven. In geschil is of dit terecht is. 

In deze zaak is door Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de teruggaaf ten onrechte is verleend. De particulier had vóór 1 juli 2012 moeten verzoeken om een uitnodiging tot het doen van aangifte, maar heeft dit pas op 8 augustus 2013 gedaan. Dit betekent dat dit verzoek te laat is ingediend. Omdat de teruggaafbeschikking ten onrechte is afgegeven mocht de inspecteur deze teruggaaf naheffen. Het beroep van de particulier op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat niet is gebleken dat er mededelingen zijn gedaan of handelingen zijn verricht of nagelaten waaraan de particulier het vertrouwen mocht ontlenen dat geen naheffingsaanslag zou volgen, zo oordeelde de rechtbank. 

In hoger beroep oordeelt Hof Den Haag in deze zaak dat de rechtbank met juistheid heeft beslist dat de teruggaafbeschikking ten onrechte is gegeven en de inspecteur een naheffingsaanslag mocht opleggen. Anders dan de rechtbank is het hof echter van oordeel dat de inspecteur, door het opleggen van een naheffingsaanslag, heeft gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel. De particulier heeft namelijk uitdrukkelijk en gemotiveerd verzocht om teruggaaf van de btw op de zonnepanelen en heeft hierover telefonisch gesproken met de inspecteur, die tijdens het gesprek de indruk heeft gewekt dat de particulier aanspraak kon maken op de teruggaaf. Dat aan de particulier vervolgens bij brief van 12 december 2013 is meegedeeld dat hem geen teruggaaf zou worden verleend doet hieraan volgens het hof niet af, aangezien de gevraagd teruggaaf vervolgens toch overeenkomstig het verzoek van de particulier is verleend. Die heeft aangenomen en redelijkerwijs mogen aannemen dat de inspecteur alsnog het standpunt had ingenomen dat recht bestond op teruggaaf, aldus het hof. 

Hoewel de particulier in deze casus een geslaagd beroep doet op het vertrouwensbeginsel zodat de teruggaaf in stand kan blijven, bevestigt het hof (net als de rechtbank in eerdere aanleg) met deze uitspraak wel het beleid van de Belastingdienst op grond waarvan een huiseigenaar die vóór 1 april 2013 zonnepanelen heeft aangeschaft slechts recht heeft op teruggaaf van de btw op de zonnepanelen indien hij zich binnen een maand na afloop van het kwartaal waarin het recht op teruggaaf is ontstaan (d.i. de factuurdatum) als btw-ondernemer heeft aangemeld. De Belastingdienst lijkt bij de tijdigheid van de aanmelding als btw-ondernemer bij investeringen in zonnepanelen geen rekening te houden met de mogelijkheid van een aangiftetijdvak van een jaar.

Download ons memo voor meer informatie over btw en zonnepanelen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op