22 december 2017Eindejaarstips 2017

INLEIDING

Het jaar 2018 nadert. Dit betekent dat de btw-aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2017 weer ingediend moet worden. BTW-PLAZA wil u hierbij helpen door aan te geven welke posten u in deze btw-aangifte moet meenemen. Daarnaast geeft BTW-PLAZA u enkele eindejaarstips en zetten wij de belangrijkste btw-wijzigingen voor 2018 voor u op een rij. 

ONDERNEMER

Meld verbreking/wijziging fiscale eenheid btw

Ondernemers die zijn opgenomen in een fiscale eenheid voor de btw zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden van de fiscale eenheid. Indien een onderdeel van de fiscale eenheid niet langer economische activiteiten verricht of aan één van de andere voorwaarden (financiële, organisatorische en economische verwevenheid) niet langer wordt voldaan, adviseren wij de inspecteur hiervan op de hoogte te stellen en de fiscale eenheid te verbreken of te wijzigen. Hierdoor eindigt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de uittredende ondernemer(s).

ONROEREND GOED

Optie belaste levering

De levering van gebouwen die op het tijdstip van levering meer dan twee jaar in gebruik zijn of de levering van onbebouwde grond (niet zijnde een bouwterrein) is in principe vrijgesteld van btw-heffing. Partijen kunnen echter kiezen voor een belaste levering, mits de koper het gekochte in het boekjaar van levering en het daaropvolgende boekjaar voor minimaal 90% (voor werkgeversorganisaties, makelaars, reisbureaus, arbodiensten, postvervoersbedrijven en openbare radio- en televisieorganisaties 70%) gebruikt voor belaste activiteiten.

Het opteren voor een btw-belaste levering voorkomt dat de verkoper zijn btw-aftrek deels moet herzien bij een levering van het onroerend goed binnen de herzieningstermijn of zorgt ervoor dat een verkoper een (extra) gedeelte van de aanschaf-btw terugkrijgt. De koper is verplicht om binnen vier weken na afloop van het boekjaar dat volgt op het boekjaar van levering een verklaring aan de verkoper en zijn inspecteur te sturen waarin hij verklaart of al dan niet voldaan is aan het 90%- of 70%-criterium. 

 Heeft u in 2016 onroerend gehuurd waarvoor geopteerd is dan moet u nagaan of u in 2016 voldaan hebt aan het 90%/70%-criterium. Indien dit niet het geval is, dient u dit binnen vier weken na afloop van uw boekjaar in een door u ondertekende verklaring te melden aan de verhuurder én de inspecteur.

TARIEVEN

6%-tarief

Vanaf 1 januari 2018 zullen de geneesmiddelen niet onder het verlaagde btw-tarief vallen indien zij niet beschikken over een handelsvergunning als bedoeld in de Geneesmiddelenwet of expliciet daarvan zijn vrijgesteld. De toepassing van het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen in Tabel I, post a.6. behorende bij de Wet OB 1968 wordt aangescherpt door de opname van de voorwaarde van ‘een handelsvergunning zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet’. Deze aanscherping beoogt de definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ voor de btw weer in overeenstemming te brengen met het doel van het verlaagde btw-tarief en de maatschappelijke opvatting over hetgeen een geneesmiddel is. Dit zal betekenen dat het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen niet (meer) kan worden toegepast bij cosmetische, reinigende en verzorgende producten en andere farmaceutische producten die verhandeld worden met een vergunning als medische hulpmiddelen. Voorbeelden van deze producten zijn sommige (baby)crème, mondwater, insectenspray en anti-roos shampoo, sommige middelen tegen aambeien, acne, blaasontsteking, brandend maagzuur, darmkrampjes, diarree, eczeem, hoesten, hoofdluis, kalknagel, keelpijn, littekens, vaginale (schimmel)infecties, verkoudheid, verstopte neus en wratten. Producten waarvoor een handelsvergunning is afgegeven, worden ingeschreven in het geneesmiddeleninformatiebank (te raadplegen op https://www.geneesmiddeleninformatiebank.nl/nl/).

0%-tarief

De toepassing van het btw-nultarief op de levering en bevoorrading van, alsmede diensten aan commerciële zeeschepen wordt aangepast. In de huidige formulering is de vrijstelling gekoppeld aan zogenoemde zeeschepen, zonder dat daarbij de eis is gesteld dat die zeeschepen ook daadwerkelijk worden gebruikt voor de vaart op volle zee. Per 1 januari 2019 wordt de toepassing van het nultarief aangescherpt en geldt het tarief slecht indien dergelijk schepen voor tenminste 70% daadwerkelijk worden geëxploiteerd voor de vaart op volle zee. Dit betekent dat het nultarief niet meer van toepassing is op de levering en bevoorrading van en diensten aan schepen die (voor meer dan 30%) in de twaalf mijlszone opereren, zoals bijvoorbeeld sleepboten, veerdiensten of commercieel geëxploiteerde jachten. In dat geval is bij lokale leveringen en diensten binnen Nederland het algemene btw-tarief van 21% van toepassing.

