13 april 2018Geen beroep bij belastingrechter mogelijk tegen intrekking btw-nummer

 

In Nederland geldt in het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsbescherming. Dit houdt in dat alleen beroep bij de belastingrechter openstaat in de in art. 26 Awr genoemde gevallen (een belastingaanslag, een voor bezwaar vatbare beschikking of de voldoening of afdracht van belasting op aangifte dan wel inhouding van belasting door de inhoudingsplichtige). Omdat degene aan wie het recht is verleend beroep in te stellen eerst bezwaar moet maken (art. 7:1 Awb), bepaalt art. 26 Awr ook waartegen bezwaar mogelijk is. Aan de Hoge Raad is voorgelegd of de tegen de beslissing van de inspecteur om het btw-nummer in te trekken beroep bij de belastingrechter mogelijk is. In navolging van A-G Ettema heeft de Hoge Raad deze vraag ontkennend beantwoord.

 

Feiten

In deze cassatieprocedure gaat het om een in Duitsland woonachtige natuurlijk persoon (hierna: de Duitser) die van de inspecteur een brief heeft ontvangen waarin wordt medegedeeld dat zijn btw-nummer wordt ingetrokken. Omdat de Duitser meent dat hij recht heeft op btw-aftrek, stelt hij beroep in bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

 

Procedureverloop

De rechtbank oordeelt dat sprake is van een ingevolge de belastingwet genomen besluit, maar geen voor bezwaar of beroep vatbare beslissing. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en doet de zaak af met een vereenvoudigde behandeling. In deze uitspraak wijst de rechtbank de Duitser op de mogelijkheid zich te wenden tot de burgerlijke rechter (lees: een civiele procedure). Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft de Duitser verzet gedaan. De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Tegen die uitspraak stelt de Duitser cassatieberoep in. Naar zijn mening is het intrekken van het btw-nummer hetzelfde als het weigeren van de btw-aftrek, omdat het na het intrekken van het btw-nummer niet meer mogelijk is via de btw-aangifte btw-aftrek te claimen. Daarnaast is hij van mening dat art. 214 btw-richtlijn eist dat tegen de intrekking van het btw-nummer bezwaar en beroep kan worden ingesteld. A-G Ettema (hierna: de A-G) heeft de Hoge Raad geadviseerd te oordelen dat de cassatiemiddelen falen. Toch meent de A-G dat het cassatieberoep wel gegrond is, omdat de rechtbank de zaak niet door middel van een vereenvoudigde behandeling had mogen afdoen. De rechtbank had de normale procedure moeten volgen (lees: met een onderzoek ter zitting) en vervolgens een uitspraak moeten doen waarin zij zich onbevoegd verklaart. De rechtbank heeft het verzet daarom ten onrechte ongegrond verklaard.

 

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt in navolging van de A-G dat een besluit tot intrekking van het btw-nummer weliswaar een ingevolge de belastingwet genomen besluit is, maar dat tegen dit besluit op grond van enige bepaling van de belastingwet geen bezwaar of beroep openstaat. Dit betekent dat het geschil over intrekken van het btw-nummer niet aan de belastingrechter of de algemene bestuursrechter kan worden voorgelegd, maar dat de Duitser zich moet wenden tot de civiele rechter. Ambtshalve oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring ten onrechte ongegrond heeft verklaard. De rechtbank heeft het beroep van de Duitser namelijk ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Zij had het beroep moeten ontvangen en beoordelen of tegen het ingevolge de belastingwet genomen besluit voor bezwaar vatbaar is. Het beroep van de Duitser was dus niet niet-ontvankelijk, maar ongegrond. Voor de Duitser betekent dit dat het door hem betaalde griffierecht voor de behandeling van de zaak door de rechtbank en de Hoge Raad wordt vergoed.

In de literatuur is al vele malen gepleit voor de afschaffing van het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht en – conforme het algemene bestuursrecht – over te gaan op een open stelsel van rechtsbescherming. Dit pleidooi houdt in dat tegen alle besluiten van de inspecteur bezwaar en beroep mogelijk is, tenzij de wet dit uitsluit (art. 8:1 Awb e.v.). De angst voor (nog) meer bezwaar- en beroepsprocedures lijkt voor de wetgever de belangrijkste reden te zijn om aan die oproep vooralsnog geen gehoor te geven. Angst is echter geen goede raadgever. De invoering van het open stelsel van rechtsbescherming in het algemene bestuursrecht heeft namelijk niet tot een explosie van het aantal bezwaar- en beroepsprocedures geleid. Het is daarom maar zeer de vraag of de angst voor een enorme toename van het aantal belastingzaken gegrond is. Afgezien daarvan, aan het vasthouden aan het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht kleven belangrijke nadelen. In de eerste plaats is een civiele procedure minder toegankelijk (in beginsel verplichte procesvertegenwoordiging, de mogelijkheid tot veroordeling in de proceskosten van de wederpartij etc) dan een belastingprocedure. Daarnaast beschikt de burgerlijke rechter niet over de benodigde fiscale kennis om deze zaken op een bevredigende wijze te kunnen behandelen. Naar onze mening zou het alleen al vanwege deze nadelen aanbeveling verdienen het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht los te laten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op