11 september 2015Eigen bijdrage privégebruik auto staat toepassing BUA niet in de weg

Een btw-ondernemer die zich bezighoudt met fiscale advisering, bedrijfskundige en juridische dienstverlening en accountancy heeft in 2008 en 2009 leaseauto’s ter beschikking gesteld aan haar werknemers. Deze auto’s zijn gebruikt voor zakelijke ritten, woon-werkverkeer en maximaal 15.000 kilometer per jaar aan privéritten. De werknemers betaalden een eigen bijdrage voor privégebruik en (een deel van) de premie voor een allriskverzekering. Aan cliënten berekende hij bovendien een hoger uurtarief bij inschakeling van een werknemer met leaseauto. Ter zake van het privégebruik heeft de ondernemer geen kilometeradministratie bijgehouden, maar gebruikgemaakt van de forfaitaire regeling voor de correctie van het privégebruik van de auto’s door de werknemers.

De ondernemer heeft de btw die drukte op de leasetermijnen, brandstof en onderhoud in 2008 en 2009 als voorbelasting in aftrek gebracht. De door de werknemers betaalde eigen bijdragen heeft hij niet aangegeven als btw-belaste omzet. Aanvankelijk is een correctie van 12% x LB-bijtelling toegepast. De inspecteur van de Belastingdienst heeft de door de ondernemer geclaimde voorbelasting in de bezwaarfase gecorrigeerd met een percentage van 27%. Op grond van het Besluit Uitsluiting Aftrek (BUA) kan in de periode 1 januari 2008 tot 1 juli 2011 namelijk 27% van de werkelijk gemaakte en geadministreerde autokosten waarop btw drukt worden aangemerkt als toerekenbaar aan privé gereden kilometers, indien de auto’s zowel zakelijk als privé worden gebruikt. De ondernemer is hiertegen in verweer gekomen. Zijns inziens biedt het Europese recht geen ruimte voor een correctie op grond van het BUA, omdat de werknemers in casu een meer dan symbolische vergoeding hebben betaald aan de ondernemer. Mocht de BUA-correctie al van toepassing zijn, dan is deze tot een te hoog bedrag vastgesteld, omdat geen rekening is gehouden met de ontvangsten voor de auto’s, aldus de ondernemer.

In eerste aanleg heeft Rechtbank Gelderland in deze zaak geoordeeld dat het BUA van toepassing is. Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde deze uitspraak onder verwijzing naar het Oracle Nederland-arrest. In cassatie heeft A-G Van Hilten (hierna: de A-G) de Hoge Raad geadviseerd het door de btw-ondernemer ingestelde beroep ongegrond te verklaren.

De Hoge Raad oordeelt dat de toepassing van het BUA ingeval voor het privégebruik van de auto door het personeel een (meer dan symbolische) eigen bijdrage wordt betaald niet in strijd is met het Unierecht. Als uitgangspunt geldt dat de ondernemer aannemelijk dient te maken in hoeverre hij recht heeft op aftrek van de btw ter zake van de kosten van het gebruik van de auto. Vaststaat dat de ondernemer geen kilometeradministratie heeft bijgehouden. Naar het oordeel is de ondernemer met de enkele stelling dat de eigen bijdragen ten minste gelijk zijn aan het werkelijke privégebruik niet geslaagd is om te bewijzen in hoeverre hij recht heeft op btw-aftrek ter zake van de autokosten. Om die reden is de inspecteur terecht uitgegaan van de forfaitaire correctie voor het privégebruik van de auto. De Hoge Raad is daarnaast van oordeel dat van strijd met art. 273 btw-richtlijn geen sprake is en dat evenmin sprake is van strijd met het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel.

Het oordeel van de Hoge Raad is niet verrassend. Na het arrest Van Laarhoven was al duidelijk dat een forfaitaire btw-correctie voor het privégebruik slechts dan terzijde kan worden geschoven indien de ondernemer het werkelijke privégebruik aannemelijk maakt. Met hetgeen de ondernemer in deze procedure heeft aangevoerd, is zij niet in deze bewijslast geslaagd. Zie