VRIJSTELLING

2017: Actualisering besluit btw-vrijstelling verzorging en verpleging van in een inrichting opgenomen personen

Het besluit behorende bij de btw-vrijstelling van art. 11 lid 1 onderdeel c Wet OB is geactualiseerd. Deze btw-vrijstelling ziet op het verzorgen en verplegen van personen die in een inrichting zijn opgenomen en handelingen die daarmee nauw samenhangen.  Dit besluit is in werking getreden op 22 september 2017.

De belangrijkste wijzigingen zijn als volgt:

  • Onderdelen 3.1 is aangepast naar de jurisprudentie van het Hof van Justitie. De diensten van derden die op zichzelf bezien btw-belast zijn, delen in de vrijstelling als die diensten een wezenlijk, inherent en onafscheidbaar deel zijn van de door een inrichting verrichte gezondheidskundige behandeling van de mens met een therapeutisch doel. Een dienst kan enkel als wezenlijk, inherent en onafscheidbaar worden aangemerkt als het een onderdeel is van de gezondheidskundige behandeling waarvan de ene fase niet kan slagen zonder de andere. Daarbij is het niet van belang of de derde een medisch dienstverlener is.
  • Het begrip ‘verzorgingsflat’ is verduidelijkt. Onder verzorgingsflats worden verstaan woonvormen die naar maatschappelijke opvattingen als zodanig kwalificeren. De vrijstelling geldt ook voor woonvormen waarbij naast de verhuur en de daarmee nauw samenhangende prestaties ook nog andere (verzorgende) prestaties worden verricht die substantieel en kenmerkend zijn voor dergelijke prestaties en tevens onderscheidend zijn ten opzichte van de enkele verhuur.
  • Er is (onder voorwaarden) goedgekeurd dat de btw-vrijstelling nu ook geldt voor het verstrekken van spijzen en dranken door commerciële verpleeg- en verzorgingsinrichtingen aan de in de commerciële inrichting opgenomen personen. Commerciële verpleeg- en/of zorginstellingen die ervoor kiezen geen gebruik (meer) te maken van deze goedkeuring, kunnen niet meer op die keuze terugkomen.


Btw-vrijstelling sport per 1 januari 2019 aangepast

Op 3 november is de ‘Startnota’ van het Kabinet Rutte III gepubliceerd. In de Startnota is ook een passage opgenomen over de uitbreiding van de btw-vrijstelling voor sport, die is genoemd in art. 11 lid 1 onderdeel e Wet OB. (hierna: sportvrijstelling). Uit de Startnota blijkt dat de sportvrijstelling per 1 januari 2019 wordt uitgebreid. Dit betreft ten eerste het opheffen van de beperking van de Nederlandse sportvrijstelling tot diensten door sportverenigingen aan de leden. In de tweede plaats dat de Nederlandse sportvrijstelling ook van toepassing moet zijn op de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties/terreinen aan een sportvereniging door gemeenten/stichtingen. In de huidige Nederlandse uitvoeringspraktijk valt deze terbeschikkingstelling meestal onder het verlaagde btw-tarief van 6%.

Btw-koepelvrijstelling geldt niet voor financiële en verzekeringssector

Het HvJ heeft beslist dat diensten van koepelorganisaties aan leden die btw-vrijgestelde prestaties verrichten die niet in art. 132 btw-richtlijn zijn genoemd, zoals financiële diensten, verzekeringsdiensten en de verhuur van onroerend goed, volgens het HvJ niet onder de koepelvrijstelling vallen. De wetgever zal eerst de tekst van art. 11, lid 1, onderdeel u Wet OB moeten aanpassen alvorens deze strikte uitleg van het HvJ te kunnen tegenwerpen aan koepelorganisaties of de leden daarvan. Dit geeft de betreffende koepelorganisaties nog even lucht.

AFTREK VOORBELASTING

Herziening btw-aftrek algemene kosten

Een ondernemer die door hem aangekochte goederen en/of diensten gebruikt voor zowel btw-vrijgestelde als btw-belaste activiteiten, kan in principe slechts een deel van de btw aftrekken. Bij ingebruikneming van de goederen en/of diensten moet de in aftrek gebrachte btw herzien worden aan de hand van de gegevens van het tijdvak van ingebruikneming (omzetverhouding of werkelijk gebruik). Aan het eind van het boekjaar moet de aftrek van btw nogmaals (volledig) herzien worden aan de hand van de gegevens die gelden voor het gehele boekjaar. Te weinig in aftrek gebrachte btw kan in post 5b van de laatste btw-aangifte van het jaar alsnog geclaimd worden. Te veel afgetrokken btw moet in post 5b van deze btw-aangifte als negatief bedrag opgenomen en terugbetaald worden.

