14 maart 2014Geen btw-aftrek bij inbreng clientèle om niet

De Duitse Heinz Malburg (hierna: Malburg) houdt 60% van de aandelen in de vennootschap Malburg & Partner (hierna: M&P). Op 31 december 1994 wordt M&P ontbonden, waarbij elke vennoot een deel van de clientèle overneemt. Op diezelfde datum richt Malburg een nieuwe vennootschap op, waarin hij 95% van de aandelen bezit. Malburg stelt zijn bij M&P verworven clientèle kosteloos voor bedrijfsgebruik ter beschikking aan de nieuwe vennootschap. Naar aanleiding van de overdracht van clientèle heeft de Duitse fiscus een naheffingsaanslag opgelegd aan M&P. Vervolgens reikt M&P voor de overdracht een factuur met btw uit aan Malburg. Malburg betaalt de factuur en brengt de in rekening gebrachte btw op aangifte in aftrek. De Duitse fiscus weigert deze aftrek echter, omdat Malburg de clientèle niet voor zijn eigen onderneming, maar voor de nieuwe vennootschap (zijnde een van Malburg gescheiden onderneming) gebruikt, zodat aan Malburg – als oprichtend vennoot – geen recht op aftrek van de voorbelasting toekomt.

Naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Duitse rechter heeft het HvJ EU in deze zaak geoordeeld dat Malburg geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting die bij de verkrijging van clientèle is betaald, omdat de kosteloze inbreng niet kwalificeert als economische activiteit. Daarbij overweegt het HvJ EU dat Malburg de clientèle slechts heeft verworven met als enig doel om deze onmiddellijk na de verkrijging om niet voor bedrijfsgebruik ter beschikking te stellen aan een nieuw opgerichte vennootschap waarin hij meerderheidsaandeelhouder is. De clientèle is bovendien niet als investeringsgoed ingebracht in het vermogen van de nieuw opgerichte vennootschap.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op