8 november 2012Geen integratieheffing over waarde met btw aangekochte grond

Het HvJ EU heeft vandaag arrest gewezen in de zaak Gemeente Vlaardingen. In deze zaak gaat het om een aantal sportgrasvelden, die door de gemeente Vlaardingen worden verhuurd aan sportverenigingen. In 2003 en 2004 worden een aantal van deze grasvelden in opdracht van de gemeente vervangen door kunstgras- en asfaltvelden. De aannemers hebben ter zake van de aanleg van deze velden btw in rekening gebracht, die door de gemeente niet in aftrek is gebracht. De gemeente heeft deze velden opnieuw zonder btw verhuurd aan dezelfde sportverenigingen. In geschil is of door de ingebruikneming van de sportvelden voor vrijgestelde verhuur sprake is van een integratieheffing over de voortbrengingskosten inclusief de waarde van de grond. 

De Hoge Raad oordeelde eerder dat sprake is van een oplevering van onroerende goederen (de sportvelden), maar twijfelde of de integratieheffing van toepassing is en heeft deze vraag voorgelegd aan het HvJ EU. Het HvJ EU heeft geoordeeld dat het mogelijk is om het door de gemeente Vlaardingen in gebruik nemen van de kunstgrasvelden voor vrijgestelde verhuur te onderwerpen aan een integratieheffing, met als maatstaf van heffing de waarde van de grond en de kosten van de bewerking ervan, voor zover de gemeente over die waarde (namelijk de grond) en kosten nog geen btw heeft betaald en mits de kunstgrasvelden kwalificeren als nieuwe gebouwen met het erbij behorend terrein of bouwterreinen. 

De Hoge Raad, waarnaar de zaak wordt terugverwezen, zal dus allereerst moeten beoordelen of de gemeente vóór de in het geding zijnde naheffing btw heeft betaald over de waarde van de grond waarop de kunstgrasvelden liggen. Mocht dit het geval zijn, dan mag de waarde van de grond niet nogmaals worden betrokken in de btw-heffing. Mocht de gemeente echter nog geen btw hebben betaald  over de waarde van de grond, dan zal de Hoge Raad vervolgens na moeten gaan of de levering van de grond is vrijgesteld. Alleen wanneer de grond kwalificeert als bebouwd terrein (d.w.z. een nieuw gebouw met het erbij behorend terrein) of bouwterrein, kan namelijk btw worden geheven over de ingebruikneming daarvan voor de (vrijgestelde) verhuur. 

Wat betekent dit arrest voor de praktijk? Naar onze mening zal voor het bepalen van de (hoogte van de) integratieheffing een onderscheid moeten worden gemaakt tussen kostencomponenten met en kostencomponenten zonder btw. Als de vrijgesteld presterende btw-ondernemer (onderwijsinstelling, zorginstelling, exploitant vastgoed etc.) ter zake van de aanschaf van de grond geen btw heeft betaald dan strekt de integratieheffing zich onzes inziens (in ieder geval) uit over de waarde van deze grond. Is de grond daarentegen met btw aangeschaft dan behoort de waarde van de grond niet tot het bedrag waarover een integratieheffing verschuldigd is. De integratieheffing lijkt derhalve door het Gemeente Vlaardingen-arrest te worden beperkt tot de voortbrengingskosten (grond, leges etc.) zonder btw.  

Hebt u vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Neem dan contact met ons op! U kunt ons telefonisch bereiken op 088-2989898 en per e-mail via info@btwplaza.nl. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op