Herziening btw-aftrek investeringsgoederen

De aftrek van btw op aangeschafte goederen en diensten is in beginsel definitief na de herziening aan het eind van het jaar van ingebruikneming. Voor investeringsgoederen gaat na afloop van het boekjaar van ingebruikneming een herzieningstermijn van negen (onroerende goederen) of vier (roerende investeringsgoederen) jaren lopen. Met roerende investeringsgoederen wordt in dit kader bedoeld: roerende goederen waarop voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting wordt of zou kunnen worden afgeschreven. Bij herziening wordt getoetst of de mate van aftrek aan het einde van het jaar van ingebruikneming overeenstemt met het gebruik in de vier respectievelijk negen jaren daarna.

Anders dan bij de herziening die aan het einde van het boekjaar van ingebruikneming wordt verricht, wordt bij afwijking in latere jaren echter niet het hele bedrag van de eerder afgetrokken btw gecorrigeerd, maar slechts dat deel wat toerekenbaar is aan het betreffende jaar (1/10e deel bij onroerende goederen, 1/5e bij roerende investeringsgoederen). Wijzigt het gebruik van een onroerend goed in jaar 5 dus van volledig belast naar volledig vrijgesteld, dan betekent dit dat vanaf jaar 5 steeds jaarlijks 1/10e deel van de vroeger afgetrokken btw gecorrigeerd moet worden. Te weinig in aftrek gebrachte btw kan in post 5b van de laatste btw-aangifte van het boekjaar alsnog geclaimd worden. Te veel afgetrokken btw moet in post 5b van deze btw-aangifte als negatief bedrag worden opgenomen en terugbetaald worden.

Herziening blijft achterwege indien het bedrag dat op basis van de herzieningsregels voor aftrek in aanmerking komt niet meer dan 10% verschilt met het bedrag dat in aftrek is gebracht. Deze 10%-regel geldt zowel bij een terug te vragen bedrag als een te betalen bedrag.

Btw-herzieningsregeling kostbare diensten niet per 1 januari 2018

De voorgenomen uitbreiding van de btw-herzieningsregeling naar kostbare diensten per 1 januari 2018 is volgens de Staatssecretaris van Financiën niet haalbaar dat blijkt uit de Nota naar aanleiding van het verslag van Wet afschaffing van de btw-landbouwregeling. De invoering van de herzieningsregeling voor kostbare diensten laat dus langer op zich wachten. Hoe lang dat is onduidelijk. Wat wel blijkt uit de Nota, is dat dit uitstel geen afstel betekent.

Btw-heffing privégebruik zakelijke auto

Bij privégebruik (incl. woon-werkverkeer) van een auto van de zaak door de ondernemer, maten/firmanten of personeel in 2017 moet in de laatste aangifte van het kalenderjaar/boekjaar 21% btw betaald worden over de uitgaven voor dit privégebruik. Indien geen kilometeradministratie is bijgehouden dan is 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en bpm) verschuldigd. Hierop bestaat een uitzondering als na het jaar waarin de auto door de ondernemer in gebruik is genomen vier jaren zijn verstreken, de auto zonder btw is aangeschaft, als er een (sluitende) kilometeradministratie is bijgehouden, als er uitsluitend woon-werkverkeer heeft plaatsgevonden of als er een eigen bijdrage voor het privégebruik wordt betaald. Dit verschuldigde bedrag moet worden opgenomen in rubriek 1d van de btw-aangifte.

De heffing over het privégebruik vindt tijdsevenredig plaats. Een (aftrekgerechtigde) ondernemer die een auto met btw aanschaft en op 1 juli 2017 in gebruik neemt kan derhalve volstaan met een btw-correctie voor het privégebruik van 6/12 x 2,7% x catalogusprijs (incl. btw en bpm).

Btw-correctie zakelijk gebruik privéauto

Een (eenmans)ondernemer die zijn privéauto zakelijk gebruikt, heeft recht op aftrek van de btw op de kosten voor gebruik en onderhoud indien en voor zover hij btw-belaste prestaties verricht. Indien geen kilometeradministratie voorhanden is waaruit blijkt in welke mate de auto voor privédoeleinden is gebruikt, is goedgekeurd dat de btw-aftrek wordt beperkt naar rato van het verwachte privégebruik. Als het verwachte gebruik niet bekend is, moet worden uitgegaan van een zo nauwkeurig mogelijke schatting aan de hand van objectief vast te stellen feiten en omstandigheden, waaronder bijv. ervaringsgegevens.

De (eenmans)ondernemer mag echter ook de btw in aftrek brengen alsof de auto niet voor privédoeleinden wordt gebruikt en in rubriek 1d van de laatste btw-aangifte over 2017 een btw-correctie aangeven van 1,5 % van de catalogusprijs (incl. btw en bpm). Dit is echter uitsluitend toegestaan als uit de administratie niet blijkt in welke mate de auto in 2017 voor privédoeleinden is gebruikt.

