10 juli 2015Geen btw-aftrek kosten collectieve juridische acties in belang effectenbezitters

In deze zaak gaat het om een vereniging (de VEB) die ten doel heeft het behartigen van belangen van effectenbezitters en het bevorderen van effectenbezit. In dat kader voert eiseres collectieve juridische acties tegen bedrijven die volgens haar schade hebben toegebracht aan de belangen van beleggers. Als een juridische actie uitmondt in een schikking met het desbetreffende bedrijf, ontvangen de beleggers (door tussenkomst van de vereniging) een compensatie van dat bedrijf. De juridische acties worden door de vereniging op eigen initiatief gestart en zij ontvangt hiervoor geen aparte vergoeding van haar leden of van derden. De vereniging zorgt in voorkomende gevallen op verzoek van een aangesproken bedrijf voor het uitvoeren, ondersteunen en faciliteren van een schikking (de afwikkelingsactiviteiten) en ontvangt daarvoor een vergoeding van dat bedrijf. Daarnaast ontvangt eiseres van bedrijven met wie schikkingen zijn getroffen in het kader van de schikkingen ook andere geldbedragen. Aan haar leden verricht de vereniging de volgende prestaties: de uitgave/verstrekking van het blad Effect, -de uitgave/levering van een boek en adviesdiensten. Aan derden verricht zij tegen vergoeding de volgende diensten: het opnemen van advertenties in het blad Effect, het gelegenheid geven tot het maken van reclame tijdens de Dag van de Belegger en de afwikkelingsactiviteiten.

Op 25 mei 2012 heeft de vereniging een suppletieaangifte ingediend voor het jaar 2011 en verzocht om een btw-teruggaaf van € 18.691. Naar aanleiding hiervan heeft de inspecteur vastgesteld dat de vereniging te weinig btw heeft voldaan en een naheffingsaanslag opgelegd ten bedrage van € 88.533. Over het tweede kwartaal heeft de inspecteur een teruggaaf verleend van € 12.084. Tegen de naheffingsaanslag en de teruggaafbeschikking heeft de vereniging bezwaar gemaakt, maar zonder resultaat. Om die reden heeft zij beroep ingesteld bij Rechtbank Den Haag.

De rechtbank is van oordeel dat het bezwaar tegen de teruggaafbeschikking ontvankelijk is, omdat op het duplicaat van de teruggaafbeschikking volgens de inspecteur ten onrechte de datum 27 juli 2012 in plaats van 7 augustus 2012 vermeld staat. Tussen partijen is niet in geschil dat de vereniging voor haar activiteiten jegens de leden en de activiteiten tegen vergoeding jegens derden btw-ondernemer is. De collectieve juridische acties zijn naar het oordeel van de rechtbank geen btw-belaste activiteit, omdat niet aannemelijk is dat de contributies of andere geldbedragen de vergoeding voor de juridische acties vormen. De rechtbank is van oordeel dat deze activiteit dient ter behartiging van de collectieve belangen van de leden (en soms niet-leden). De kosten voor de juridische acties zijn daarom niet direct toerekenbaar aan een btw-belaste activiteit. Ook kunnen deze kosten niet beschouwd worden als algemene kosten die toerekenbaar zijn aan de algehele bedrijfsactiviteit. Hoewel er een indirecte relatie bestaat tussen de afwikkelingsactiviteiten en de juridische acties kan niet gezegd worden dat hiertussen een rechtstreeks en noodzakelijk verband bestaat. De kosten voor de juridische acties worden immers gemaakt onafhankelijk van de vraag of de vereniging in een latere fase wordt ingeschakeld om de afwikkelingsactiviteiten te verrichten. Van een causaal verband tussen deze kosten en de afwikkelingsactiviteiten is derhalve geen sprake. Daarnaast is ook niet gesteld of gebleken dat deze kosten verdisconteerd zijn in de vergoedingen voor belaste prestaties. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de inspecteur terecht de btw niet in aftrek heeft toegelaten. Aan de vraag of de activiteiten van de vereniging al dan niet btw-vrijgesteld zijn wordt daarom niet toegekomen.

Op de uitkomst in deze zaak valt naar onze weinig af te dingen. Niettemin laat deze uitspraak zien hoe moeilijk de aftrekregels zijn voor ondernemers die belaste en onbelaste prestaties verrichten. Deze regels zijn een waar doolhof waarin iemand die de weg niet kent gemakkelijk in verdwaalt. Juist daarom is het van belang om als een ‘gemengde’ ondernemer goed in kaart te (laten) brengen welke activiteiten verricht worden, of deze btw-belast of onbelast zijn en welke kosten (geheel of deels) aan de btw-belaste activiteiten toerekenbaar zijn. Indien er over deze toerekening van kosten aan btw-belaste activiteiten redelijkerwijs twijfel mogelijk is, verdient het aanbeveling om de in kaart gebrachte toerekeningsgevolgen met de inspecteur af te stemmen.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op