31 maart 2016Diensten niet-BIG-geregistreerde psychotherapeut niet btw-vrijgesteld

De diensten door een psychotherapeut zijn niet vergelijkbaar met diensten door een GZ-psycholoog en kwalificeren daarom niet als btw-vrijgestelde medische diensten, aldus Rechtbank Den Haag.

X is vanaf 1993 werkzaam als psychotherapeut in zijn praktijk voor integratieve psychotherapie, waar hij behandelingen bij burnout en stress, relatietherapie, Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR), traumabehandeling, behandeling van PTSS, hypnotherapie, rouwverwerking en coaching verzorgt. X heeft een opleiding gevolgd aan het (toenmalig) Instituut voor Toegepaste Hypnose. Daarnaast heeft X diverse certificaten behaald, onder andere voor het volgen van cursussen psychotherapie en medische basiskennis, en diverse bijscholingsprogramma’s gevolgd. X is lid van de beroepsverenigingen European Association for Psychotherapy (EAP), de Nederlandse Associatie voor Psychotherapie (NAP) en het Nederlands Gilde van Hypnotherapeuten (NGVH). X is niet aan te merken als GZ-psycholoog en is niet ingeschreven in het BIG-register.

X is van mening dat de werkzaamheden die hij in de jaren 2004 tot en met 2012 heeft verricht onder de medische vrijstelling vallen, omdat de diensten in de jaren 2004 tot en met 2007 kwalificeren als diensten door een psycholoog en de diensten in de jaren daarna als gezondheidskundige verzorging van de mens door een psycholoog. In al deze jaren is sprake van behandelingen die gelijkwaardig zijn aan de behandelingen door een BIG-geregistreerde GZ-psycholoog, aldus X, die hierbij verwijst naar het niveau van de door hem gevolgde opleiding(en) het feit dat hij lid is van een beroepsorganisatie, die hem tot na- en bijscholing verplicht, waarbij sprake is van intercollegiale toetsing en welke een gedragscode, klachtenregeling en geschillenregeling faciliteert of voorschrijft. Daarnaast stelt X dat artsen hun patiënten naar hem verwijzen voor psychotherapeutische behandelingen en dat ziektekostenverzekeraars die behandelingen vergoeden. Ten slotte is X van mening dat BIG-geregistreerde collega’s zijn werk op kwalitatief hetzelfde niveau waarderen als dat van een GZ-psycholoog. De inspecteur van de Belastingdienst is daarentegen van mening dat de diensten van X niet rechtstreeks onder de vrijstelling kunnen vallen en dat de vrijstelling slechts van toepassing is als X aannemelijk maakt dat zijn handelingen gelet op zijn beroepskwalificaties van een gelijkwaardige kwaliteit kunnen worden geacht als in het geval zij door BIG-geregistreerde (para)medische beroepsbeoefenaars of psychologen zouden zijn uitgevoerd. Dit is volgens de inspecteur echter niet aannemelijk gemaakt, aangezien de opleiding van X geen onafhankelijke en objectieve kwaliteitsbewaking kent en ook de na- en bijscholing en het tuchtrecht door de eigen beroepsorganisatie worden gereguleerd zonder onafhankelijk en objectief toezicht.

Het oordeel van Rechtbank Den Haag in deze zaak luidt dat de diensten van X niet vergelijkbaar zijn met de diensten door een GZ-psycholoog. Allereerst is het opleidingsniveau van X niet vergelijkbaar met het opleidingsniveau van een GZ-psycholoog. Hierbij is van belang dat voor de opleiding die X gevolgd heeft een vooropleiding op (HBO- of WO-)bachelorniveau voldoende is, terwijl de opleiding tot GZ-psycholoog een postdoctorale opleiding is, waarvoor een diploma op masterniveau vereist is. Bovendien is deze laatste opleiding, gelet op het aantal studie-uren, een aanzienlijk langere opleiding. X heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem behaalde certificaten en gevolgde bijscholing dit niveauverschil opheffen. De bijscholingsprogramma’s van het EAP en NAP missen volgens de rechtbank bovendien een objectieve en toetsbare kwaliteitsbewaking. Dit geldt eveneens voor het klacht- en tuchtrecht, waaraan X onderworpen is op grond van zijn lidmaatschap van de beroepsverenigingen EAP en NAP. Voorts heeft X naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk kunnen maken dat zijn behandelingen door (BIG-geregistreerde) eerstelijnsartsen in de praktijk op één lijn gesteld worden met de behandeling door een GZ-psycholoog. Aan het feit dat de behandelingen van X worden vergoed door ziektekostenverzekeraars, kan tot slot niet de conclusie worden verbonden dat de behandelingen gelijkwaardig zijn aan de behandelingen door GZ-psychologen, aldus de rechtbank, omdat dit afhangt van de inhoud van de verzekeringspolis en niet per definitie van de kwaliteit van de behandeling. De rechtbank verklaart het beroep van X dan ook ongegrond.

Deze uitspraak ziet op de btw-wetgeving vóór 1 januari 2013. In de afgelopen periode zijn meerdere nieuwsberichten verschenen over de vrijstelling van diensten door niet-BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaars, zowel vóór als na 1 januari 2013. De staatssecretaris heeft  vorig jaar aangekondigd dat hij zich bezint op een aanpassing van de btw-vrijstelling voor extramurale zorg. Ten aanzien van de jaren tot 2008 vragen wij ons af waarom een beroep is gedaan op het vergelijkbare kwaliteitsniveau met de diensten van een GZ-psycholoog. In die jaren volstond het dat aannemelijk is dat de diensten een vergelijkbaar kwaliteitsniveau hebben als die van een “gewoon” psycholoog. Hierbij komt nog bij dat de Hoge Raad vorig jaar heeft geoordeeld dat hieronder ook psychologen zonder een universitaire opleiding kunnen worden begrepen. Voor deze jaren had de psychotherapeut de ‘bewijslat’ van de fiscale neutraliteit derhalve lager kunnen leggen. Dat de rechtbank op basis van de door haar genoemde feiten en omstandigheden tot het oordeel komt dat de diensten door deze psychotherapeut kwalitatief niet vergelijkbaar zijn met diensten door een BIG-geregistreerde GZ-psycholoog, achten wij, gelet op de beroepskwalificaties, niet onbegrijpelijk. Zie