Btw-heffing privégebruik investeringsgoederen

Indien een ondernemer een goed dat zowel zakelijk als privé wordt gebruikt volledig tot zijn btw-ondernemingsvermogen heeft gerekend (en de btw dientengevolge volledig in aftrek is gebracht), dient in de laatste aangifte over 2017 een heffing over het privégebruik aangegeven te worden. De heffing over het privégebruik moet worden opgenomen in rubriek 1d van de btw-aangifte. De maatstaf van heffing voor het privégebruik wordt gevormd door de voor de dienst gemaakte uitgaven. De btw-heffing over het privégebruik vindt tijdsevenredig plaats. Dit betekent dat als een gemengd gebruikt goed op 1 juli 201 in gebruik is genomen voor zakelijke en privédoeleinden slechts 6/12 van de ‘normale’ heffing over het privégebruik verschuldigd is. Er bestaat een onderscheid tussen kosten voor de verwerving of vervaardiging van het goed en de kosten voor het onderhoud, verbetering en dergelijke van het goed. Voor de forfaitaire btw-heffing ter zake van het privégebruik van de auto zie btw-heffing privégebruik zakelijke auto.

 Voor onroerende goederen die vanaf 2011 volledig tot het btw-ondernemingsvermogen zijn gerekend, heeft btw-aftrek plaatsgevonden naar rato van het (verwachte) zakelijk gebruik (voor btw-belaste activiteiten). Wijzigingen in het zakelijke en privégebruik op of na het moment van ingebruikneming worden gecorrigeerd op overeenkomstige wijze als bij wijzigingen in het belaste en vrijgestelde gebruik (herziening). Voor de herzieningsregels zie herziening btw-aftrek investeringsgoederen.

Verwervings- of vervaardigingskosten

De kosten die toerekenbaar zijn aan het privégebruik van het verworven of vervaardigde investeringsgoed, moeten worden bepaald op basis van het werkelijk privégebruik. De kosten worden uitgesmeerd over vijf (roerend investeringsgoed) of tien jaren (onroerend goed) waarbij het jaar van ingebruikneming telt als het eerste jaar. 

Het is aan de ondernemer om een methode te hanteren die het werkelijk privégebruik aannemelijk maakt. Dit kan zijn op basis van oppervlakten (m²) of op basis van tijdsaanduidingen (dagen). De ondernemer is gehouden te kiezen voor de methode die het meest aansluit bij het werkelijk privégebruik. Bij investeringsgoederen waarbij gemengd gebruik gelijktijdig plaatsvindt, bijvoorbeeld in een woon/bedrijfspand, kan het privégebruik meestal het beste aannemelijk gemaakt worden op basis van oppervlakten. Een tijdsevenredige berekening is daarentegen een goede methode voor een vakantiewoning die voor zakelijke of privédoeleinden gebruikt wordt.

Onderhouds- en verbeteringskosten e.d.

Ook de kosten die toerekenbaar zijn aan het privégebruik van de kosten voor het onderhoud, de verbetering en dergelijke moet worden toegerekend op basis van het werkelijk privégebruik. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor de berekening bij het verwerven en vervaardigen van het goed. Het privégebruik van de kosten voor onderhoud, verbetering, e.d. wordt volledig belast in het jaar van gebruik.

Btw-heffing over privégebruik diensten

De heffing over het privégebruik van diensten is volgens de staatssecretaris aan de orde bij het privégebruik van extern (met btw) ingekochte diensten zonder vergoeding en het privégebruik van intern door de ondernemer zelf verrichte diensten. Een voorbeeld van laatstgenoemde diensten is de ondernemer met een schoonmaakbedrijf die zijn personeel zijn privéwoning en/of woningen van zijn personeel laat schoonmaken. De btw is verschuldigd over de aan het privégebruik toerekenbare kosten. Dit verschuldigde bedrag moet worden opgenomen in rubriek 1d van de laatste btw-aangifte over 2017. 

Kantineverstrekkingen aan personeel

Het verstrekken van spijzen en dranken aan personeel leidt tot een btw-aftrekcorrectie indien de kosten van de personeelsvoorzieningen (inclusief het verstrekken van spijzen en dranken) per personeelslid meer bedragen dan € 227. Indien de kosten van de personeelsverstrekkingen exclusief het verstrekken van spijzen en dranken minder bedragen dan € 227 bedragen, wordt uitsluitend de aftrek ten aanzien van de kantineverstrekkingen gecorrigeerd. 

Het totaal van de kosten van het verstrekken van spijzen en dranken wordt berekend aan de hand van de volgende formule: 

Kostprijs spijzen/dranken (ex. btw) € ….

Opslag 25% € ….+

Theoretische omzet € ….

Werkelijke omzet (incl. btw) € ….-

Verschil € ….

Aantal personeelsleden …./

Bevoordeling per personeelslid € ….

