14 april 2015Burgerlijke rechter onbevoegd om te oordelen over (on)rechtmatigheid btw-heffing chiropractie

Per 1 januari 2013 is de btw-vrijstelling voor (para)medische diensten op grond van de wet beperkt tot (para)medische diensten door BIG-beroepsbeoefenaren (het betreft zowel de art. 3- als de art. 34-beroepen) die tot hun BIG-deskundigengebied behoren en onderdeel uitmaken van de BIG-opleiding.

Ook voor chiropractie viel het wettelijke ‘btw-vrijstellingsdoek’ op 1 januari 2013. De Stichting Nationaal Register van Chiropractoren, Chiropractie Kes B.V. en Chiropractie Ede B.V. besloten om het belasten van chiropractie aan te vechten door een civiele procedure aan te spannen tegen de Staat der Nederlanden (meer speciaal het Ministerie van Financiën). Na een aanvankelijk succes bij de kantonrechter, oordeelde Hof Den Haag dat de kantonrechter zich ten onrechte bevoegd geacht heeft. Volgens het hof staat een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de belastingrechter open nadat een naheffingsaanslag is opgelegd of btw op aangifte is voldaan. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep zonder nadere motivering verworpen (art. 81 RO).

 De boodschap is dat niet de burgerlijke rechter maar de belastingrechter bevoegd is om te beslissen over de vraag of de btw-vrijstelling voor (para)medische handelingen door een chiropractor van toepassing is. En dat is maar goed ook. Zoals wij in ons commentaar op het vonnis van de kantonrechter schreven, dienen fiscale rechtsvragen zoals deze door een rechter met (voldoende) fiscaal-juridische kennis beantwoord te worden. Dit voorkomt dat -zoals ook uit het vonnis van de kantonrechter bleek- beslissingen worden genomen die blijk geven van van onvoldoende fiscaal-juridische kennisWilt u een voorbeeld? De verklaring voor recht van de kantonrechter dat fysiotherapie door een fysiotherapeut is vrijgesteld van btw-heffing. Voor iemand met (voldoende) fiscaal-juridische kennis is duidelijk dat een dergelijke verklaring voor recht volstrekt overbodig is, aangezien dit -zowel voor als na 2013- blijkt uit art. 11, lid 1, onderdeel g, 1°, sub a Wet OB. Het voorgaande laat overigens onverlet dat wij de chiropractoren die –mits goed gemotiveerd!– de onrechtmatigheid van de btw-heffing bij de belastingrechter betwisten wel een goede kans toedichten op succes. Het is niet de vraag of, maar wanneer deze fiscale rechtsvraag alsnog op het bord van de belastingrecht terechtkomt.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op