25 juli 2018Geen btw-ondernemerschap voor doorbelasten kosten

Indien sprake is van ondernemerschap kan een holding de btw op gemaakte kosten in aftrek brengen voor zover het gaat om met btw belaste doorbelastingen.

Feiten

Een holding houdt 100% van de aandelen in meerdere dochtervennootschappen. De holding belast kosten door aan de dochtervennootschappen en brengt hierbij btw in rekening. De dochtervennootschappen verrichten geen betalingen aan de holding. De holding heeft alle in rekening gebrachte btw-voorbelasting in aftrek gebracht. De inspecteur heeft btw-naheffingsaanslagen opgelegd. De holding stelt zich primair op het standpunt dat de doorbelasting van kosten een economische activiteit is, waarvoor zij als ondernemer voor de heffing van btw dient te worden aangemerkt. De holding stelt zich subsidiair op het standpunt dat zij in de onderhavige jaren een fiscale eenheid vormt met haar deelnemingen. Aangezien sprake is van een fiscale eenheid, is de tenaamstelling van de naheffingsaanslagen onjuist. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de holding geen btw-ondernemer is en geen recht heeft op aftrek van voorbelasting.

Hof Arnhem-Leeuwarden

Primair standpunt: doorbelasting kosten is een economische activiteit

Hof Arnhem-Leeuwarden verwijst naar het arrest van 29 september 2017 (nr. 15/04099) van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat voor de vaststelling dat sprake is van een belastbare prestatie is vereist dat een handeling onder bezwarende titel wordt verricht. Daarvoor is niet alleen nodig dat een betaling wordt gedaan, maar ook dat tegenover deze betaling een handelen (of een nalaten) als ondernemer kan worden bepaald.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de holding niet aannemelijk maakt dat de handelingen en beslissingen van degene die de dagelijkse leiding heeft in de groep waartoe de holding behoort, aan haar kunnen worden toegerekend. Niet aannemelijk is namelijk gemaakt dat de holding waarde aan de diensten heeft toegevoegd of zelf iets heeft gedaan of nagelaten. Evenmin is voldoende dat de holding statutair bestuurder is van de dochtermaatschappijen waaraan de kosten zijn doorbelast.
Het beheer van een deelneming is slechts een economische activiteit indien het gepaard gaat met belastbare prestaties. De holding heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze laatste situatie zich voordoet.

Subsidiair standpunt: fiscale eenheid

Aangezien de holding geen activiteiten heeft verricht waarvoor zij als ondernemer kwalificeert, beperkt het hof de behandeling tot het standpunt van de holding dat zij als beleidsbepalende en sturende houdstermaatschappij dient te worden beschouwd en op deze grond deel kan uitmaken van een fiscale eenheid. De holding beroept zich in dit verband op de Holdingresolutie, die een goedkeuring bevat voor een houdstermaatschappij die binnen een concern een sturende en beleidsbepalende functie vervult ten dienste van de binnen het concern opererende werkmaatschappijen. Deze functie kan worden versterkt door het feit dat belangrijke bestuurders van het concern in deze houdstermaatschappij zitting hebben. De holding heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een dergelijke functie vervult binnen de groep waartoe zij behoort. Deze functie wordt vervuld door een bestuurder, die geen zitting heeft in het bestuur van de holding. Het enkele ontvangen, betalen en versturen van facturen is niet gelijk te stellen met besluitvorming of het zich bezig houden met het totaal van de bedrijfsvoering binnen de groep. Dit heeft tot gevolg dat de tenaamstelling van de naheffingsaanslagen correct is.

Het hof komt tot de slotsom dat het hoger beroep ongegrond is en de naheffingsaanslagen terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd.

Wij zijn het eens met het oordeel van het hof. Uit een arrest van de Hoge Raad van 29 september 2017 nr. 15/04099 volgt dat kostendoorbelasting niet per definitie leidt tot recht op aftrek van btw. Van iedere kostendoorbelasting moet onderzocht worden of en, zo ja, voor welke prestatie de doorbelaste kosten de vergoeding vormen. Recht op btw-aftrek is uitsluitend mogelijk indien en voor zover de kosten toerekenbaar zijn aan aftrekgerechtigde prestaties. Het is daarom aan te bevelen om bij iedere doorbelasting van kosten die plaatsvindt standaard te (laten) beoordelen of deze kostendoorbelasting aanleiding geeft tot btw-heffing en, zo dit onwenselijk is, te laten onderzoeken of deze btw-heffing voorkomen kan worden door een fiscale eenheid voor de btw of het leerstuk van kosten voor gemene rekening. BTW-INSTITUUT is u hierbij uiteraard graag van dienst.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op