16 april 2018Geen fiscale eenheid tussen concern en stichting vanwege ontbreken verwervenheden

Rechtbank Den Haag oordeelt dat geen sprake is van een fiscale eenheid tussen concern en stichting vanwege ontbreken financiële, economische en organisatorische verwevenheid.

Feiten

Een concern bestaat uit ondernemingen die activiteiten ontplooien op het gebied van schoonmaak en onderhoud, bewaking en beveiliging, cateringbeheer, personeelsdiensten, bouw en installatie, horecadiensten, koeltechniek en facility management. Een van de vennootschappen die tot het concern behoort is een BV die zich in hoofdzaak richt op de klanten van het concern in de zorgbranche. Deze BV richt in 2014 een stichting op. De stichting verricht dienstverlening op het gebied van zorg en welzijn in de publieke sector. Voor het jaar 2015 verkrijgt de stichting een subsidie van de gemeente. Het concern heeft de inspecteur verzocht om de stichting op te nemen n de fiscale eenheid. De inspecteur weigert om dat verzoek te honoreren.

Rechtbank

Rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) oordeelt dat geen sprake is van financiële verwevenheid tussen het concern en de stichting. De rechtbank stelt dat het feit dat de stichting wordt bestuurd door de directeur van de BV nog niet betekent dat sprake is van rechtstreekse invloed van de BV op de financiële besluitvorming van de stichting en daarmee van financiële verwevenheid. Verder acht de rechtbank het van belang dat de financiële middelen van de stichting in hoofdzaak afkomstig zijn van de gemeente en de gemeente strikte voorwaarden heeft gesteld voor de besteding van de subsidie en daarop ook controle uitoefent. De stichting heeft zich namens jegens de gemeente vastgelegd om dienstverlening op het gebied van welzijn in de publieke sector te leveren volgens de in de subsidievoorwaarden vastgelegde voorwaarden op het gebied van volume en kwaliteit.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van organisatorische of economische verwevenheid. De rechtbank stelt dat de stichting slechts mag handelen binnen haar doelstellingen en dat zij reeds daarom alleen bevoegd is die (aanwijzingen tot) besluiten van het concern (of de BV) uit te voeren die in overeenstemming zijn met haar doelstelling. Tevens stelt de rechtbank dat de werkzaamheden die de stichting verricht wezenlijk verschilt met de werkzaamheden die het concern (of de BV) verricht en worden verricht voor verschillende klantenkringen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Het concern heeft niet met voldoende feiten aangedragen op grond waarvan aannemelijk is dat wordt voldaan aan de verwevenheidsvoorwaarden van de fiscale eenheid. De uitkomst van deze procedure is dan ook niet verrassend. Hoewel de voorwaarde van de financiële verwevenheid volgens de Hoge Raad bij lichamen zonder een in aandelen verdeeld kapitaal, zoals stichtingen, niet strenger mag worden uitgelegd als bij lichamen met een in aandelen verdeeld kapitaal, zoals een BV of NV, blijkt de praktijk anders te zijn. De Belastingdienst is zeer terughoudend met het opnemen van een stichting in een fiscale eenheid. Bij de wens om een stichting op te nemen in een fiscale eenheid btw te vormen speelt de redactie van de statuten van de stichting een belangrijke rol. De praktijk leert dat de statuten veelal zijn opgesteld alvorens de vraag van de consequenties van deze statuten voor de fiscale eenheid btw wordt gesteld. En dat is jammer. Hoewel wij de uitkomst in deze procedure onderschrijven, plaatsen wij hierbij de kanttekening dat de overwegingen van de rechtbank ons niet op alle punten overtuigt. Waar het bij de financiële verwevenheid om gaat is de zeggenschap en niet de inkomsten. Doorslaggevend is of de ‘topvennootschap’ een zeggenschap heeft in de zeggenschap die vergelijkbaar is met die van een meerderheidsaandeelhouder. De focus op de subsidie-inkomsten die de stichting ontvangt begrijpen wij daarom niet. De overweging dat een stichting alleen binnen haar eigen doelstellingen mag handelen is juist, maar dat geldt voor een BV net zo goed. Wij vermogen niet in te zien wat de relevantie is van deze overweging voor de vraag of verschillende btw-ondernemers organisatorisch verweven zijn. Voor organisatorische verwevenheid is niet van belang wat de stichting mag doen, maar is van doorslaggevend belang of de topvennootschap en de stichting dezelfde leiding hebben dan wel de leiding van de stichting feitelijk ondergeschikt is aan die van de topvennootschap. Zie 1.10 voor meer informatie over de fiscale eenheid.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op