29 maart 2013Chiropractie ook in 2013 vrijgesteld?

Per 1 januari 2013 is de btw-vrijstelling voor (para)medische diensten beperkt tot (para)medische diensten door BIG-beroepsbeoefenaren (het betreft zowel de art. 3- als de art. 34-beroepen) die tot hun BIG-deskundigengebied behoren en onderdeel uitmaken van de BIG-opleiding. Deze wijziging roept in de (para)medische praktijk veel verzet op. En naar onze mening terecht. De wetgever heeft onzes inziens een verdergaande beperking doorgevoerd als op grond van het Europese recht is toegestaan.

Ook voor chiropractie viel het ‘btw-vrijstellingsdoek’ op 1 januari jl. De Stichting Nationaal Register van Chiropractoren, Chiropractie Kes B.V. en Chiropractie Ede B.V. besloten om het belasten van chiropractie aan te vechten door bij de kantonrechter in Den Haag een civiele procedure aan te spannen tegen de Staat der Nederlanden (meer speciaal het Ministerie van Financiën). En met succes. De Haagse kantonrechter verklaarde voor recht dat vrijgesteld zijn voor de btw:

  1. fysiotherapeuten die in het BIG-register zijn opgenomen voor zover zij diensten verlenen die tot het gebied van de deskundigheid van het beroep van fysiotherapeut behoren en onderdeel vormen van de opleiding tot fysiotherapeut;
  2. fysiotherapeuten die in het BIG-register zijn opgenomen en tevens als Register Chiropractor staan geregistreerd bij het Nationaal Register voor zover zij diensten verlenen die tot het gebied van de deskundigheid van het beroep van fysiotherapeut behoren en onderdeel vormen van de opleiding tot fysiotherapeut;
  3. Register Chiropractoren die geregistreerd zijn bij het Nationaal Register voor zover zij diensten verlenen die tot het gebied van de deskundigheid van het beroep van fysiotherapeut behoren en onderdeel vormen van de opleiding tot fysiotherapeut.

De kantonrechter heeft de Staat der Nederlanden veroordeeld in de kosten van het geding en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Commentaar
In een naar aanleiding van dit vonnis uitgebracht nieuwsbericht d.d. 16 maart 2013 stelt de Stichting Nationaal Register van Chiropractoren dat Register Chiropractoren geen btw aan hun patiënten in rekening hoeven te brengen. Naar onze mening ligt het in werkelijkheid wat genuanceerder. In de eerste plaats is de Staat der Nederland in de procedure bij de kantonrechter in Den Haag niet ter rolzitting verschenen voor het nemen van een conclusie van antwoord. Om die reden is de kantonrechter volledig uitgegaan van de juistheid van de door eisers gestelde feiten. Het is niet uitgesloten dat als de Staat der Nederlanden wel ter rolzitting was verschenen de beslissing anders was uitgevallen. Daarnaast gaat de Staat der Nederlanden -naar wij hebben vernomen- tegen de uitspraak van de kantonrechter hoger beroep instellen. Of in hoger beroep de beslissing van de kantonrechter standhoudt is vooraf niet met zekerheid te zeggen. In dit kader is het van belang dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Dit betekent dat de Register Chiropractoren die -kort gezegd- fysiotherapeutische diensten verrichten op grond van het vonnis van de Haagse kantonrechter de btw-vrijstelling mogen toepassen, maar de Staat der Nederlanden mag alsnog 21% btw bij de Register Chiropractoren naheffen als de Staat der Nederlanden in hoger beroep (wel) in het gelijk wordt gesteld. Het vonnis heeft derhalve slechts een voorlopig karakter als de Staat der Nederlanden hoger beroep instelt.

Naar onze mening kunnen procedures als deze beter bij de fiscale rechter aanhangig gemaakt worden. Een civiele rechter -hoewel deskundig op het terrein van het civiele recht- heeft normaliter geen diepgaande fiscale kennis. Dit blijkt ons inziens ook uit dit vonnis. De eerste twee verklaringen van recht zijn naar onze mening overbodig, aangezien de toepasselijkheid van de btw-vrijstelling voor -kort gezegd- fysiotherapeutische diensten door een fysiotherapeut (ook in 2013!) rechtstreeks uit art. 11, lid 1, onderdeel g, 1°, sub a Wet op de omzetbelasting 1968 volgt. Alleen de derde verklaring voor recht voegt dus voor de praktijk iets toe. Daarnaast blijkt uit het vonnis niet op grond waarvan de prestatie van Register Chiropractoren die geen fysiotherapeut (toch) zijn vrijgesteld zijn van btw-heffing. Hier zou een verwijzing naar het beginsel van het Europese (btw-)beginsel van de fiscale neutraliteit, zoals verwoord in het Solleveld & Van den Hout-Van Eijnsbergen-arrest van het HvJ EG, niet hebben misstaan. Ten slotte wordt voor recht verklaard dat de fysiotherapeut en/of Register Chiropractor vrijgesteld is voor -kort gezegd- fysiotherapeutische handelingen. Een btw-vrijstelling stelt echter niet een fysiotherapeut/Register Chiropractor vrij van btw-heffing, maar hooguit de fysiotherapeutische handelingen door die fysiotherapeut/Register Chiropractor. Kortom, niet de ondernemer, maar de prestatie van de ondernemer is voor de btw-heffing vrijgesteld.

Op grond van het voorgaande zijn wij daarom van mening dat procedures over de toepasselijkheid van een btw-vrijstelling beter op het bord van de fiscale rechter gelegd kunnen worden. En dat er voor het aanspannen van een beroepsprocedure goede gronden bestaan hebben wij reeds in een eerdere nieuwsbrief betoogd. Wilt u hierover meer informatie? Schrijf u dan in voor de praktijkbijeenkomsten btw en (para)medische vrijstellingen op 4, 18 en 25 april 2013. In deze praktijkbijeenkomsten gaan wij uitvoerig in op de btw-vrijstelling voor (para)medische diensten per 2013. Schrijf u hier in!

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op