13 mei 2015Drukverlagingsmatrassen consumenten niet belast met 6% btw

Voor de levering van antidecubitusmatrassen geldt het verlaagde btw-tarief van 6%. Naar het oordeel van Rechtbank Zeeland-West-Brabant geldt dit lage btw-tarief niet voor drukverlagingsmatrassen die aan consumenten worden verkocht. 

Een fiscale eenheid voor de btw levert verschillende matrassen. Een van die matrassen is een antidecubitusmatras als bedoeld in Tabel I, post a.37 van de Wet OB waarvan de levering is belast met 6% btw. Deze matras wordt als antidecubitusmatras aangeboden en (nagenoeg) uitsluitend geleverd aan ziekenhuizen en zorginstellingen. Door de matrasdikte is deze matras geschikt gemaakt voor stalen ziekenhuisbedden. De fiscale eenheid verkoopt ook matrassen met een ‘voortreffelijke drukverlaging’ aan consumenten. Deze matrassen worden niet expliciet als antidecubitusmatrassen aangeboden, worden verkocht aan consumenten en zijn vanwege commerciële redenen dikker dan de matrassen die aan ziekenhuizen en zorginstellingen worden verkocht.

De inspecteur heeft op 29 april 2004 goedgekeurd dat de levering van beide matrassen belast is met 6% btw. Bij brief van 8 september 2010 heeft de inspecteur het voornemen bekendgemaakt om deze goedkeuring in te trekken. Met de inspecteur is afgesproken dat de antidecubitusmatrassen belast zijn tegen het 6%-tarief. Ten aanzien van de levering van de drukverlagingsmatrassen is afgesproken dat tot 1 september 2011 het 6%-tarief mag worden toegepast, dat de fiscale eenheid afziet van een beroep op het vertrouwensbeginsel voor de periode daarna en dat de fiscale eenheid de toepasselijkheid van het 6%-tarief vanaf 1 september 2011 aan de rechter mag voorleggen. De fiscale eenheid heeft vanaf 1 september 2011 19% btw voldaan ter zake van de levering van de drukverlagingsmatrassen en bezwaar gemaakt tegen de voldoening van deze btw in het vierde kwartaal van 2011. Na afwijzing van dit bezwaar heeft de fiscale eenheid beroep ingesteld bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De rechtbank is van oordeel dat het 6%-tarief geldt voor medische hulpmiddelen en dat antidecubitusmatrassen als zodanig worden beschouwd. Het doel van dit verlaagde btw-tarief is het verlagen van de financiële lasten voor de gezondheidszorg. Het gaat de wetgever, aldus de rechtbank, om matrassen die kennelijk bedoeld zijn voor gebruik door mensen met een ziekte of handicap. Een dergelijke uitleg is naar het oordeel van de rechtbank richtlijnconform. De rechtbank stelt vast dat de drugverlagingsmatrassen niet als antidecubitusmatrassen worden gepresenteerd. In reclame-uitingen ontbreekt elke verwijzing naar de geschiktheid van de matrassen als antidecubitusmatras. De fiscale eenheid gebruikt voor het promoten van de matrassen aanbevelingen van fysiotherapeuten en bekende topsporters. Gelet op deze feiten acht de rechtbank aannemelijk dat de drukverlagingsmatrassen voor gebruik door een ieder zijn bedoeld en niet speciaal voor mensen die vanwege een ziekte of handicap op zodanige wijze van het bed gebruik maken dat zij een reëel risico op decubitus lopen. De rechtbank is daarom van oordeel dat Tabel I, post a.37 Wet OB niet van toepassing is. Ook het beroep op het beginsel van de fiscale neutraliteit faalt, omdat -anders dan de fiscale eenheid stelt- de drukverlagingsmatrassen zowel qua dikte als qua gebruik anders zijn dan de antidecubitusmatrassen die de fiscale eenheid aan ziekenhuizen en zorginstellingen levert.

Voor meer informatie over het 6%-tarief zie 5.2.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op