19 maart 2013Fictieve dienst beperkt tot aandeel in mede-eigendom

Sinds 1 januari 2007 is het privégebruik van bedrijfsgoederen om niet gelijkgesteld met diensten tegen vergoeding, waardoor een fictieve dienst in het leven geroepen is. Met deze regeling voorkomt de wetgever dat bedrijfsgoederen volledig of gedeeltelijk btw-vrij voor privédoeleinden gebruikt worden, zoals het privégebruik van een woon/bedrijfspand of een auto. Voor het privégebruik van onroerende goederen geldt sinds 2011 een afwijkende regeling, zie 10.6.1.

Een btw-ondernemer, die naast zijn functie als directeur-grootaandeelhouder (dga) van een B.V. vanaf 2004 onroerend goed verhuurt, heeft in de jaren 2004 en 2005 tezamen met zijn partner een woning laten bouwen. De ondernemer en zijn partner zijn ieder voor 50% mede-eigenaren van deze woning. De ondernemer heeft alle btw die drukte op de bouw van deze woning als voorbelasting in aftrek gebracht. Na de ingebruikneming in 2006 gebruikt de ondernemer de woning voor het grootste gedeelte privé. Het zakelijke gebruik van de woning bestaat uit het gebruik van de werkkamer ten behoeve van de verhuur van onroerend goed. Daarnaast verricht de ondernemer vanuit zijn woning werkzaamheden voor de B.V. waarvan hij dga is. Met de B.V. is echter noch een verhuurovereenkomst gesloten, noch een vergoeding bedongen. De inspecteur van de Belastingdienst heeft de ondernemer een naheffingsaanslag opgelegd, omdat het privégebruik van de woning naar zijn mening aan te merken is als een fictieve dienst. De ondernemer stelt daarentegen, met een beroep op het Van der Steen-arrest, dat hij als dga nooit btw-ondernemer is geweest en de door hem in aftrek gebrachte btw door toepassing van het vertrouwensbeginsel niet kan worden nageheven. 

Rechtbank Arnhem heeft in deze zaak geoordeeld dat het beroep van de ondernemer op het Van der Steen-arrest niet slaagt, omdat reeds sprake is van btw-ondernemerschap door de verhuur van onroerend goed. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de btw-aftrek door  de ondernemer beperkt had moeten blijven tot zijn aandeel in de mede-eigendom van de onroerende zaak, in casu 50%. De fictieve dienst is slechts van toepassing ten aanzien van dit deel van de onroerende zaak. Dat de ondernemer ten onrechte 100% btw-aftrek heeft genoten, doet hieraan niet af. 

Zie 10.6.1 voor meer informatie over het privégebruik van bedrijfsgoederen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op