25 januari 2017Geen btw-aftrek BV voor advies- en advocaatkosten IB-procedure DGA

Een btw-ondernemer heeft slechts recht op aftrek indien en voor zover hij de afgenomen prestaties voor zijn btw-belaste activiteiten gebruikt. In de praktijk wordt nogal eens gedacht dat het sturen van een factuur aan een aftrekgerechtigde ondernemer automatisch betekent dat de btw aftrekbaar is. Een recente uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) laat zien dat die gedachte onjuist is.

In deze zaak gaat het om een voormalige groothandel in technische apparaten die heeft verzocht om teruggaaf van de btw op advies- en advocaatkosten. Volgens de inspecteur van de Belastingdienst ziet 30% van de kosten echter op inkomstenbelastingprocedures (hierna: IB-procedures) van de directeur-grootaandeelhouder (hierna: de DGA) en is 30% van de btw op deze kosten niet-aftrekbaar. De groothandel stelt echter dat de correcties in de inkomstenbelasting voortvloeien uit de correcties voor de vennootschapsbelasting (hierna: Vpb) bij de groothandel en dat voor beide procedures hetzelfde is aangevoerd. Kortom, voor de IB-procedures van de DGA heeft de groothandel geen extra kosten gemaakt.

De rechtbank volgt het standpunt van de inspecteur. Volgens de rechtbank zien de advies- en advocaatkosten zowel op procedures voor de btw en Vpb van de groothandel als op de IB-procedures van de DGA. De btw op de kosten voor de IB-procedures van de DGA is volgens de rechtbank niet aftrekbaar, omdat het rechtstreekse en onmiddellijke verband met (de voormalige) belaste handelingen c.q. met de (voormalige) algehele onderneming van de groothandel ontbreekt. Dat de kosten voor de IB-procedures causaal verband houden met de activiteiten van de groothandel (zonder de activiteiten van de groothandel zouden er geen IB-procedures zijn geweest) is voor een dergelijk verband onvoldoende. Verder heeft de groothandel niet bewezen dat door de advocaten alleen kosten zijn gerekend voor de werkzaamheden voor de btw- en Vpb-procedures. De rechtbank concludeert daaruit dat de advocaatkosten deels betrekking hebben op werkzaamheden voor de IB-procedures. Dat de facturen voor de advocaatkosten zijn gericht aan de groothandel, doet daaraan niet af. Volgens de rechtbank is de schatting van 30% niet onredelijk en heeft de groothandel niet met bewijzen (zoals urenstaten) aannemelijk gemaakt dat het percentage lager is.

 Deze uitspraak is in overeenstemming met het Wolfram Becker-arrest van het HvJ. In dit arrest heeft het HvJ geoordeeld dat voor een toerekening van kosten aan de btw-belaste bedrijfsactiviteiten meer nodig is dan een causaal verband. Vereist is dat de kosten ook ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten zijn gemaakt. Het is naar onze mening evident dat onderhavige kosten voor de IB-procedures van de DGA niet ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten van de groothandel zijn gemaakt. Omdat de groothandel niet aannemelijk heeft kunnen maken dat voor de IB-procedures geen extra kosten zijn gemaakt, onderschrijven wij het oordeel van de rechtbank.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op