6 februari 2019Chalet op vakantiepark is onroerend goed

Feiten

Een ondernemer heeft in 2003 een perceel grond gekocht. Het perceel is gelegen in het recreatiepark. De ondernemer heeft tegelijkertijd een koop/aannemingsovereenkomst gesloten met betrekking tot een te stichten chalet. Het chalet is geplaatst op een fundering die bestaat uit houten balken. Aan de onderrand van het chalet is een houten bekisting geplaatst, die aan het chalet en de houten fundering is vastgemaakt. Tegen die houten bekisting is rondom ongeveer 30 m3 grond geplaatst. Het chalet is aangesloten op de riolering, nutsvoorzieningen en kabel. Er is een bijbehorende tuin aangelegd en de ruimte rondom het chalet is bestraat. De ondernemer heeft gedurende de tijd dat hij eigenaar was van het chalet, dit verhuurd als recreatiewoning, door tussenkomst van de parkorganisatie. De ondernemer heeft vervolgens het perceel grond met daarop het chalet, de tuin en het erf verkocht en geleverd. In de akte van levering is dit bedrag als volgt gesplitst: € 30.000 voor de grond en € 25.000 voor het mobiele chalet. Over deze verkoop is geen btw afgedragen. In het geschil is of het chalet kwalificeert als roerende of onroerende zaak.

Hof

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat het chalet al sinds 2003 in gebruik is bij de ondernemer en dat het chalet in dit geval in zijn standplaats is geïntegreerd. Het feit dat de ondernemer het perceel met daarop het chalet inclusief het lopende verhuurcontract in 2010 heeft verkocht is volgens het hof een aanwijzing dat het chalet uitsluitend en duurzaam bestemd was om als recreatiewoning daar te worden gebruikt. Het chalet was volgens het hof niet makkelijk te verwijderen.Ten eerste omdat het lopende huurcontract dient te worden gerespecteerd en ten tweede omdat de verwijdering van het chalet niet zonder inspanningen kon gebeuren. Het Hof komt tot de conclusie dat in dit geval de levering van het perceel grond met daarop het mobiele chalet, de tuin en het erf een functionele en economische eenheid vormen die in zijn geheel is aan te merken als de levering van een onroerende zaak.

Wij zijn het eens met het oordeel van het hof. Voor de uitleg van het begrip ‘onroerende zaak’ verwijzen wij jullie naar het Besluit van 19 september 2013, nr. BLKB 2013/1686M. Hierin staat beschreven dat onder een ‘onroerende zaak’ wordt verstaan: een zaak die vast is verbonden aan een welbepaald deel van het aardoppervlak. Een zaak is vast met de grond verbonden als de zaak niet gemakkelijk is te demonteren of te verplaatsen. Het is niet noodzakelijk dat een zaak onlosmakelijk met de grond is verbonden. Zaken die relatief gemakkelijk te verplaatsen zijn, zijn roerend. Als voorbeelden worden in het Besluit genoemd: portocabins, woonbooten, stacaravans. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden dat deze roerende zaken zodanig zijn verbonden aan de grond dat ze niet gemakkelijk kunnen worden losgemaakt, uitsluitend bestemd zijn om op die plaats duurzaam te worden gebruikt en op verschillende nutsvoorzieningen zijn aangesloten, is sprake van een onroerende zaak. Dit laatste lijkt in deze casus het geval te zijn.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op