25 januari 2017Doorbelasting kosten aan gelieerde stichtingen btw-belast

Wanneer kosten doorbelast worden dan dient beoordeeld te worden of de doorbelaste kosten de vergoeding vormen voor een of meerdere btw-belaste prestaties. Het is dus onjuist om te stellen dat het doorbelasten van kosten een btw-belaste prestatie is. Bij het doorbelasten van kosten moet steeds beoordeeld worden of de doorbelaste kosten de vergoeding vormen voor een economische activiteit en, zo ja, wat voor economische activiteit. Pas als dit helder is kan vastgesteld worden of er in Nederland btw verschuldigd is over deze activiteit en, zo ja, tegen welk tarief.

Rechtbank Gelderland (hierna: de rechtbank) heeft recent een oordeel gegeven over de vraag of ter zake van het doorbelasten van kosten aan gelieerde stichtingen btw verschuldigd is. In deze zaak gaat het om holding die kosten heeft doorbelast aan vier gelieerde stichtingen waaraan zij middelen verschaft en waarvan zij de financiële coördinatie verzorgt. De bestuurder van de holding (hierna: de bestuurder) is in dienst bij een dochteronderneming van de holding. De stichtingen worden bestuurd door de bestuurder en twee andere personen. In 2008 heeft de holding twee keer € 80.000 aan auto- en administratiekosten doorbelast aan haar aandeelhouder, de ‘topstichting’. Daarnaast heeft zij in 2009 € 245.428,10 aan kosten doorbelast aan de gelieerde stichtingen. De inspecteur van de Belastingdienst heeft ter zake van deze doorbelaste kosten btw nageheven. Ook heeft hij de btw-aftrek gecorrigeerd van de financial lease van een Lexus die door de holding om niet ter beschikking is gesteld aan de (werkgever van de) bestuurder en heeft hij btw nageheven ter zake van de (niet aangegeven) verkoop van inventaris en negen auto’s. De inspecteur heeft naast de naheffingsaanslagen ook boeten opgelegd.

De rechtbank oordeelt dat de doorbelasting van de kosten aan de gelieerde stichtingen btw-belast is. Hiervoor acht de rechtbank van belang dat de holding niet zodanig met de vier gelieerde stichtingen is verweven dat de holding met deze stichtingen een fiscale eenheid vormt voor de btw (zie 1.10 voor meer informatie over fiscale eenheid). Omdat de doorbelaste kosten volgens de bestuurder slechts de stichtingen aangaan, kan evenmin sprake zijn van een onbelaste verdeling van kosten voor gemene rekening (zie 4.2 voor meer informatie over kosten voor gemene rekening). De rechtbank acht het daarom juist dat btw is nageheven ter zake de doorbelaste kosten. Ook de overige correcties voor het in aftrek brengen van btw in verband met de financial lease van een Lexus die door de holding om niet ter beschikking is gesteld aan de (werkgever van de) bestuurder en het niet aangeven van btw over de verkoop van inventaris en negen auto’s blijven in stand. De rechtbank laat de boeten in stand, maar kent aan de holding wel een vergoeding van de immateriële schade toe vanwege de te lange duur van de procedure.

 De holding in deze zaak heeft er een ‘potje’ van gemaakt. En dat komt haar duur te staan. De forse naheffingsaanslagen en de boeten blijven in stand. Overigens is het onze ervaring dat bij het doorbelasten van kosten aan gelieerde entiteiten in de praktijk doorgaans te weinig wordt stilgestaan bij de mogelijke btw-consequenties. Deze uitspraak laat zien dat een dergelijke nalatigheid grote consequenties kan hebben. Het is daarom aan te bevelen om bij iedere doorbelasting van kosten die plaatsvindt standaard te (laten) beoordelen of deze kostendoorbelasting aanleiding geeft tot btw-heffing en, zo dit onwenselijk is, te laten onderzoeken of deze btw-heffing voorkomen kan worden door (de structuur zo aan te passen dat voldaan wordt aan de voorwaarden voor) een fiscale eenheid voor de btw of het leerstuk van kosten voor gemene rekening.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op