Het verschil tussen de theoretische omzet en de werkelijke omzet (de vergoedingen die aan het personeel in rekening zijn gebracht), is het bedrag dat uitgegeven is voor het personeel ten behoeve van het verstrekken van spijzen en dranken. Dit bedrag wordt gedeeld door het aantal personeelsleden zodat de verstrekking per personeelslid bekend is. Dit bedrag wordt opgeteld bij de eventuele overige personeelsverstrekkingen en vervolgens getoetst aan de grens van € 227. Blijft het totaal van de personeelsverstrekkingen (inclusief het verstrekken van spijzen en dranken) vervolgens onder deze grens, dan blijft een aftrekcorrectie achterwege. Wanneer de bevoordeling per personeelslid de € 227-grens overschrijdt, moet de aftrek gecorrigeerd worden met 6% btw maal het verschil.

 Volgens Hof Amsterdam geldt deze aftrekcorrectie ook voor het om zakelijke redenen verstrekken van spijzen en dranken door de werkgever aan zijn personeel tijdens (verplichte) vaktechnische overleggen en bijeenkomsten. Deze uitspraak zal met name voor (belasting)advies-, accountants-, notaris en advocatenkantoren relevant zijn.

TERUGGAAF BTW

Oninbare vorderingen

Sinds 1 januari 2017 is het eenvoudiger om de btw op oninbare vordering terug te vragen. De btw is in ieder geval terug te vragen één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden als de factuur op dat moment nog niet is betaald. Een apart schriftelijk verzoek om teruggaaf is niet meer nodig. Het oninbare btw-bedrag mag gewoon in de reguliere btw-aangifte worden meegenomen.

Uiterste betaaldatum vóór 1 januari 2017

Vorderingen die nog niet betaald zijn en waarvan de uiterste betaaldatum vóór 1 januari 2017 lag, worden op 1 januari 2018 als oninbaar aangemerkt. De btw over deze oninbare vorderingen moet worden teruggevraagd in de eerste btw-aangifte van 2018. Het bedrag dat teruggevraagd wordt, moet als negatieve omzet en negatieve btw bij vraag 1a of vraag 1b van die aangifte worden ingevuld.

Uiterste betaaldatum ná 1 januari 2017

Ligt de uiterste betaaldatum van oninbare vorderingen ná 1 januari 2017, dan moet de btw over deze oninbare vorderingen worden teruggevraagd in de btw-aangifte over het tijdvak waarin duidelijk is dat uw klant niet meer zal betalen. De btw kan in ieder geval worden teruggevraagd uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur. Het bedrag dat teruggevraagd wordt, moet als negatieve omzet en negatieve btw bij vraag 1a of vraag 1b van die aangifte worden ingevuld.

 Vorderingen die in 2016 opeisbaar zijn geworden worden geacht op 1 januari 2018 niet meer te worden betaald!

De eenjaarstermijn geldt vanaf 1 januari 2017 ook voor de afnemer (voor 2016 geldt een tweejaarstermijn). Dit betekent dat de afnemer die een jaar na de opeisbaarheid van de vordering nog niet heeft betaald de in aftrek gebrachte btw weer verschuldigd is. Betaalt hij daarna alsnog dan mag hij deze btw (naar evenredigheid van de betaling) in het ‘betalingstijdvak’ weer in aftrek brengen. 

Als de oninbare vordering wordt overgedragen aan een andere ondernemer (bijv. een factoormaatschappij) dan treedt deze ondernemer in de rechten en verplichtingen van de leverancier of dienstverlener. Echter, voor hem geldt dat hij het recht op teruggaaf van de btw op de oninbare vorderingen niet kan effectueren in zijn btw-aangifte, maar dat hij de inspecteur om de btw-teruggaaf schriftelijk dient te verzoeken.

 Het verdient aanbeveling om vóór het tekenen van een vaststellingsovereenkomst waarbij over een weer finale kwijting wordt verleend bij bijv. betaling van een percentage van de vordering contact met Van Driel Fruijtier btw-specialisten op te nemen. Een dergelijke overeenkomst kan namelijk heel nadelig uitpakken voor de crediteur als daardoor de btw-claim op de fiscus ter zake van het onbetaald gebleven deel van de vordering verloren gaat.

 
Ambtshalve teruggaaf btw

Indien in het verleden ten onrechte of te veel btw op aangifte is afgedragen of te weinig btw in aftrek is gebracht, kan de ondernemer middels een afzonderlijk verzoek aan de inspecteur vragen om deze btw ambtshalve terug te geven. Ten aanzien van ten onrechte of teveel voldane btw die de ondernemer op facturen is vermeld (en die door de afnemer in aftrek kan zijn gebracht), kan de inspecteur nadere voorwaarden stellen, zoals het uitreiken van een herstelfactuur zonder btw en uitschakeling van het verlies van gevaar van belastinginkomsten (lees: de aftrek van de ten onrechte of te veel gefactureerde btw door afnemer).

