1 december 2016Geen bezwaar mogelijk tegen weigering uitbreiding fiscale eenheid

Naar het oordeel van Rechtbank Den Haag is het besluit van de inspecteur om het verzoek om uitbreiding van de fiscale eenheid niet in te willigen, geen voor bezwaar vatbare beschikking.

X B.V. c.s. heeft de inspecteur op 22 oktober 2014 verzocht de fiscale eenheid Y N.V. c.s. uit te breiden met de Stichting Z. De inspecteur heeft dit verzoek afgewezen bij besluit van 18 februari 2015, omdat volgens hem niet voldaan is aan de verwevenheidseisen van art. 7, lid 4 Wet OB, te weten financiële, organisatorische en economische verwevenheid. 

X heeft tegen deze afwijzing bezwaar ingesteld en, na afwijzing hiervan, beroep ingesteld bij Rechtbank Den Haag. Alvorens een inhoudelijk oordeel over het geschil te geven, heeft de rechtbank de ontvankelijkheid van het bezwaar en beroep beoordeeld. Naar het oordeel van de rechtbank is het besluit van de inspecteur om de gevraagde beschikking niet af te geven, geen voor bezwaar vatbare beschikking. Uit de Algemene wet rijksbelastingen (Awr) blijkt dat tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit slechts beroep bij de bestuursrechter openstaat als sprake is van een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking. Degene aan wie het recht is toegekend beroep in te stellen, moet eerst bezwaar maken. Uit de Wet OB volgt vervolgens dat uitsluitend bezwaar kan worden gemaakt als de inspecteur bij de beschikking daadwerkelijk twee of meer ondernemers aanmerkt als één ondernemer. Hiervan is in casu geen sprake, nu de inspecteur slechts heeft meegedeeld dat hij het verzoek om uitbreiding van de fiscale eenheid niet inwilligt, aldus de rechtbank. De inspecteur had het bezwaar tegen het door hem genomen besluit niet ongegrond, maar niet-ontvankelijk moeten verklaren.

 In deze procedure komt de rechtbank niet toe aan de inhoudelijke behandeling van de zaak. De bestaande fiscale eenheid of de stichting had btw over onderlinge prestaties moeten voldoen en tegen deze voldoening bezwaar moeten maken. Een andere mogelijkheid was geweest om over de onderlinge prestatie geen btw te berekenen en de inspecteur te verzoeken om een naheffingsaanslag. In de daaropvolgende bezwaarprocedure had vervolgens het standpunt ingenomen moeten worden dat geen btw verschuldigd is, omdat sprake is van een fiscale eenheid voor de btw. Deze procedure laat zien dat het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht eist dat alvorens bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit van de inspecteur eerst getoetst wordt of hiertegen op grond van de wet bezwaar en beroep mogelijk is. Laat een ondernemer (of zijn gemachtigde) dit na dan neemt hij het risico dat voor niets wordt geprocedeerd. Hierbij kan een ondernemer niet blind varen op de mededeling van de inspecteur dat zijn beslissing voor bezwaar vatbaar is. De bepalingen inzake de ontvankelijkheid van bezwaar en beroep zijn namelijk van openbare orde, zodat de rechter hieraan ambtshalve toetst (lees: ook indien dit punt tussen partijen niet in geschil is). Zie