26 februari 2018Geen naheffing btw, omdat intracommunautaire levering pruimtabak aannemelijk is

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat X aannemelijk heeft gemaakt dat hij pruimtabak heeft verkocht en geleverd aan btw-ondernemers in België. Aan de materiële voorwaarden van de intracommunautaire levering wordt voldaan, zodat het nultarief terecht is toegepast. De naheffingsaanslag btw en naheffingsaanslag verbruiksbelasting worden vernietigd.

Feiten

X is een ondernemer en staat in het KvK ingeschreven als tolk/vertaler. Daarnaast handelt X in Makla (Ifrikia), een soort pruimtabak die in België wordt geproduceerd. In de jaren 2011 en 2012 heeft X in totaal 23.300 kilo pruimtabak ingekocht bij een ondernemer in België en heeft deze vervolgens verkocht aan Belgische afnemers. De goederen worden bij de inkoop eerst door TNT van België naar het woonadres van X in Nederland gebracht. Vervolgens brengt X zelf de goederen van Nederland naar België of de Belgische afnemer komt de goederen zelf ophalen in Nederland. Ten aanzien van deze handelingen heeft X zowel de Belastingdienst als de Douane stapsgewijs op de hoogte gebracht. De aanvraag voor een Vergunning inrichting verbruiksbelastinggoederen heeft X zelf weer ingetrokken nadat de Belastingdienst had aangegeven dat X niet voor een dergelijke vergunning in aanmerking kwam aangezien de goederen niet worden opgeslagen, maar na ontvangst meteen werden doorgestuurd naar de klant. In 2012 heeft er een boekenonderzoek plaatsgevonden en de inspecteur legt aan X over de jaren 2010 t/m 2012 een naheffingsaanslag verbruiksbelasting van € 560.132 en een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 383.189 op.

Procedure

Het bezwaar dat X heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslagen wordt afgewezen door de inspecteur. Hierop is X in beroep gegaan bij Rechtbank Gelderland. Deze heeft geoordeeld dat de verbruiksbelasting terecht is opgelegd, omdat X pruimtabak voorhanden heeft gehad zonder dat sprake was van een inrichting voor verbruiksgoederen. Verder waren geen afzonderlijke grieven door X aangevoerd tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting en de hoogte ervan, zodat het beroep ongegrond werd verklaard.

Hof Arnhem-Leeuwarden

X is tegen de uitspraak van de Rechtbank in hoger beroep gegaan bij Hof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de eerste zitting heeft het hof aangegeven dat in het kader van waarheidsvinding de inspecteur eerst bij de Belgische fiscus moet nagaan of de leveringen van X kunnen worden gekoppeld aan de Belgische afnemers. De inspecteur heeft ter zitting aangegeven dat indien X kan bewijzen dat de goederen naar België zijn overgebracht, niet alleen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd, maar ook de verbruiksbelasting kan worden teruggevraagd. X moest aannemelijk maken dat intracommunautaire handelingen hebben plaatsgevonden.

Tijdens de heropende zitting behandelt het hof of de naheffingsaanslag verbruiksbelasting en naheffing omzetbelasting terecht aan X zijn opgelegd. Met betrekking tot de naheffingsaanslag verbruiksbelasting is het hof van oordeel dat deze terecht aan X is opgelegd voorzover X de pruimtabak voorhanden heeft gehad en geen verbruiksbelasting heeft voldaan.

Met betrekking tot de naheffingsaanslag omzetbelasting oordeelt het hof als volgt. Het hof acht aannemelijk dat aan de materiële voorwaarden voor de intracommunautaire levering van Makla is voldaan. De verkochte goederen zijn in het kader van de levering vanuit Nederland naar België vervoerd en zijn aldaar ontvangen door btw-ondernemers die intracommunautaire verwervings-btw zijn verschuldigd ten aanzien van deze goederen. Gelet op de overgelegde bescheiden in samenhang met de bankafschriften, de CMR’s, schriftelijke verklaringen van de afnemers acht het hof aannemelijk dat het vervoer van de goederen naar België heeft plaatsgevonden. Ook acht het hof aannemelijk dat de goederen zijn ontvangen door de Belgische afnemers aangezien drie van de vier afnemers over een geldig Belgisch btw-nummer beschikken en gelet op de omvang van deze afnemers aangenomen kan worden dat hier sprake is van bedrijfsmatige handel. Bovendien sloten de intracommunautaire leveringen en de intracommunautaire verwervingen op elkaar aan. Het hof oordeelt dat de naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigd moet worden, omdat het nultarief van toepassing is aangezien aan de materiële voorwaarden van de intracommunautaire levering is voldaan. Gelet op de toezegging van de inspecteur tijdens de eerste zitting moet de naheffingsaanslag verbruiksbelasting ook worden vernietigd.

Wij volgen het oordeel van het hof, omdat dit in lijn is met de eerdere jurisprudentie. Dit arrest van het hof bevestigt opnieuw dat degene die het nultarief voor intracommunautaire leveringen wil toepassen, moet bewijzen dat aan de materiële voorwaarden van een intracommunautaire levering wordt voldaan. Er moet namelijk sprake zijn van een goederenlevering aan een btw-ondernemer waarbij de goederen vanuit de ene lidstaat naar de andere lidstaat aantoonbaar worden verzonden en de goederen in het land van aankomst onderworpen moeten zijn aan intracommunautaire verwervings-btw.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op