6 juni 2014Dga en partner btw-ondernemer voor verhuur onzelfstandige werkkamer aan B.V.

Op 1 juni 2009 zijn de partners A en B een samenwerkingsverband aangegaan. Zij hebben het samenwerkingsverband laten registreren als btw-ondernemer. A is dga van C BV, een sloopbedrijf. A en B hebben in 2009 en 2010 een woning laten bouwen, die zij in december 2010 in gebruik hebben genomen. In diezelfde maand heeft het samenwerkingsverband een huurovereenkomst gesloten met C BV met betrekking tot een werkkamer in de woning, die zich bevindt in de kelder met ramen en uitsluitend bereikbaar is via de voordeur, hal en trap van de woning. De werkkamer beschikt niet over eigen sanitaire voorzieningen of keuken. Buiten de huurovereenkomst om heeft het samenwerkingsverband toestemming gegeven om gebruik te maken van de hal, trap en sanitaire voorzieningen. Over april tot en met juni heeft de inspecteur een naheffingsaanslag opgelegd. In geschil is of het samenwerkingsverband recht heeft op aftrek van de btw op de aanschafkosten van de woning.

Door Rechtbank Arnhem is in deze zaak in eerste aanleg geoordeeld dat het samenwerkingsverband de verhuur weliswaar zelfstandig heeft verricht, maar dat de verhuur niet gericht is op het duurzaam verkrijgen van opbrengst en daarom niet kwalificeert als economische activiteit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het samenwerkingsverband daarom geen recht op teruggaaf van de btw. In hoger beroep oordeelt Hof Arnhem dat de werkkamer binnen de woning niet een zekere zelfstandigheid bezit. De verhuur van de werkkamer kan daarom niet vergeleken worden met de verhuur van onroerende zaken die wel een zekere zelfstandigheid bezitten. Er is sprake van een niet-economische prestatie, oordeelt het hof in navolging van de rechtbank. Het samenwerkingsverband heeft daarom geen recht op aftrek van de btw die drukt op de bouw van de woning.

In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat een activiteit in de regel als een economische activiteit wordt beschouwd wanneer zij permanent en tegen vergoeding wordt verricht. Nu de verhuur voor ten minste vijf jaren plaatsvindt, het samenwerkingsverband hiervoor een vergoeding van C B.V. ontvangt en het hof heeft vastgesteld dat deze verhuur zelfstandig plaatsvindt laat een en ander geen andere conclusie toe dan dat deze verhuur een economische activiteit is. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en doet de zaak zelf af door de naheffingsaanslag te vernietigen.

De beslissing van de Hoge Raad ligt in lijn met zijn eerdere beslissingen hieromtrent. Het belang van het btw-ondernemerschap voor de verhuur van een werkkamer is dat alsdan door het opteren voor btw-belaste verhuur btw-aftrek voor de werkkamer kan worden bewerkstelligd (en tot 2011 zelfs voor de volledige woning waarbij over het privégebruik van de woning vervolgens gedurende 10 jaren een heffing over het privégebruik verschuldigd was).Voor het laatste arrest van de Hoge Raad alsmede zijn eerdere arresten over het btw-ondernemerschap bij de verhuur van een werkkamer door de dga (al dan niet samen met zijn partner) aan ‘zijn’ B.V. zie 1.8.?? 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op