Zonnepanelen

Op 15 december 2017 is een belangrijke uitspraak van de HR geweest. De HR heeft geoordeeld dat woningeigenaren die in het tijdvak waarin de factuur voor de aanschaf van zonnepanelen is ontvangen per saldo recht hebben op een btw-teruggaaf, niet gehouden zijn dit teruggaafverzoek binnen een bepaalde termijn in te dienen.

 Verzoeken om btw teruggave van zonnepanelen over 2012 hoeven dus niet voor het eind van 2017 worden ingediend. Er geldt geen 5 jaarstermijn. Ná 2017 is het ook nog mogelijk om de btw terug te vorderen.


HEFFING BIJ AFNEMER

Verplichte btw-verlegging voor telecommunicatiediensten

Vanaf 1 september 2017 geldt er een verplichte btw-verleggingsregeling voor telecommunicatiediensten. Vanaf 1 september mag de leverancier op zijn facturen géén btw meer berekenen als de leverancier de telecommunicatiediensten levert aan andere ondernemers die deze telecommunicatiediensten leveren aan hun afnemers. In plaats daarvan vermeldt de leverancier op zijn factuur ‘btw verlegd’. De afnemende ondernemer moet de aan hem verlegde btw in zijn btw-aangifte opnemen. In diezelfde aangifte kan hij onder voorwaarden die btw weer in aftrek brengen.

 De verleggingsregeling geldt alleen op telecommunicatiediensten die in Nederland plaatsvinden en worden verricht tussen ondernemers die deze diensten verrichten.

 
KLEINE ONDERNEMERSREGELING

Een eenmansondernemer of een samenwerkingsverband van natuurlijk personen die in 2017 per saldo niet meer dan € 1.345 aan btw verschuldigd zal zijn, kan verzoeken om ontheffing van de administratieve verplichtingen. Dit verzoek moet voor 1 januari 2018 ingediend zijn. De ontheffing geldt niet voor intracommunautaire verwervingen. 

LANDBOUWREGELING

Per 1 januari 2018 wordt de landbouwregeling afgeschaft, omdat uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Agro, visserij- en voedselketens blijkt dat deze regeling onvoldoende bijdraagt aan de beleidsdoelen. De afschaffing van de landbouwregeling betekent dat de landbouwers vanaf 1 januari 2018, net als andere ondernemers, over hun prestaties btw dienen te voldoen en btw over de aan hen verrichte prestaties kunnen terugvragen.

Er is een overgangsregeling getroffen voor landbouwers die tot 1 januari 2018 onder de landbouwregeling vielen en investeringsgoederen hebben aangeschaft.

  • Met betrekking tot investeringsgoederen die vóór 1 januari 2018 reeds in gebruik zijn genomen, geldt volgens de bestaande herzieningsregels dat het niet mogelijk is om de aftrek in één keer te herzien, maar wordt deze over een aantal jaren verspreid. In dit voorstel wordt echter bepaald dat de landbouwer de btw die in rekening is gebracht wegens de aanschaf van zijn investeringsgoederen die op 1 januari 2018 bij hem in gebruik zijn voor de resterende herzieningsperiode in één keer in aftrek moet brengen op een btw-aangifte over een door de landbouwer zelf te kiezen belastingtijdvak dat aanvangt in 2018.
  • Voor goederen en diensten (inclusief investeringsgoederen) die vóór 1 januari 2018 zijn aangeschaft, maar op 1 januari 2018 nog niet in gebruik zijn genomen, bepaalt het voorstel dat landbouwer met betrekking tot de daar bedoelde goederen en diensten die op 1 januari 2018 nog niet in gebruik zijn genomen, eveneens de aftrek van de ter zake van de aanschaf van deze goederen en diensten in rekening gebrachte btw moet aangeven op een aangifte over een door de landbouwer zelf te kiezen belastingtijdvak dat aanvangt in 2018  overeenkomstig de als gevolg van de afschaffing van de landbouwregeling gewijzigde bestemming van deze goederen en diensten. De landbouwer moet de btw uiterlijk in aftrek brengen in de btw-aangifte over het belastingtijdvak waarin de landbouwer de goederen en diensten in gebruik neemt.

