11 september 2012Geen integratieheffing over waarde grond die al bedrijfsmatig is gebruikt

De integratieheffing ligt onder vuur. In de prejudiciële procedure ‘Gemeente Vlaardingen’ heeft de Hoge Raad aan het HvJ EU de vraag voorgelegd of de toepassing van de Nederlandse integratieheffing door de communautaire beugel kan. In deze zaak gaat het om de gemeente Vlaardingen die een aantal sportgrasvelden verhuurt aan sportverenigingen. In 2003 en 2004 worden een aantal van deze grasvelden in opdracht van de gemeente vervangen door kunstgras- (voor voetbal en korfbal) en asfaltvelden (voor handbal). De aannemers hebben ter zake van de aanleg van deze velden btw in rekening gebracht die door de gemeente niet in aftrek is gebracht. De gemeente heeft deze velden opnieuw zonder btw verhuurd aan dezelfde sportverenigingen. In geschil is of door de ingebruikneming van de sportvelden voor vrijgestelde verhuur sprake is van een integratieheffing over de voortbrengingskosten incl. de waarde van de grond. De Hoge Raad oordeelt dat sprake is van een oplevering van onroerende goederen (de sportvelden), maar twijfelt over de vraag of de integratieheffing van toepassing is. A-G Mazák twijfelt ten eerste aan het oordeel van de Hoge Raad of er sprake is van een oplevering van nieuwe (vervaardigde) onroerende goederen. Indien het oordeel van de Hoge Raad juist is, is de A-G van mening dat de integratieheffing ook van toepassing is op goederen die in opdracht zijn vervaardigd en in gebruik worden genomen voor vrijgestelde bedrijfsdoeleinden. Echter, er is volgens de A-G geen integratieheffing-btw verschuldigd over de waarde van de grond indien deze grond -zoals bij de gemeente Vlaardingen- al bedrijfsmatig voor (dezelfde) vrijgestelde bedrijfshandelingen werd gebruikt. Zie 2.2. voor deze conclusie en meer informatie over de interne levering.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op