9 mei 2014Diensten maatschap radiodiagnostisch laboranten aan ziekenhuis btw-vrijgesteld

De Belastingdienst voert diverse btw-procedures tegen zzp-ers en maatschappen in de zorg die medische diensten verlenen aan ziekenhuizen. Van Driel Fruijtier btw-specialisten heeft een maatschap van radiodiagnostisch laboranten in één van deze btw-procedures met succes bijgestaan. ?

In de procedure gaat het om een in 2009 opgerichte maatschap van (voornamelijk) radiodiagnostisch laboranten die overeenkomsten sluit met ziekenhuizen en huisartsenposten voor het verrichten van radiodiagnostische diensten. De maatschap heeft aan de ziekenhuizen en huisartsenposten geen btw in rekening gebracht, omdat zij van mening is dat sprake is van btw-vrijgestelde medische diensten. De inspecteur meent echter dat sprake is van de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, een prestatie die belast is met 19% (thans 21%) btw.

Rechtbank Den Haag stelde in eerste aanleg de inspecteur in het gelijk. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een btw-belaste dienst, omdat de werkzaamheden van de maatschap volgens de overeenkomsten, de algemene voorwaarden en de uitingen bestaan in het ter beschikking stellen van arbeidskrachten die hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid en voor rekening van de opdrachtgever uitvoeren gedurende een vooraf afgesproken aantal uren tegen een vaste vergoeding per uur.

Namens de maatschap heeft Van Driel Fruijtier btw-specialisten hoger beroep ingesteld bij Hof Den Haag. En met succes! Het hof stelt allereerst vast dat niet in geschil is dat de werkzaamheden in het ziekenhuis zijn verricht door BIG-beroepsbeoefenaren en dat deze diensten op zichzelf beschouwd te rangschikken zijn onder de btw-vrijstelling van art. 11, lid 1, onderdeel g, ten eerste, sub a Wet OB (extramurale zorg). Naar het oordeel van het hof verricht de maatschap, de vastgestelde feiten en omstandigheden in aanmerking nemend, door middel van met de vereiste kwalificaties toegeruste personen van een medisch beroep (lees: BIG-beroepsbeoefenaren) diensten op het vlak van de gezondheidskundige verzorging van de mens, hetgeen betekent dat de btw-vrijstelling van art. 11, lid 1, onderdeel g, ten eerste, sub a Wet OB van toepassing is. Voorts merkt het hof, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 19 april 2013, nr. 12/00243, op dat de prestaties van de maatschap in aanmerking komen voor de btw-vrijstelling als bedoeld in art. 11, lid 1, onderdeel c en f Wet OB (intramurale zorg), omdat de maatschap tegen vergoeding gekwalificeerde handelingen verricht in opdracht van dokters of andere verantwoordelijke personen in instellingen voor intramurale zorg ten behoeve van de patiënten.

Commentaar

De uitspraak van het hof, die nog niet is gepubliceerd op rechtspraak.nl, bevat goed nieuws voor zzp-ers en maatschappen in de zorg die medische diensten verlenen aan (en in) ziekenhuizen. Het betoog van de Belastingdienst in deze procedure dat (in wezen) sprake is van het detacheren van personeel aan het ziekenhuis wordt in deze uitspraak door het hof verworpen. Naar onze mening terecht. 
Zoals door Van Driel Fruijtier btw-specialisten in deze procedure is betoogd, is in een situatie waarbij een overeenkomst van opdracht voor het verrichten van medische handelingen in een ziekenhuis waarbij de opdrachtnemer door het ziekenhuis aansprakelijk gesteld kan worden (en dus ook normaliter beschikt over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering) indien fouten worden begaan rechtens een wezenlijk andere situatie dan het sluiten van een detacheringsovereenkomst waarbij de uitlener juist niet aansprakelijk is voor de handelingen die de gedetacheerde onder leiding en toezicht van het ziekenhuis verricht. Het hoeft geen betoog dat gelijke (btw-) behandeling alleen dan rechtvaardig is als de gevallen ook feitelijk en rechtens gelijk(waardig) zijn. Dat het hof beslist dat de diensten door de maatschap aan de ziekenhuizen (op basis van een overeenkomst van opdracht) medische handelingen zijn (en dus geen detachering van maten) achten wij daarom het enige juiste oordeel. 
Voor de fiscale praktijk -de maatschap zal er niet om malen- is het jammer dat het hof geen keuze maakt uit de btw-vrijstellingsbepalingen, maar oordeelt dat de diensten van de maatschap zowel op basis van art. 11, lid 1, onderdeel g als art. 11, lid 1, onderdeel c/f Wet OB is vrijgesteld. Naar onze mening is het niet logisch dat een medische handeling zowel vrijgestelde extramurale zorg als intramurale zorg is. Gezien het arrest van de Hoge Raad, waarnaar het hof verwijst, achten wij de toepasselijkheid van de laatste vrijstellingsbepaling meer voor de hand liggen, omdat de medische handelingen verricht worden in het ziekenhuis.
Ten slotte. Het is nog niet bekend of de staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van Hof Den Haag beroep in cassatie aantekent bij de Hoge Raad. Wij hopen dat hij daarvan afziet en het huidige beleid ten aanzien van zzp-ers en maatschappen in de zorg die diensten verlenen aan en in ziekenhuizen zo spoedig mogelijk intrekt. Voor een aantal zzp-ers en maatschappen in de zorg zal die maatregel hoe dan ook te laat komen.?

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op