10 september 2015Full exchange service handelsplatform door beursonderneming niet vrijgesteld van btw-heffing

De fiscale eenheid X B.V. (hierna: X) bestaat uit de vennootschappen A N.V., B B.V. en C B.V. en is opgericht met het doel een alternatief, digitaal handelsplatform te bieden voor aandelen en opties. X zorgt ervoor dat particuliere beleggers onder de best mogelijke voorwaarden de uitvoering van hun orders in verschillende financiële instrumenten kunnen laten verzorgen. C B.V. exploiteert daartoe een multilaterale handelsfaciliteit, een systeem waarmee kopers en verkopers van financiële instrumenten kunnen worden samengebracht. Ten behoeve van dit handelsplatform koopt X diensten in bij een Zweedse beursonderneming. De beursonderneming verleent een full exchange service die uit de volgende diensten bestaat: de licentie voor het gebruik van de benodigde hard- en software en de configuratie en implementatie naar de wensen en voorwaarden van X (tegen een vaste fee) en het feitelijk opereren en beheer van het handelsplatform waarbij X eindverantwoordelijk is voor het naleven van de regels conform Wft en MiFID (tegen een fee die afhankelijk is van aantal transacties). Dankzij het systeem van de Zweedse beursonderneming worden vraag en aanbod aan elkaar gekoppeld. 

De beursonderneming factureert haar diensten aan X onder verwijzing naar de btw-verleggingsregeling. De inspecteur is van mening dat X te weinig verlegde (niet-aftrekbare) btw heeft aangegeven en over 2009 en 2010 een bedrag van ruim € 0,5 miljoen nageheven en een verzuimboete opgelegd. X meent dat de diensten die zij heeft afgenomen, zijn vrijgesteld van btw-heffing als (bemiddeling bij) handelingen inzake effecten en andere waardepapieren. Voorts doet zij een beroep op het beginsel van fiscale neutraliteit. Om die reden heeft zij tegen de opgelegde naheffingsaanslag en boete bezwaar aangetekend en over het derde kwartaal van 2012 verlegde btw voldaan en tegen deze voldoening eveneens bezwaar aangetekend. Na ongegrondverklaring van het bezaar, heeft Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg geoordeeld dat X in de betreffende tijdvakken verlegde btw verschuldigd was, maar dat de verzuimboete ten onrechte is opgelegd omdat sprake is van een pleitbaar standpunt. Tegen deze uitspraak heeft X hoger beroep ingesteld bij Hof Amsterdam.

Het hof is van oordeel dat de diensten die X heeft afgenomen, weliswaar afzonderlijk afgenomen kunnen worden maar dat in de gegeven omstandigheden -X wenst juist de full exchange service- de elementen zo nauw met elkaar verbonden zijn dat sprake is van één economische prestatie aan X. Partijen zijn eenparig van oordeel dat de diensten die X zelf verricht btw-vrijgestelde handelingen inzake effecten zijn. In geschil is of ook de afgenomen full exchange service btw-vrijgesteld is. Naar het oordeel van het hof kan niet gezegd worden dat X de exploitatie van de beurs heeft uitbesteed en is evenmin sprake van een dienst door de beursonderneming die op zichzelf beschouwd de kenmerkende en essentiële elementen bevatten van de btw-vrijgestelde handelingen inzake aandelen. Veeleer is, aldus het hof, sprake van technische en administratieve voorzieningen die het X mogelijk maken haar beursactiviteiten uit te voeren. Veronderstellenderwijs dat, zoals X stelt, ook de matching aan de beursonderneming moet worden toegerekend dan geldt ook in dat geval dat de btw-vrijstelling toepassing mist. Door X is niet aannemelijk gemaakt dat de dienst van de beursonderneming kwalificeert als de btw-vrijgestelde bemiddeling bij de verkoop van effecten. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat van een schending van het neutraliteitsbeginsel geen sprake is.

Deze uitspraak toont aan hoe belangrijk het is dat instellingen die (deels) niet-aftrekgerechtigd zijn, zoals gemeenten, scholen, verzekeraars en banken, bij het inkopen van diensten van een buitenlandse onderneming zich ervan bewust moeten zijn dat zij hierover in Nederland (geheel of deels niet-aftrekbare) btw verschuldigd kunnen zijn. Zeker indien, zoals in deze zaak, een factuur van een buitenlandse onderneming wordt ontvangen met ‘btw verlegd’ moeten de ‘alarmbellen’ gaan rinkelen. De praktijk leert echter dat het ‘btw-aspect’ bij het sluiten van contracten met buitenlandse ondernemingen nogal eens over het hoofd wordt gezien. Dit kan leiden tot forse naheffingsaanslagen en boetes. Het verdient daarom aanbeveling om bij het inkopen van diensten van buitenlandse ondernemingen, zoals de inkoop van licenties, leasing van apparatuur, altijd te (laten) beoordelen of er btw verschuldigd is. Zie