25 september 2014Geen integratieheffing later in gebruik genomen delen kantoorpand

Btw-ondernemer X B.V. (hierna: X) heeft in 2003 en 2004 een kantoorpand met vijf bouwlagen laten bouwen, waarin met behulp van scheidingswanden en toegangsbeveiligingen afzonderlijk verhuurbare ruimten gecreëerd zijn. Het pand heeft een centrale ingang, hal en lift. Alle gedeelten hebben een eigen entree, maar niet alle gedeelten beschikken over een eigen toiletgroep. Vanaf 1 april 2004 heeft X een gedeelte, namelijk 41,325%, van het pand btw-vrijgesteld verhuurd. Dit gedeelte beschikt over een eigen entree, een eigen trapverbinding en eigen toiletgroepen. Met deze ingebruikneming verrichte X een integratielevering, zodat integratieheffing  verschuldigd was. De overige gedeelten van het pand zijn in 2005, 2006, 2007 en 2009 aan derden verhuurd. 

Tijdens een boekenonderzoek in 2006 heeft de inspecteur van de Belastingdienst geconcludeerd dat X in 2004 nagelaten heeft een integratieheffing aan te geven en om die reden btw nageheven over 41,325% van de voortbrengingskosten van het pand. In een verslag van het boekenonderzoek is onder meer als afspraak vermeld dat indien het leegstaande gedeelte van het pand btw-vrijgesteld wordt verhuurd, opnieuw een integratieheffing plaats dient te vinden. X heeft dit echter nagelaten bij de ingebruikneming van de overige gedeelten van het pand in de daaropvolgende jaren. Naar aanleiding van een tweede boekenonderzoek in 2009 heeft de inspecteur opnieuw naheffingsaanslagen opgelegd in verband met de integratieheffing wegens de ingebruikneming van delen van het pand in 2006 en 2009 voor btw-vrijgestelde verhuur. X heeft tegen deze laatste naheffingsaanslagen bezwaar en beroep aangetekend en voert daarbij aan dat in zijn beleving geen afspraak is gemaakt over latere integratieheffingen en dat in 2006 en 2009 geen integratieheffing verschuldigd is, omdat het pand voor de btw één goed is en in 2004 in gebruik genomen is. 

Rechtbank Gelderland heeft in deze zaak geoordeeld dat niet voldoende duidelijk is geworden of er daadwerkelijk een afspraak is gemaakt tussen X en de inspecteur en zo ja, wat deze afspraak dan precies inhield. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat niet is afgesproken dat in latere jaren nog integratieheffingen voldaan moeten worden bij btw-vrijgestelde verhuur van de leegstaande gedeelten. Naar het oordeel van de rechtbank is het pand aan te merken als één goed, aangezien het pand in één geheel opgeleverd is aan X. De afzonderlijk verhuurde gedeelten zijn niet apart leverbaar, aangezien het pand juridisch niet is gesplitst. Evenmin is sprake van aparte in- of opgangen van de afzonderlijk verhuurde gedeelten en moeten de meeste huurders toiletten, liften en trappenhuis delen. De ingebruikneming van het eerste gedeelte van het pand in 2004 had daarom tot een integratieheffing van 100% van de voortbrengingskosten moeten leiden. Herziening op het niet geheven gedeelte door de inspecteur is niet mogelijk.

 De integratieheffing voor in eigen bedrijf vervaardigde goederen -op eigen grond gebouwde onroerende goederen daaronder begrepen- die (mede) in gebruik worden genomen voor btw-vrijgestelde activiteiten bestaat sinds 1 januari 2014 niet meer.

 

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op