8 september 2020Denksporten

Wij wijzen u op de uitkomst van het onderzoek naar het toepassen van de btw-vrijstelling voor culturele diensten (art. 11-1-f Wet OB 1968) op denksporten. Omdat denksporten volgens het Hof van Justitie geen sport zijn vanwege de te verwaarlozen fysieke component kunnen deze diensten noch onder de ‘sportvrijstelling’ (art. 11 lid 1, onderdeel e Wet OB) noch onder het verlaagde btw-tarief voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening (Tabel I, post b.3) vallen. Op grond van de Toelichting op Tabel I worden denksporten in Nederland nu nog wel als sport beschouwd (voor de toepassing van het Tabel I, post b.3). Met ingang van 1 januari 2022 gaat dit veranderen. De Staatssecretaris heeft onderzocht of de toepassing van de ‘culturele vrijstelling’ nog uitkomst kan bieden, maar zijn conclusie is dat de denksporten bridge, schaken, dammen en go geen immaterieel erfgoed zijn. Dit betekent dat per 1 januari 2022 op deze denksporten het algemene btw-tarief van toepassing is, tenzij gebruikgemaakt kan worden van de kleine ondernemersregeling. In de brief van de Staatssecretaris is tevens de voorwaarde te vinden waaraan voldaan moet zijn voor de toepassing van de culturele vrijstelling. De link naar deze brief is: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/08/31/kamerbrief-onderzoek-toepassing-culturele-btw-vrijstelling-op-denksporten.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op