12 januari 2018Exploitant hostels btw verschuldigd over toeristenbelasting

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat in dit geval de toeristenbelasting onderdeel is van de vergoeding waarover X btw verschuldigd is.

Feiten

BV X (hierna: X) exploiteert hostels in diverse gemeenten in Nederland. De gemeenten hebben in verband daarmee toeristenbelasting in rekening gebracht aan X. X heeft de toeristenbelasting doorberekend aan haar gasten via een all-in kamerprijs. Op de afrekening heeft X de kamerprijs en de vergoedingen voor de overige diensten zij aan haar gasten verleent, vermeld, inclusief btw. De toeristenbelasting is niet vermeld. Verder heeft X op de afrekening vermeld op welke bedragen hij de verschillende btw-tarieven heeft toegepast. Bij ‘BTW 0%’ stond het bedrag dat X aan toeristenbelasting verschuldigd was. Ook daar heeft X de term ‘toeristenbelasting’ niet gebruikt. In geschil is of X over het bedrag aan toeristenbelasting dat zij aan verschillende gemeenten heeft betaald, terecht geen btw heeft voldaan. X stelde namelijk dat de toeristenbelasting een uitschot van belastingen is als bedoeld in art. 4, lid 1, onderdeel c, Uitvoeringsbesluit Wet OB.

Rechtbank Noord-Holland

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat in dit geval de toeristenbelasting onderdeel is van de vergoeding waarover X btw moet voldoen. De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 8 mei 1995 waarin de Hoge Raad stelde dat ‘een toeristenbelasting kan slechts dan tot de uitschotten van belasting worden gerekend indien zij naar evenredigheid van de dienst – het bieden van gelegenheid tot verblijf – verschuldigd is door degene die de dienst verricht en als zodanig afzonderlijk en naar evenredigheid van de dienst wordt doorberekend aan degene aan wie de dienst wordt bewezen’. De rechtbank luidt uit bovengenoemd arrest af dat de specificatie van het in rekening gebrachte bedrag als zijnde ‘toeristenbelasting’ noodzakelijk is om de toeristenbelasting te kunnen rekenen tot de uitschotten van belasting. De rechtbank stelt dat in dit geval X de door haar verschuldigde toeristenbelasting per overnachting heeft doorberekend aan haar gasten. X heeft dit echter ongespecificeerd gedaan, op de afrekening wordt de toeristenbelasting immers niet als zodanig vermeld. Het slechts op de afrekening of facturen vermelden van het bedrag van de toeristenbelasting met de toevoeging ‘BTW 0%’ kan niet worden aangemerkt als het afzonderlijk in rekening brengen van die belasting. Dat in de communicatie-uitingen aangaande de overnachtingen melding wordt gemaakt van het feit dat toeristenbelasting in rekening zal worden gebracht, kan evenmin worden aangemerkt als het afzonderlijk in rekening brengen van die belasting, ook niet in samenhang met de vermelding van het bedrag aan toeristenbelasting bij het onderdeel BTW 0%. De rechtbank verklaart het beroep van X ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslag btw.

De factuur staat centraal in de btw. Voor de heffing van btw is namelijk de uitgereikte factuur beslissend. Er bestaat geen verplichting om een factuur uit te reiken aan particulieren. Dit betekent echter niet dat de in deze zaak uitgeschreven facturen kunnen worden genegeerd. Wanneer er een factuur is verstrekt, dan moet hiermee ook voor de btw rekening worden gehouden. Hier heeft de keten van hostels zichzelf in de vingers gesneden door facturen uit te reiken aan hun gasten. Maar meestal willen gasten een factuur ontvangen voor hun verblijf. In deze casus blijkt maar weer eens dat een klein foutje op de factuur in de praktijk meteen grote gevolgen kan hebben. Indien u te maken heeft met toeristenbelasting let er dan op dat de specificatie van het in rekening gebrachte bedrag als zijnde ‘toeristenbelasting’ noodzakelijk is om geen btw verschuldigd te zijn over de toeristenbelasting

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op