 
MARGEREGELING/REISBUREAUREGELING

Verrekening jaarwinstmarge(s)

Een wederverkoper van margegoederen of een reisbureau (incl. touroperator) die de winstmarge niet per transactie, maar per tijdvak vaststelt (de zogenoemde globalisatieregeling) dient na afloop van het kalenderjaar 2017 de winstmarges van alle aangiftetijdvakken te salderen en het jaarsaldo (de jaarwinstmarge) vast te stellen. De wederverkoper moet de winstmarges van de verschillende tijdvakken salderen per goederensoort, dat wil zeggen: afzonderlijk voor goederen waarop het verlaagde tarief (6%) van toepassing is en voor goederen waarop het algemene btw-tarief (21%) van toepassing is. Na verrekening kan uit de jaarwinstmarge blijken dat minder btw verschuldigd is dan de wederverkoper/het reisbureau in 2017 op aangifte heeft voldaan. In dat geval kan de wederverkoper/het reisbureau de te veel voldane btw door middel van een schriftelijk verzoek terugvragen in het eerste aangiftetijdvak na afloop van 2017. De inspecteur stelt het bedrag dat de wederverkoper terugkrijgt, vervolgens vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Als een wederverkoper/reisbureau in 2017 een negatieve jaarwinstmarge behaald heeft, ontvangt hij, op verzoek, alle in 2017 voldane btw terug ter zake van margeverkopen. Bovendien moet hij de inspecteur schriftelijk verzoeken om de jaarwinstmarge op het negatieve bedrag vast te stellen. De hierop volgende beschikking van de inspecteur is voor bezwaar vatbaar. Het voordeel van de vaststelling van de negatieve jaarwinstmarge is dat de wederverkoper/het reisbureau deze mag verrekenen met de positieve jaarwinstmarge van 2018. Voor de wederverkoper dient de verrekening plaats te vinden per goederensoort, dat wil zeggen afzonderlijk voor goederen waarop het 6%-tarief van toepassing is en voor goederen waarop het 21%-btw-tarief van toepassing is.

BUITENLANDSE BTW

MOSS

Nederlandse ondernemers die elektronische, telecommunicatie- of omroepdiensten verlenen aan particulieren/niet-ondernemers in andere EU-lidstaten zijn hierover sinds 2015 btw verschuldigd in de lidstaat van de afnemer. Om te voorkomen dat een Nederlandse ondernemer zich in verschillende EU-lidstaten moeten registreren en aldaar btw-aangiften moeten indienen, is de Mini One Stop Shop-regeling (MOSS) of -in het Nederlands- de mini-één-loket-regeling in het leven geroepen. Voor het gebruik van de MOSS moet u zich aanmelden bij de Belastingdienst. Het gebruik van de MOSS is niet met terugwerkende kracht mogelijk. 

 Wilt u deskundige hulp bij het registreren voor de MOSS en/of wilt u weten of en, zo ja, in welke EU-lidstaten u btw verschuldigd bent en hoeveel? De btw-specialisten van Van Driel Fruijtier nemen u deze zorg graag uit handen. Ook kunnen zij voor u checken of de facturen voldoen aan de lokale factuurvereisten en, zo nee, wat u dient te veranderen om wel aan deze vereisten te voldoen.

 
Afstandsverkopen

Een ondernemer die (bijv. via een webshop) goederen verkoopt aan particulieren en niet-aftrekgerechtigde ondernemers of rechtspersonen zonder buitenlands btw-identificatienummer in andere EU-lidstaten kan te maken krijgen met een registratieverplichting voor btw-doeleinden in het buitenland. Hiervan is sprake indien de ondernemer zorg draagt voor het vervoer en de verzending naar een andere EU-lidstaat en het door de lidstaat van bestemming vastgestelde drempelbedrag is overschreden. Op de website van BTW-PLAZA kunt u een overzicht downloaden van de buitenlandse grensbedragen voor afstandsverkopen.

 Neem bij overschrijding van één of meerdere drempelbedragen in 2017 (en eventuele vorige jaren) contact met op met de btw-specialisten van Van Driel Fruijtier. Zij kunnen u informeren over de risico’s en de mogelijkheden om ten aanzien van 2017 (en eventuele vorige jaren) alsnog aan de btw-verplichtingen te voldoen. Daarnaast kunnen zij zorgen voor de benodigde btw-registratie(s) evenals het indienen van de periodieke buitenlandse btw-aangiften. Ten slotte kunnen zij voor u nagaan of het in verband met een lager btw-tarief voordeliger is om u vanaf de eerste afstandsverkoop in het buitenland te registreren voor de btw.

 Op dinsdag 5 december 2017 hebben de EU-ministers van Financiën ingestemd met een voorstel dat ervoor zorgt dat e-commercebedrijven vanaf 2021 al hun Europese btw kunnen regelen in het land waar ze gevestigd zijn. Het Mini One Stop Shop-regeling dat sinds 2015 geldt voor elektronische, telecommunicatie en omroepdiensten aan particulieren/niet-ondernemers in andere EU-lidstaten wordt uitgebreid tot de onlineverkoop van goederen aan consumenten. Hiervoor geldt thans nog de regeling voor de afstandsverkopen waarbij door de lidstaten verschillende grensbedragen worden gehanteerd.  Het nieuwe btw-systeem voor e-commercebedrijven gaat dus 
per 2021 in, later wordt het plan uitgebreid met meer grensoverschrijdende handel. Tevens wordt er een EU-brede registratiedrempel ingevoerd van €10.000 om startende e-commercebedrijven niet vanaf de eerste grensoverschrijdende verkoop op te zadelen met administratieve lasten. Indien deze bedrijven onder dit bedragen zitten, hoeven ze niet via het Europees loket hun btw-zaken te regelen, maar kan dit gewoon doen bij de eigen Belastingdienst.  


