28 februari 2013Dga geen recht op btw-aftrek na Van der Steen-arrest

De Hoge Raad oordeelde in 2002 dat het redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is dat de dga die tegen vergoeding van salaris werkzaamheden verricht voor ‘zijn’ B.V. btw-ondernemer is. Het HvJ EU oordeelde op 18 oktober 2007 in het Van der Steen-arrest anders. Naar aanleiding van het Van der Steen-arrest heeft de staatssecretaris op 2 januari 2008 een besluit gepubliceerd waarin hij aangeeft wat de gevolgen zijn van het einde van het btw-ondernemerschap van de dga. Dit besluit is met terugwerkende kracht in werking getreden op 18 oktober 2007. 

Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad uit 2002 is een dga met zijn B.V. opgenomen in een fiscale eenheid. Op 27 december 2007 heeft de dga een personenauto gekocht, waarna de fiscale eenheid de op de auto drukkende btw volledig in aftrek heeft gebracht. De inspecteur heeft vervolgens een naheffingsaanslag opgelegd, omdat volgens hem geen sprake is van btw-ondernemerschap. De fiscale eenheid stelt echter dat aan het besluit waarin de gevolgen van het btw-ondernemerschap worden besproken, geen terugwerkende kracht toekomt, zodat het besluit eerst in werking treedt op 2 januari 2008. 

Rechtbank Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat het feit dat de staatssecretaris het besluit waarin de gevolgen van het btw-ondernemerschap worden besproken pas op 2 januari 2008 heeft gepubliceerd, er niet voor zorgt dat de ondernemer ervan uit mocht gaan dat de dga tot aan de publicatiedatum van het besluit als ondernemer en als onderdeel van de fiscale eenheid zou worden aangemerkt, nu het tegendeel reeds volgt uit het Van der Steen-arrest, dat op 18 oktober 2007 is gewezen. De vraag of aan het besluit terugwerkende kracht toekomt, is derhalve irrelevant. 

Meer weten over de btw-positie van de dga? Bezoek dan onze praktijkbijeenkomst btw en dga!

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op