11 februari 2015Geen btw-aftrek voor terbeschikkingstelling sportaccommodatie om niet aan onderwijsinstellingen

De gemeente Barneveld heeft dertien sportaccommodaties in eigendom, die zij tegen vergoeding ter beschikking stelt aan sportverenigingen en scholen voor voortgezet onderwijs. Daarnaast stelt zij de binnensportaccommodaties om niet ter beschikking aan scholen voor primair onderwijs. Deze laatste activiteit verricht zij in het kader van de Wet primair onderwijs, die de gemeente verplicht tot het huisvesten van scholen voor primair onderwijs op haar grondgebied. De gemeente ontvangt hiervoor een bijdrage uit het Gemeentefonds, die zij intern ten laste van de onderwijsbegroting en ten gunste van haar sportbedrijf boekt. 

Naar de mening van de gemeente vormt het ter beschikking stellen van de accommodaties tegen vergoeding en om niet één economische activiteit, namelijk het gelegenheid geven tot sportbeoefening (belast met 6% btw). Zij meent dan ook dat zij recht heeft op aftrek van alle btw die met betrekking tot de sportaccommodaties aan haar in rekening wordt gebracht. De inspecteur meent daarentegen dat geen sprake is van één enkele economische activiteit en dat de terbeschikkingstelling om niet aan de scholen voor primair onderwijs geen economische activiteit is, zodat de gemeente de voorbelasting slechts in aftrek kan brengen voor zover zij de ingekochte goederen en diensten gebruikt voor de terbeschikkingstelling van de sportaccommodaties tegen vergoeding. 

Rechtbank Gelderland heeft in deze zaak geoordeeld dat de gemeente geen recht heeft op aftrek van voorbelasting voor zover sprake is van de terbeschikkingstelling van de sportaccommodaties om niet. In hoger beroep voert de gemeente aan dat de rechtbank ten onrechte als uitgangspunt heeft gehanteerd dat sprake is van twee verschillende activiteiten. De gemeente betoogt dat haar werkzaamheden één onsplitsbaar geheel vormen en zij één economische activiteit verricht. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt echter dat de terbeschikkingstelling om niet afzonderlijk – als zelfstandige handeling – moet worden bezien. De gemeente is namelijk met elk van de gebruikers afzonderlijke rechtsbetrekkingen aangegaan. Het ligt niet voor de hand dat op basis van deze rechtsbetrekkingen ook het om niet ter beschikking stellen van de sportaccommodaties aan de scholen in het primaire onderwijs heeft plaatsgevonden, nu de terbeschikkingstelling om niet op andere tijdstippen en aan andere afnemers (namelijk de scholen in het primaire onderwijs) heeft plaatsgevonden. Het enige verband dat tussen de twee vormen van terbeschikkingstelling kan worden onderkend, is dat het om sportaccommodaties gaat. De gemeente verricht dus zowel economische als niet-economische activiteiten. De btw op de kosten verbonden aan de terbeschikkingstelling van de sportaccommodaties is niet aftrekbaar, omdat deze kosten toerekenbaar zijn aan de niet-economische activiteiten van de gemeente, aldus het hof. Het hof gaat ten slotte niet mee in het betoog van de gemeente dat de gemeente de sportaccommodaties volledig tot haar ondernemingsvermogen heeft kunnen rekenen ,dat de terbeschikkingstelling van de sportaccommodaties om niet gelijkgesteld is met een btw-belaste dienst (heffing over privégebruik en gebruik voor andere dan bedrijfsdoeleinden om niet) en dat om die reden recht op volledige btw-aftrek bestaat. Steun voor die afwijzing vindt het hof in het VNLTO-arrest. Het hof verklaart het hoger beroep van de gemeente ongegrond.

Zie 10.4.3 voor meer informatie over de splitsing van voorbelasting bij economische en niet-economische activiteiten.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op