5 mei 2017Geen bezwaar mogelijk tegen toekennen nieuw btw-nummer aan fiscale eenheid

Op grond van art. 7 lid 4 Wet OB zijn btw-ondernemers die met elkaar zijn verweven een fiscale eenheid voor de btw. Voor de btw is de fiscale eenheid de belastingplichtige waardoor een btw-nummer wordt toegekend aan de fiscale eenheid. Voor het bestaan van een fiscale eenheid is een beschikking niet vereist. Geeft de inspecteur een beschikking af dan kan hiertegen bezwaar en beroep worden ingesteld. Hof Den Bosch heeft moeten oordelen over de vraag of de inspecteur terecht een fiscale eenheid heeft ontbonden en een nieuwe fiscale eenheid bij beschikking heeft vastgesteld. 

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Een holding en haar dochtermaatschappij, vormen samen een fiscale eenheid voor de btw waarbij in 1991 door de inspecteur een beschikking is afgegeven. In de administratie van de Belastingdienst is echter opgenomen dat het toegekende btw-nummer aan de holding is toegekend en dat de fiscale eenheid geen btw-nummer heeft. De fiscale eenheid heeft vervolgens aangifte gedaan onder de naam van de holding met het daaraan toegekende btw-nummer. Na een interne controle bij de Belastingdienst is er door de inspecteur geconstateerd dat de fiscale eenheid geen btw-nummer heeft. Op 23 december 2013 heeft de inspecteur een beschikking afgegeven met de beslissing dat per 1 april 2014 de oude fiscale eenheid wordt ontbonden en een nieuwe fiscale eenheid met een nieuw btw-nummer wordt opgenomen. Tegen deze beschikking heeft de holding bezwaar gemaakt. Het bezwaar is afgewezen door de inspecteur. Het beroep van belanghebbende bij de rechtbank is gegrond verklaard voor zover het ziet op de stelling dat de inspecteur de fiscale eenheid niet mocht verbreken.     

In hoger beroep zijn partijen het erover eens dat de fiscale eenheid vóór, op en na 23 december 2013 voldeed aan de materiële vereisten van art. 7 lid 4 Wet OB. Het hof is van oordeel dat in dat opzicht de inspecteur niet zomaar de fiscale eenheid kon verbreken. Daarnaast bestond er ook geen aanleiding voor een gedeeltelijke herroeping van de beschikking. De beschikking van 23 december 2013 moet worden vernietigd. De beschikking die door de inspecteur is afgegeven, is tweeledig. De beschikking hield enerzijds in dat de fiscale eenheid wordt ontbonden en (opnieuw) wordt ingesteld. Anderzijds ging het om het voornemen om het toekennen van een nieuw btw-nummer aan deze fiscale eenheid, om de omissie van 1991 te corrigeren. Het bezwaar en beroep van belanghebbende ziet daarom ook op het toekennen van een nieuw btw-nummer aan de fiscale eenheid. Op grond van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat tegen het besluit tot het verstrekken van een btw-nummer aan de fiscale eenheid geen bezwaar en beroep open bij de belastingrechter. Het hof is net als Rechtbank Zeeland-West-Brabant van oordeel dat de inspecteur het bezwaar van belanghebbende ten aanzien van het voornemen om een nieuw btw-nummer toe te kennen niet-ontvankelijk moest verklaren. In dat kader is het hof van oordeel dat de belastingrechter niet bevoegd was om te beslissen over het geschil met betrekking tot het toekennen van een nieuw btw-nummer aan de fiscale eenheid. De rechtbank had zich onbevoegd moeten verklaren en moeten bepalen dat er alleen een vordering kan worden ingesteld bij de burgerlijke rechter. Op het hof rust niet de verplichting om de zaak door te sturen naar de civiele rechter. Daarnaast is het van belang dat een civiele procedure eigen procedurele vereisten kent. Belanghebbende mag zelf bepalen of hij een procedure voor de burgerlijke rechter wil starten. Het hof komt dan niet meer toe aan een inhoudelijke toetsing van de stelling van belanghebbende dat de inspecteur de beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden. Deze stelling moet dan worden ingebracht bij de procedure bij de burgerlijke rechter. Het hoger beroep is gegrond en zowel de beschikking van 2013, de uitspraak van de rechtbank als de uitspraak van de inspecteur wordt vernietigd. 

 

 In het belastingrecht geldt een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dit betekent dat bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie bij de belastingrechter alleen openstaat voor gevallen die in de belastingwetgeving worden genoemd. In dit geval was alleen de beslissing van de inspecteur voor het ontbinden en instellen van de fiscale eenheid voor bezwaar (en beroep) vatbaar (zie art. 7, lid 4 Wet OB). Tegen de beslissing inzake het toekennen van een btw-nummer kan slechts een beroep gedaan worden op de civiele rechter. Het is echter de vraag welk belang de fiscale eenheid heeft bij een beroep tegen deze beslissing.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op