8 augustus 2019Geen btw-vrijstelling voor Body Stress Release

Feiten

Een vof oefent een praktijk van Body Stress Release (BSR) uit. De vennoten van de vof zijn allebei BSR-practitioner en zijn aangesloten bij de Body Stress Release Associatie Nederland (BSRAN) en Member of Body Stress Release Assocation SA (MBSRA). De vennoten hebben geen opleiding gevolgd voor een beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG, maar beschikken wel over diploma’s MBK (medische basiskennis) en PSBK (psychologische basiskennis). Tevens hebben zij in Zuid-Afrika een opleiding tot BSR-practitioner gevolgd. In geschil is of de prestaties van de vof zijn vrijgesteld op grond van art. 11, lid 1, onderdeel g 1°a Wet OB. Tussen partijen is niet in geschil dat met BSR sprake is van de gezondheidskundige verzorging van de mens en dat de diensten worden verricht aan de individuele patiënten. Wel is in geschil of de diensten van vof van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau zijn als een gezondheidskundige dienst in de zin van de Wet BIG.

Rechtbank

Rechtbank Den Haag stelt dat vrijstellingen een uitzondering zijn op de hoofdregel dat leveringen en diensten belast zijn met btw. De bewijslast dar de diensten onder de vrijstelling vallen rust daarom op de vof.
Vaststaat dat de vennoten van de vof geen opleiding hebben gevolgd voor een beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet BIG, maar wel beschikken over medische basiskennis. De rechtbank stelt dat de vof geen stukken heeft overgelegd van een daartoe aangewezen Nederlandse instantie waaruit blijkt dat de door haar gevolgde opleiding van een vergelijkbaar kwalitatief niveau is als die van een fysiotherapeut of manueel therapeut. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de ene vennoot geen HBO-opleiding heeft gevolg, maar toch werd toegelaten tot de BSR-opleiding, onder meer omdat zijn partner al BSR-practitioner was en de andere vennoot alleen een HBO-opleiding heeft gevolgd die geen verband houdt met de gezondheidskundige verzorging van de mens. De rechtbank stelt dat de vof niet in het bewijs is geslaagd.

Ook een beroep op het fiscale neutraliteitsbeginsel slaagt niet. De rechtbank stelt dat in het arrest Solleveld van het HvJ is geoordeeld dat van strijdigheid met het fiscale neutraliteitsbeginsel alleen sprake is ‘indien kan worden aangetoond dat de personen die dat beroep of die werkzaamheid uitoefenen, voor de verlening van die gezondheidskundige verzorging over beroepskwalificaties beschikken die waarborgen dat die verzorging een kwaliteitsniveau heeft dat gelijkwaardig is aan dat van de gezondheidskundige verzorging door personen die op grond van diezelfde nationale regeling in aanmerking komen voor de vrijstelling’. Zoals hiervoor beschreven is dat gelijkwaardige kwaliteitsniveau echter niet aangetoond.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de diensten van de vof niet vrijgesteld zijn van btw.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op