19 september 2014Eenzijdige creditering deel factuur voldoende bewijs voor prijsvermindering

Een prijsvermindering na het leveren van een goed of het verrichten van een dienst leidt tot een teruggaaf van de btw die drukt op het bedrag waarmee de aanvankelijk overeengekomen prijs is verminderd. In beginsel honoreert de inspecteur het teruggaafverzoek slechts indien de ondernemer een creditnota of herstelfactuur heeft opgemaakt voor de afnemer, die betrekking heeft op de prijsvermindering. A-G Van Hilten heeft recent geconcludeerd dat ook een door de afnemer geweigerde en teruggezonden creditfactuur voldoende kan zijn voor een btw-teruggaaf wegens een prijsvermindering.

A B.V. (hierna: A) heeft in 2006 een licentie verleend aan E B.V. (hierna: E) tegen betaling van een bedrag van € 18 miljoen. E heeft een deel van deze prijs, namelijk € 7 miljoen, betaald. Het resterende bedrag van € 11 miljoen heeft E niet betaald. A heeft in april 2008 een verzoek om teruggaaf van ruim  € 1,7 miljoen btw gedaan, op de grond dat het bedrag van € 11 miljoen niet meer zou worden ontvangen. De inspecteur van de Belastingdienst heeft dit teruggaafverzoek afgewezen, omdat volgens hem niet was aangetoond dat het bedrag niet meer zou worden ontvangen. In 2008 heeft F N.V. de vordering van A op E overgenomen, de licentieovereenkomst beëindigd en E een creditfactuur gestuurd. E heeft deze creditfactuur echter geretourneerd en er daarbij op gewezen dat zij de beëindiging van de overeenkomst nooit heeft geaccepteerd. Bij de btw-aangifte over het vierde kwartaal van 2008 heeft A opnieuw een teruggaafverzoek gedaan, dat opnieuw door de inspecteur is geweigerd.

In eerste aanleg heeft Rechtbank Arnhem in deze zaak geoordeeld dat A geen recht heeft op teruggaaf van het btw-bedrag. In hoger beroep komt het hof tot eenzelfde oordeel. Volgens het hof heeft A niet aannemelijk gemaakt dat de licentieovereenkomst uiterlijk in het vierde kwartaal van 2008 is beëindigd en dat in dit kwartaal een prijsvermindering is verleend. De uitreiking van een creditfactuur is op zichzelf niet voldoende voor het bewijs dat een prijsvermindering is verleend, aldus het hof. Bovendien heeft A niet een deel van de vergoeding terugbetaald aan E (wat veronderstelt dat de vergoeding eerst is ontvangen), maar deze vergoeding nooit ontvangen. Het teruggaafverzoek is daarom terecht geweigerd.

De A-G is van mening dat A een deel van de vergoeding heeft kwijtgescholden. Dat E deze creditfactuur geweigerd heeft doet hieraan niet af, omdat A de vergoeding ook eenzijdig kan verminderen. Het hof heeft daarom ten onrechte geoordeeld dat van een prijsvermindering ex art. 29, lid 1, onderdeel b Wet OB slechts sprake kan zijn indien een deel van de vergoeding wordt terugbetaald. Naar de mening van de A-G kan de Hoge Raad de zaak zelf afdoen en het cassatieberoep van A gegrond te verklaren.

Zie 4.15 voor meer informatie over de teruggaaf van btw bij een prijsvermindering.??

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op