5 maart 2018Geen herziening btw-aftrek vastgoed wegens leegstand bij aantoonbaar voornemen tot btw-belaste verhuur

Het HvJ heeft geoordeeld dat tussentijdse leegstand niet leidt tot herziening van reeds in aftrek gebrachte btw.

Feiten

Imofloresmira – Investimentos Imobiliários SA (hierna: Imofloresmira) verhuurt twee onroerende zaken aan diverse huurders waarbij met alle huurders is geopteerd voor een met btw-belaste verhuur. Wegens beëindiging van een aantal huurovereenkomsten kwam een gedeelte van beide onroerende zaken echter tussentijds leeg te staan. Imofloresmira heeft gedurende de leegstand steeds geprobeerd om beide delen btw-belast te verhuren. Dit is Imofloresmira echter niet gelukt, waardoor deze delen meer dan twee jaren leeg hebben gestaan.

Procedure

De Portugese Belastingdienst heeft het standpunt ingenomen dat op grond van de Portugese btw-wetgeving de genoten btw-aftrek met betrekking tot de onroerende zaken wegens de leegstand in één keer moet worden herzien, ondanks het feit dat dat Imofloresmira steeds reclame heeft gemaakt om de beschikbare ruimte belast te kunnen verhuren. Imofloresmira was het hier niet mee eens. De Portugese rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.

HvJ

Het Hof van Justitie EU heeft geoordeeld dat Portugal in strijd met het EU-recht handelt door te eisen dat de btw wordt herzien wanneer onroerende zaken meer dan twee jaren ongebruikt zijn gebleven. Volgens het HvJ behoudt Imofloresmira het recht op aftrek als zij de intentie heeft om de onroerende zaak btw-belast te verhuren. Dit geldt ook als het btw-belaste gebruik buiten haar wil om niet tot stand komt, omdat de oude huurders hebben opgezegd en geen nieuwe huurder is gevonden. Imofloresmira dient wel haar intentie tot btw-belaste verhuur aan te kunnen tonen.

Uit dit arrest volgt dat tussentijdse leegstand niet leidt tot herziening van eerder in aftrek gebrachte btw over de aanschaf van een onroerende zaak, ervan uitgaande dat de belastingplichtige aantoonbaar het voornemen heeft om het leegstaande deel btw-belast te gaan gebruiken.

De Belastingdienst is van mening dat leegstand als zodanig geen aanleiding geeft tot herziening van de aanschaf-btw, omdat leegstand niet is aan te merken als fictief belast of vrijgesteld gebruik. Dit standpunt is gebaseerd op het Besluit van de Staatssecretaris van 25 november 2011, nr. BLKB2011/641. Gelet op deze uitspraak van het HvJ en de uitspraak van de HR van 13 juni 2014 is dit besluit achterhaald.

In zijn arrest van 13 juni 2014 besliste de Hoge Raad dat een belastingplichtige met de objectief aantoonbare intentie om leegstaand onroerend goed btw-belast te gaan verhuren de btw op zijn aanschafkosten kan aftrekken. Dit geldt ook als het gebouw vóór de leegstand werd gebruikt voor vrijgestelde prestaties.

Uit dit arrest valt niet af te leiden wat de gevolgen zijn van de situatie waar bij aanschaf van de onroerende zaken geen btw-aftrek is genoten vanwege btw-vrijgestelde verhuur en de onroerende zaak vervolgens (gedeeltelijk) leeg komt te staan waarbij de belastingplichtige aantoonbaar het voornemen heeft om het leegstaande deel btw-belast te gaan verhuren. Uit de uitspraak van de HR van 13 juni 2014 kan de belastingplichtige in dat geval, mits blijkt uit objectieve gegevens, de leegstand aanmerken als btw-belast gebruik. In de praktijk werden vraagtekens gezet bij de juistheid van het oordeel van de HR. Het arrest van het HvJ schept hier vooralsnog geen duidelijkheid over, waardoor belastingplichtigen naar onze mening nog steeds kunnen beroepen op het arrest van de HR van 13 juni 2014.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op