24 december 2014Geen herziening op basis van (hogere) integratieheffings-btw na afzien

Een onderdeel van een kloosterorde (hierna: de kloosterorde) heeft op eigen grond een verpleeghuis laten bouwen en dit verpleeghuis vanaf mei 2006 btw-vrijgesteld verhuurd aan een zorginstelling. In april 2008 heeft de inspecteur van de Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd ter zake van de interne levering van het verpleeghuis bij ingebruikname. In datzelfde jaar heeft de kloosterorde het verpleeghuis verkocht en btw-belast geleverd aan de zorginstelling, waarna zij heeft verzocht om teruggaaf van de bouw-btw. In april 2008 is een teruggaaf verleend van ruim € 1,3 miljoen, waarbij de inspecteur bij de berekening is uitgegaan van de ter zake van de interne levering verschuldigde btw.

De kloosterorde heeft beroep aangetekend tegen de opgelegde naheffingsaanslag, waarbij zij een beroep deed op de in de (inmiddels ingetrokken) zogeheten Mededeling 26 neergelegde goedkeuring om af te zien van de interne levering bij het (laten) vervaardigen van woningen die bestemd zijn voor sociale verhuur. Rechtbank Breda oordeelde in 2010 in deze zaak dat de kloosterorde gebruik mocht maken van deze goedkeuring en heeft de opgelegde naheffingsaanslag daarom vernietigd.

Na de uitspraak van Rechtbank Breda heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat dat de in april 2008 verleende teruggaaf tot een te hoog bedrag is vastgesteld, aangezien deze gebaseerd is op het bedrag van de ter zake van de interne levering verschuldigde btw. De inspecteur heeft daarom een naheffingsaanslag van bijna € 119.000 opgelegd. De kloosterorde heeft hiertegen bezwaar en beroep aangetekend.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in deze zaak geoordeeld ?dat de kloosterorde, door gebruik te maken van de in Mededeling 26 neergelegde goedkeuring, heeft aanvaard dat niet de ter zake van de interne levering verschuldigde btw, maar de de btw die drukt op de kosten van de bouw van het verpleeghuis als grondslag zou gelden voor de aftrek. Zij kan in redelijkheid niet hebben gemeend dat gebruikmaking van de goedkeuring haar de gelegenheid bood om in een geval als het onderhavige misbruik van de goedkeuring te maken, aldus de rechtbank. Bovendien is van in rechte te honoreren opgewekt vertrouwen geen sprake, nu de inspecteur duidelijk schriftelijk heeft aangegeven dat hij zowel bij de aankondiging van de teruggaaf als de naheffingsaanslag is uitgegaan van toepassing van de interne levering en de in verband daarmee verschuldigde btw. De naheffingsaanslag is dan ook terecht opgelegd.

De kloosterorde heeft tegen dit oordeel cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft dit beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat de rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen.

Per 1 januari 2014 is de integratieheffing afgeschaft. Het arrest van de Hoge Raad heeft daarom naar onze mening slechts betekenis voor de tijdvakken tot het jaar 2014.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op