21 september 2012Geen integratieheffing over grond die al bedrijfsmatig is gebruikt

De integratieheffing ligt in Nederland al enige tijd onder vuur. Reden hiervoor is dat het als onrechtmatig wordt ervaren dat er door de integratieheffing btw verschuldigd is over kostencomponenten zonder btw, zoals de waarde van de grond, leges etc. In de zaak Gemeente Vlaardingen heeft de Hoge Raad aan het HvJ EU de prejudiciële vraag voorgelegd of een gemeente die sport(gras)velden zonder btw verhuurde aan sportverenigingen en deze sportvelden na de vervaardiging tot kunstgras- (voetbal en korfbal) en asfaltvelden (handbal) opnieuw zonder btw aan dezelfde sportverenigingen heeft verhuurd tegen een integratieheffing aanloopt. A-G Mazák (hierna: de A-G) heeft op 11 september jl. een advies (zie 2.2.) uitgebracht aan het HvJ EU. 

De A-G is van mening dat de Hoge Raad er ten onrechte vanuit is gegaan dat de sportvelden zijn vervaardigd. Van vervaardiging is slechts sprake als er door het werk van de opdrachtnemer een goed ontstaat (de kunstgras- en asfaltvelden) waarvan de functie verschilt van de functie van de verstrekte materialen (de sportgrasvelden). Naar de mening van de A-G wijzigt de functie van de velden niet: het waren sportvelden en dat blijven ze! Volgens de A-G is het een taak van de Hoge Raad om dit nader (lees: opnieuw) te beoordelen.

Ervan uitgaande dat de sportvelden zijn vervaardigd, is de A-G van mening dat de integratieheffing in beginsel ook van toepassing is op de vervaardiging van de kunstgras- en asfaltvelden door de aannemers op de grond van de gemeente. De integratieheffing is naar de mening van de A-G echter niet van toepassing op de (waarde van de) grond als -zoals in deze zaak- de grond zowel voor als na de vervaardiging voor (dezelfde) vrijgestelde bedrijfsdoeleinden (verhuur) was bestemd.

Wat betekent het voor de praktijk als het HvJ EU deze conclusie volgt? Er zal dan voor de (hoogte van de) integratieheffing een onderscheid moeten worden gemaakt tussen de vervaardiging van een gebouw op aangekochte grond en de vervaardiging van een gebouw op grond die reeds voor bedrijfsdoeleinden in gebruik was. In de eerste situatie is de vrijgesteld presterende btw-ondernemer (onderwijsinstelling, zorginstelling, exploitant vastgoed etc.) terzake van de ingebruikneming van het vervaardigde goed 19% (en per 1 oktober 21%) btw verschuldigd over de totale voortbrengingskosten incl. de waarde van de grond. (Dat ook btw geheven wordt over de waarde grond is uiteraard alleen nadelig als de grond zonder btw is aangeschaft.) In de tweede situatie is de vrijgesteld presterende btw-ondernemer bij de ingebruikneming van het vervaardigde goed 19% (en per 1 oktober 21%) btw verschuldigd over de totale voortbrengingskosten excl. de waarde van de grond.

Hebt u vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Neem dan contact met ons op! U kunt ons telefonisch bereiken op 088-2989898 en per e-mail via info@btwplaza.nl.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op