22 juli 2015Factuurvermelding korting contante betaling geen vereiste voor btw-aftrek afnemer

Het is voor een afnemer bij de bepaling van de hoogte van  zijn btw-aftrek niet van belang of zijn leveranciers bij de voldoening van de verschuldigde btw al dan niet rekening gehouden hebben met de korting voor contante betaling, aldus een recent oordeel van Rechtbank Gelderland. 

De term ‘korting voor contante betaling’ houdt in dat een afnemer korting krijgt als hij op tijd betaalt. Uit art. 29, lid 3 Wet OB jo. art. 2, lid 1 Uitv.Besl. OB volgt dat over deze verleende korting geen btw verschuldigd is, op voorwaarde dat men de korting op een factuur direct in mindering brengt.  

In 2013 heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden bij btw-ondernemer X. In de administratie van X bevonden zich inkoopfacturen, veelal van buitenlandse leveranciers, waarop X een betalingskorting had ontvangen. Deze korting stond vaak niet op de facturen vermeld, maar X  had in die gevallen zelf “-3%” op de facturen genoteerd en de kortingsbedragen in een grootboekrekening verantwoord. X bracht vervolgens in veel gevallen de in rekening gebrachte btw volledig in aftrek, zonder rekening te houden met het feit dat de korting niet op de factuur vermeld stond, zo bleek uit een steekproef. De inspecteur van de Belastingdienst heeft over het jaar 2007 daarom een naheffingsaanslag van ruim € 6.800 met boete en rente opgelegd. X heeft hiertegen bezwaar en beroep aangetekend. In geschil is met name of sprake is van een korting voor contante betaling en of de inspecteur de steekproefmethode juist heeft toegepast. 

Rechtbank Gelderland heeft in deze zaak geoordeeld dat X aannemelijk heeft gemaakt dat zij met haar leveranciers een korting voor contante betaling is overeengekomen. Dat X hiertoe zelf het initiatief heeft genomen door haar leveranciers hierover te benaderen of zelf op eigen initiatief een betalingskorting toe te passen, doet hieraan niet af. De leveranciers hebben hier immers uitdrukkelijk of stilzwijgend mee ingestemd. De rechtbank is het oneens met de stelling van de inspecteur dat uit de Wet OB en het Uitvoeringsbesluit zou blijken dat een korting voor contante betaling slechts aan de orde is als de leverancier deze op de factuur vermeldt. Daarnaast heeft X onweersproken gesteld dat door haar leveranciers geen creditfacturen zijn uitgereikt ter zake van de betalingskorting. Het is, aldus de rechtbank, voor X – als afnemer – niet van belang of zijn leveranciers bij de voldoening van de verschuldigde btw al dan niet rekening gehouden hebben met de korting voor contante betaling. Mocht dit niet het geval zijn, dan kan dit in elk geval niet leiden tot een naheffing bij X. De naheffingsaanslag moet daarom worden vernietigd.

Zie