6 januari 2016Geen btw verschuldigd uit bedrijfsverplaatsingssubsidie

 Uit een ontvangen subsidie is btw verschuldigd indien zij een vergoeding vormt voor één of meerdere btw-belaste leveringen of diensten. Rechtbank Den Haag heeft recent geoordeeld dat een bedrijfsverplaatsingssubsidie, waarmee een gemeente een ondernemer schadeloos stelde voor de verplaatsing van zijn bedrijf, niet aan te merken is als de vergoeding voor een prestatie.

X BV (hierna: X) exploiteert een internationaal transport- en expeditiebedrijf, aannemingsbedrijf, handel in zand, grint wegenbouwmateriaal en wegenbouwmaterieel en een kraanbedrijf. Het bedrijf van X is gevestigd in het ontwikkelingsgebied Rivierzone. Aangezien de gemeente Vlaardingen de bestemming van dit gebied wilde wijzigen, was X genoodzaakt haar bedrijf te verplaatsen. Ter voorkoming van onteigening zijn X en de gemeente in 2010 een schriftelijke overeenkomst aangegeven, waarbij de gemeente de grond en de opstallen van X heeft gekocht voor ruimt € 3,1 mio en een bedrag van € 3,3 mio als schadeloosstelling heeft toegekend dat in de overeenkomst omschreven is als “bijdrage in de door X te plegen investeringen wegens het verplaatsen van haar bedrijf”. De laatste bedrag is opgebouwd uit een aantal componenten, waaronder bouwkosten, financieringskosten, reguliere en bijzondere verhuiskosten, zwaardere lasten, stagnatieschade en aanloop- en inkomensschade. In de overeenkomst is vermeld dat over de koopsom en de schadeloosstelling geen btw verschuldigd is. De inspecteur meent echter dat de schadeloosstelling wel belast is met btw en heeft X daarom een naheffingsaanslag en een verzuimboete opgelegd.

Rechtbank Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat geen sprake is van een levering of dienst onder bezwarende titel, als een publiekrechtelijk lichaam bij het toekennen van een schadeloosstelling niet handelt om goederen of diensten voor eigen gebruik te bekomen, maar handelt in het algemeen belang. In een dergelijk geval is immers geen verbruik in de zin van het btw-stelsel, aldus de rechtbank. In casu heeft de gemeente gehandeld in het algemeen belang, namelijk ten behoeve van de herontwikkeling van het gebied Rivierzone. De verplaatsing van het bedrijf van X geschiedt daarom ten behoeve van de gemeenschap en niet voor een identificeerbare gebruiker.

Als al sprake zou zijn van een dienst door X aan de gemeente Vlaardingen bestaande uit de bedrijfsverplaatsing, dan ontbreekt het vereiste rechtstreekse verband tussen de schadeloosstelling en de dienst, aldus de rechtbank. Uit het overzicht van de kosten volgt namelijk dat de schadeloosstelling niet bepaald is door de reële waarde van de bedrijfsverplaatsing, maar door na de verplaatsing te maken (investerings)kosten. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake van een belastbare dienst, zodat de naheffing en de verzuimboete ten onrechte zijn opgelegd.

Zie