16 september 2014Geen margeregeling wegens wetenschap doorverkoop nieuwe caravans

Een fiscale eenheid van een holding en een werkmaatschappij heeft in de periode van 2005 t/m 2008 161 caravans van een bepaald merk ingekocht bij leverancier. Deze leverancier heeft op de uitgereikte facturen de term ‘margewagen’ vermeld. De leverancier kocht deze caravans bij een Duitse caravandealer. Deze caravandealer kocht de caravans bij de fabrikant in Duitsland. Bij iedere inkoop van deze caravans heeft de fiscale eenheid een Zulassungsbescheinigung Teil I en II ontvangen. In veel gevallen is de caravan door de fabrikant op naam gezet en heeft de caravan vervolgens enkele dagen op naam gestaan van de Duitse caravandealer. In geen van de gevallen hebben de caravans op naam gestaan van een particulier. De fiscale eenheid verkocht deze caravans door onder de margeregeling. In februari 2009 heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden. Vervolgens is in maart 2010 een inval door FIOD-ECD gedaan waarbij een naheffingsaanslag is opgelegd van € 268.035 die direct invorderbaar is gesteld. Op de gehele voorraad is beslag gelegd. Uit verklaringen van een ex-werknemer, de leverancier en kopers blijkt dat het ging om nieuwe caravans.

In eerste aanleg heeft Rechtbank Leeuwarden het beroep van de fiscale eenheid ongegrond verklaard. In hoger beroep oordeelt ook Hof Arnhem-Leeuwarden dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De fiscale eenheid kon weten dat de Duitse caravandealer geen caravans leverde die voorafgaand aan die levering in handen zijn geweest van een niet-aftrekgerechtigde afnemer. Ook het beroep op de schending van het verdedigingsbeginsel slaagt niet nu -daargelaten of sprake is van een schending- niet is gesteld of is gebleken dat hierdoor de fiscale eenheid de mogelijkheid is ontnomen om zich zodanig te verweren dat de administratieve procedure een andere afloop had kunnen hebben. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin nu niet is gebleken dat in een eerder boekenonderzoek dezelfde feitelijke situatie is onderzocht en ook niet is gebleken dat tijdens een derdenonderzoek de uitlating is gedaan: “u hoeft zich geen zorgen te maken”. Ook in een nadien verricht boekenonderzoek zijn geen uitlatingen gedaan waaraan de fiscale eenheid het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat de margeregeling op de doorverkoop van de caravans van toepassing was. Bovendien kan de fiscale eenheid geen beroep op het vertrouwensbeginsel doen, omdat zij wist of behoorde te weten van de onjuistheid van haar handelswijze. Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel kan om die reden evenmin slagen, terwijl ook niet aannemelijk is gemaakt dat de naheffingsaanslag in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is opgelegd. Ten slotte wordt het beroep op art. 20, lid 2, tweede volzin Awr verworpen (op grond waarvan de naheffingsaanslag aan een ander dan de belastingplichtige wordt opgelegd wanneer te weinig btw is geheven ?doordat die ander ?de btw-wetgeving niet heeft nageleefd), omdat de fiscale eenheid zelf de wettelijke bepalingen niet heeft nageleefd.

Het hof weigert de toepassing van de margeregeling, omdat de btw-ondernemer wist dan wel had moeten weten van btw-fraude in een eerdere schakel. Deze uitspraak betekent dat ook een beroep op een bijzondere btw-regeling, zoals de reisbureauregeling, de margeregeling etc, kan worden geweigerd indien de btw-ondernemer wist of had moeten weten dat er sprake is van btw-fraude. Oplettendheid is derhalve geboden! Voor meer informatie over de gevolgen van (betrokkenheid bij) btw-fraude zie 12.??

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op