22 april 2015Doorbelasten kosten nutsvoorzieningen en ophalen afval kan aparte btw-belaste prestatie zijn

Het Poolse Wojskowa Agencja Mieszkaniowa w Warszawie (hierna: Agencja) is een publiekrechtelijke rechtspersoon, die als voornaamste taak de verhuur van onroerend goederen van de staat heeft. Agencja berekent aan de huurders de kosten van nutsvoorzieningen (namelijk elektriciteit, verwarming en water) en afvalophaling door. Met betrekking tot de nutsvoorzieningen berekent Agencja voorschotten, waarvan de hoogte in het huurcontract is bepaald met toepassing van de hiervoor geldende belastingtarieven. Na afloop van het jaar maakt Agencja een eindafrekening op, waarin het saldo van het werkelijke gebruik van iedere huurder wordt bepaald. 

Na het verhogen van de btw-tarieven op 1 januari 2011 vroeg Agencja zich af welke tarieven golden voor de bedragen op de facturen die zij na 1 januari als eindafrekening had uitgegeven. Zij heeft haar vraag voorgelegd aan de Minister Finansów, die aangaf dat de wijze waarop Agencja de btw wilde berekenen onjuist was. Naar de mening van de Minister Finansów maakten de levering van de nutsvoorzieningen en de afvalophaling deel uit van de verhuurdienst, die de hoofdprestatie vormde. Deze verhuurdienst was volgens de Minister vóór 1 januari 2011 belast met 22% en vanaf die datum met 23% btw. Deze conclusie kan grote gevolgen hebben, aangezien voor de levering van water bijvoorbeeld een btw-tarief van slechts 8% geldt. 

Na het instellen van beroep en cassatieberoep zijn in deze zaak prejudiciële vragen gesteld door de Poolse cassatierechter. De rechter vraagt zich ten eerste af of er sprake is van de levering van nutsvoorzieningen en diensten van afvalophaling als de verhuurder deze kosten doorberekent aan de huurder en ten tweede of deze leveringen en diensten onderdeel uitmaken van de verhuurdienst of kwalificeren als hiervan onderscheiden prestaties. 

Het HvJ EU oordeelt in deze zaak, onder verwijzing naar eerdere arresten, dat de leveringen en diensten moeten worden geacht door de verhuurder te worden verricht als deze de overeenkomsten voor de verrichting van de prestaties heeft gesloten met de leverancier en deze kosten doorberekent aan de huurder. De huurder is weliswaar de rechtstreekse afnemer en ontvanger van de prestaties, maar hij is niet degene die deze bij de leveranciers aankoopt. Dit is de verhuurder, die de overeenkomsten heeft gesloten met de leveranciers. 

In antwoord op de tweede vraag oordeelt het HvJ EU dat de verhuur van een onroerend goed en de in het kader daarvan verrichte levering van water, elektriciteit en verwarming en de dienst van afvalophaling moeten worden beschouwd als meerdere onderscheiden en zelfstandige prestaties die vanuit btw-oogpunt afzonderlijk moeten worden beoordeeld, tenzij de handelingen zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij objectief gezien één enkele ondeelbare economische prestatie (lees: verhuur) vormen, waarvan splitsing kunstmatig zou zijn. De nationale rechter zal moeten beslissen of dit in casu het geval is, rekening houdend met de omstandigheden van de verhuur en de in verband daarmee verrichte prestaties en met name de inhoud van de overeenkomst zelf. Het HvJ EU geeft in dit kader aan dat de installatie van individuele meters en de facturatie van de kosten van nutsvoorzieningen aan de hand van het werkelijk gebruik van de huurder een belangrijke aanwijzing is dat het doorbelasten van de kosten van nutsvoorzieningen een afzonderlijke btw-belaste prestatie is. Wat het ophalen van afval betreft is de mogelijkheid om als huurder zelf een contract af te sluiten een aanwijzing dat sprake is van een afzonderlijke btw-belaste dienst. Indien de kosten van het ophalen van het afval ook als afzonderlijke prestatie op de factuur staan dan moet volgens het HvJ EU een aparte btw-belaste prestatie naast de verhuur worden aangenomen.  

Zie