30 juni 2020Fotoprints niet aangeschaft in verband met economische activiteiten, maar voor persoonlijke doeleinden leidinggevende en echtgenote

Een holding is bestuurder van een werkmaatschappij waarin een supermarktfiliaal wordt geëxploiteerd. De holding ontvangt hiervoor een managementvergoeding. De holding heeft bij een galerie twee fotoprints gekocht. De fotoprints worden vervolgens opgehangen in de woning van de dga van de holding. De btw op de fotoprints heeft de holding in aftrek gebracht.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat door de holding niet aannemelijk is gemaakt dat de fotoprints zijn aangeschaft voor de economische activiteiten van de holding, maar voor de dga en zijn echtgenote. De fotoprints hangen in de woning van de DGA en zijn echtgenote en het is aannemelijk dat zij voldoen aan de eisen die de DGA en zijn echtgenote stellen wat betreft smaak. De holding heeft niet duidelijk kunnen maken wat het verband is tussen de fotoprints en de managementactiviteiten van de holding. De Belastingdienst heeft volgens de holding de btw terecht nageheven.

Om te bepalen of een btw-ondernemer recht op aftrek heeft, moet de btw-ondernemer drie dingen toetsen:

  1. Is de btw-ondernemer de afnemer van het geleverde goed of de verrichte dienst?
  2. Is de btw in rekening gebracht op een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur?
  3. Wordt het goed of de dienst gebruikt voor belaste activiteiten?

In deze casus wordt niet aan voorwaarde 1 voldaan; de fotoprints worden niet gebruikt voor belaste handelingen van de ondernemer (de holding), maar voor persoonlijke doeleinden van de dga. Daarnaast is het maar de vraag of aan voorwaarde 1 wordt voldaan. De holding ontvangt weliswaar de factuur, maar het lijkt erop dat de dga de feitelijke beschikkingsmacht hier heeft.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op