23 juni 2015Failliete tandartsenpraktijk geen btw-aftrek kosten curator

Een tandartsenpraktijk is op 15 december 2009 failliet verklaard. De curator die belast is met de vereffening van de boedel heeft op 23 juli 2012 verzocht om een btw-teruggaaf, zijnde de btw op de kosten die hij heeft gemaakt in het kader van zijn werkzaamheden. De curator beroept zich hiervoor op het feit dat hij op grond van de Faillissementswet en de Awr in de plaats is getreden van de rechten en de bevoegdheden van de failliete tandartsenpraktijk. De inspecteur heeft dit verzoek afgewezen en deze beschikking in bezwaar gehandhaafd. Tussen partijen is niet in geschil dat de tandartsenpraktijk voor het faillissement geen recht op btw-aftrek had. Ook is niet in geschil dat de belastingplicht van de tandartsenpraktijk niet door het faillissement geëindigd is.

Rechtbank Noord-Holland heeft het beroep ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft de tandartsenpraktijk alleen btw-vrijgestelde activiteiten verricht waarvoor geen recht op aftrek bestond. Dat de curator tegen vergoeding btw-belaste handelingen verricht kan niet aan de failliete tandartsenpraktijk worden toegerekend. In hoger beroep heeft Hof Amsterdam zich bij dit oordeel aangesloten en hieraan toegevoegd dat de klacht dat hierdoor het neutraliteitsbeginsel wordt geschonden faalt nu de (richtlijn)wetgever uitdrukkelijk bedoeld heeft om alleen een aftrekrecht toe te kennen aan de ondernemer indien en voor zover sprake is van aftrekgerechtigde prestaties.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep tegen de uitspraak van het hof verworpen. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft de curator btw-belaste handelingen verricht aan de tandartsenpraktijk. De door de curator in rekening gebrachte btw kan de tandartsenpraktijk slechts in aftrek brengen voor zover de kosten van de vereffening verband houden met btw-belaste handelingen die voorafgaand aan het faillissement zijn verricht dan wel btw-belaste handelingen die deze ondernemer (althans de curator namens hem) nadien jegens derden heeft verricht. Nu de tandartsenpraktijk niet heeft aangevoerd dat de door de curator uitgevoerde werkzaamheden zijn verricht met het ook op btw-belaste prestaties van de tandartsenpraktijk, heeft het hof terecht geoordeeld dat de tandartenpraktijk niet heeft aangetoond zij dat btw-belaste handelingen heeft verricht waarvoor zij de diensten van de curator heeft gebruikt.

Naar onze mening is de beslissing van de Hoge Raad niet verrassend. Wij begrijpen dan ook niet waarom in deze zaak tot en met de Hoge Raad is geprocedeerd. Voor meer informatie over het recht op btw-aftrek zie