Teruggaaf buitenlandse btw

Buitenlandse btw die de ondernemer in 2017 in een andere EU-lidstaat heeft betaald, dient uiterlijk op 30 september 2018 te worden teruggevraagd via de elektronische portaalsite van de Belastingdienst. Het verdient aanbeveling om deze datum alvast te noteren in uw agenda. De Nederlandse Belastingdienst stuurt dit verzoek door naar het land dat de teruggaaf moet verlenen.

 Het berekenen van de btw die voor teruggaaf in aanmerking komt, vergt kennis van de lokale btw-regels in de lidstaat van teruggaaf. Het niet zorgvuldig indienen van (hoge) teruggaafverzoeken kan leiden tot nadere vragen van de lidstaat van teruggaaf. Hierdoor kan de terugbetaling van de buitenlandse btw aanzienlijk vertraagd worden. Bovendien wordt een teruggaafverzoek geweigerd indien u zich voor een levering of dienst een btw-nummer in die EU-lidstaat had moeten aanvragen. Wilt u dit risico tot een minimum te beperken? Maak gebruik van de btw- en accijnsteruggavetool op BTW-PLAZA of neem contact op met de btw-specialisten van Van Driel Fruijtier.

 
BTW-AANGIFTE

Pas indien nodig btw-aangiftetermijn aan

Het indienen van een btw-aangifte per kwartaal in plaats van per maand levert een financieringsvoordeel op indien de btw-ondernemer per kwartaal per saldo btw moet betalen. Als een btw-ondernemer -bijv. vanwege goederenleveringen of diensten met 0% btw of diensten aan buitenlandse afnemers- per kwartaal per saldo recht heeft op een teruggaaf van btw dan verdient het aanbeveling om per maand btw-aangifte te gaan doen. Hierdoor beschikt de btw-ondernemer sneller over de terug te ontvangen btw.

Suppletieaangifte

Indien blijkt dat er in de periode van 2012 tot en met 2017 te weinig btw is voldaan moet de btw-ondernemer (op straffe van een vergrijpboete van maximaal 100%) door middel van een suppletieaangifte de onjuist ingediende btw-aangifte(n) herstellen. Het suppletieaangifteformulier is te downloaden op de website van de Belastingdienst, maar kan ook in de beveiligde omgeving elektronisch worden ingevuld en opgestuurd.

 De Belastingdienst controleert de jaarrekeningen actief op openstaande btw-schulden. Indien in de jaarrekening een openstaande btw-schuld staat en de ondernemer geen suppletieaangifte indient dan neemt hij hiermee een risico op een forse vergrijpboete!

Het indienen van een suppletieaangifte kan leiden tot een verzuimboete wanneer de suppletieaangifte bedoeld is voor het herstel van eerder te laag berekende en op aangifte voldane btw. Wanneer de suppletieaangifte vrijwillig wordt ingediend legt de inspecteur geen vergrijpboete op. De inspecteur legt ook geen verzuimboete op indien de verschuldigde btw € 20.000 is of minder of minder is dan 10% van het eerder in het tijdvak waarop de suppletieaangiften betrekking heeft, betaalde bedrag. In andere gevallen bedraagt de verzuimboete 5% van het verschuldigde bedrag met een maximumbedrag van € 5.278. Er mag geen verzuimboete worden opgelegd als er sprake is van afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt.

Een correctie van de laatst ingediende btw-aangifte (derde kwartaal of november 2017) tot een bedrag van € 1.000 mag in de laatste btw-aangifte over 2017 worden verwerkt.

ADMINISTRATIE

Oude administratie

Boeken, bescheiden en andere gegevensdragers moeten normaal gesproken zeven jaar bewaard worden. De wettelijke bewaarplicht geldt voor het grootboek, de facturen van debiteuren en crediteuren, voorraadgegevens, in- en verkoopadministratie, etc. Voor gegevensdragers met betrekking tot onroerende goederen geldt een bewaarplicht van negen jaren na het jaar van ingebruikneming. Het maakt voor de bewaarplicht niet uit of het papieren of elektronische gegevensdragers zijn. De oude administratie waarvoor de bewaartermijn verstreken is kunt u daarom vernietigen, tenzij over deze jaren nog een bezwaar- of beroepsprocedure inzake de btw aanhangig is.

BTW-PLAZA heeft de Eindejaarstips 2017 met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Niettemin aanvaardt BTW-PLAZA geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden in de Eindejaarstips 2017. Niets uit deze Eindejaarstips 2017 mag zonder voorafgaande toestemming van BTW-PLAZA worden overgenomen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op