30 oktober 2012Door school opgezette vruchtgebruikconstructie is misbruik van recht

Een bestuurder van een school voor het voortgezet onderwijs (hierna: de bestuurder) schafte roerende investeringsgoederen voor de school aan, gaf deze goederen in vruchtgebruik aan een stichting en huurde de goederen vervolgens terug. Ter zake van het in vruchtgebruik geven van deze goederen heeft de bestuurder btw voldaan. De btw op de aanschafkosten heeft hij volledig teruggevraagd (en gekregen). De stichting bracht de door de bestuurder in rekening gebrachte btw volledig in aftrek vanwege de belaste terugverhuur aan de bestuurder. Deze btw op de huursommen heeft de bestuurder niet in aftrek gebracht. 

Middels deze constructie bespaarde de school circa 70-80% van de btw op de aanschafkosten. In 2000 verleende de inspecteur een teruggaaf voor het derde en vierde kwartaal van 1999 omdat tegen deze constructie vooralsnog niets was in te brengen (inmiddels kennen wij het Halifax-arrest van het HvJ EU), maar onder voorbehoud van correctie bij later onderzoek. Op de brief van de bestuurder waarin staat dat een dergelijk voorbehoud na de controle en de besprekingen niet geldt, reageert de inspecteur niet. In de jaren 2000 tot en met 2003 zijn de teruggaven aan de bestuurder steeds verleend. In 2004 stelt de inspecteur opnieuw een onderzoek in en legt hij een naheffingsaanslag op aan de bestuurder. 

De Hoge Raad heeft in deze zaak geoordeeld dat sprake is van misbruik van recht. Dat de partijen niet gelieerd zijn, doet hieraan naar het oordeel van de Hoge Raad niet af. Daarnaast is een beroep op het vertrouwensbeginsel volgens de Hoge raad door het Hof terecht verworpen: de bestuurder mocht er immers niet op vertrouwen dat de teruggegeven btw niet zou worden nageheven. 

Zie 13 voor meer informatie over misbruik van recht.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op