25 januari 2017Exploitatie park voor kunst en cultuur als geheel economische activiteit

Een btw-ondernemer heeft recht op btw-aftrek indien en voor zover hij de afgenomen goederen of diensten voor belaste activiteiten gebruikt (art. 15, lid 1 Wet OB). Toch betekent deze regel niet dat de btw op kosten die feitelijk betrekking hebben op een niet-economische activiteit nooit aftrekbaar is. Een recente zaak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant laat dit zien.

In deze zaak gaat het om een exploitant van een park (hierna: de exploitant) die diverse activiteiten verricht op het gebied van kunst, cultuur en natuur. De inspecteur van de Belastingdienst is van mening dat er daarbij sprake is van niet-economische activiteiten, die tot een aftrekbeperking leiden.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat dat niet het geval is, omdat het park als één geheel wordt geëxploiteerd en daarmee uitsluitend sprake is van economische activiteiten. De rechtbank leidt o.a. uit het verdienmodel van het park af dat de exploitant vanwege de nauwe onderlinge samenhang al sinds haar oprichting één totaalpakket aan activiteiten verricht. Het totaalpakket is erop gericht zoveel mogelijk bezoekers aan te trekken om daarmee voldoende inkomsten te genereren voor het herstel, de instandhouding en het onderhoud van het park en voor de activiteiten in het park. Met een kwalitatief goed park en de betaalde en gratis activiteiten worden weer bezoekers getrokken, etc. Mede gelet op dit verdienmodel heeft de exploitatie van het park een overwegend commercieel karakter, waardoor sprake is van exploitatie van het park als één geheel van uitsluitend economische activiteiten. De btw-aftrek wordt daardoor enkel beperkt door de btw-vrijgestelde economische activiteiten van de exploitant.

 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de gratis activiteiten van de exploitant van het park één onlosmakelijk geheel vormen met de activiteiten tegen vergoeding. Dat is conform de jurisprudentie van de Hoge Raad. In de jurisprudentie van het HvJ wordt niet getoetst of de niet-economische activiteit een onlosmakelijk geheel vormt met de economische activiteit(en), maar of de kosten voor de niet-economische activiteit onlosmakelijk zijn verbonden met de economische activiteit(en). Het zou derhalve wenselijk zijn als de Hoge Raad zijn jurisprudentie op dit punt aanpast. Overigens zal de aanpak van de Hoge Raad naar onze mening niet snel tot andere uitkomsten leiden dan de aanpak van het HvJ. Voor de praktijk onderstreept deze uitspraak van de rechtbank dat ook indien een btw-ondernemer niet-economische activiteiten verricht, zoals gratis activiteiten, recht op btw-aftrek kan bestaan.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op