18 februari 2015Buitensportactiviteiten aan zee en in bossen belast met 6% btw

Een activiteiten- en evenementenbureau (hierna: de organisator) organiseert diverse buitenactiviteiten voor particulieren en voor de zakelijke markt. Zo verzorgt de organisator onder meer bedrijfsuitjes, teambuildinguitjes, zakelijke evenementen en schoolreisjes. De activiteiten vinden voornamelijk plaats op zee, op het strand en in de duinen. De activiteiten zijn onder meer beach golf, beach volleybal, boogschieten, coast raften, (branding) kanoën, survival, mountainbiken en bootcamp. De organisator zorgt in de meeste gevallen voor een uitvalsbasis op de plaats waar de activiteiten plaatsvinden, bestaande uit bijvoorbeeld een mobiele omkleedunit met lockers, toiletunit, bankjes en activiteitendak. In sommige gevallen kunnen de deelnemers gebruikmaken van de voorzieningen in het kantoor van de organisator of van de openbare toiletten en de openbare douchegelegenheid in een haven. 

In geschil is of de activiteiten van de organisator onder het algemene btw-tarief vallen of kunnen delen in het verlaagde btw-tarief. Hierbij is van belang of de activiteiten aan te merken zijn als het gelegenheid geven tot sportbeoefening en of de organisator aan de deelnemers het recht verleent om gebruik te maken van sportaccommodaties. De organisator is van mening dat het 6%-tarief van toepassing is, waarbij het volgens de organisator niet uitmaakt dat de feitelijke sportbeoefening geheel of gedeeltelijk op openbaar terrein of de openbare weg plaatsvindt. Volgens de inspecteur van de Belastingdienst is er echter sprake van het gelegenheid geven tot dagrecreatie, een prestatie die belast is tegen het algemene btw-tarief. Hoewel een aantal activiteiten wel sportieve elementen bevat, staat het recreatieve aspect immers voorop, aldus de inspecteur. Nu de activiteiten louter ter ontspanning en vermaak worden verricht, kan er volgens hem geen sprake zijn van sportbeoefening. 

In het oordeel in deze zaak overweegt Rechtbank Noord-Nederland dat uit een aantal arresten van de Hoge Raad blijkt het 6%-tarief van toepassing is indien de dienstverlening bestaat uit het gelegenheid bieden een sport te beoefenen onder terbeschikkingstelling van een accommodatie. Het moet daarbij gaan om een accommodatie die is ingericht op het beoefenen van de sport zelf en/of wordt gebruikt voor het verblijf van de deelnemers met het oog op het zich gereed maken voor het beoefenen van de sport en/of het beëindigen daarvan. Het maakt hierbij niet uit dat het eigenlijke sporten geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op een openbare weg of een openbaar terrein, mits daarbij sprake is van terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie.

Naar het oordeel van de rechtbank valt in casu het geheel van attributen en voorzieningen zoals dat door de organisator wordt aangewend voor de beoefening van de activiteiten onder het begrip sportaccommodatie, behalve bij het kanoën, waarbij de deelnemers gebruikmaken van de openbare toiletten en de openbare douchegelegenheid in een haven, omdat de organisator hier geen exclusief gebruiksrecht bedongen heeft. De rechtbank is bovendien van oordeel dat de beoefende activiteiten kwalificeren als sportbeoefening. Alle activiteiten worden – objectief bezien – in meer of mindere mate in georganiseerd (wedstrijd)verband beoefend, al dan niet met een eigen bond, terwijl de beoefenaars zich bij verenigingen kunnen aansluiten. Naar maatschappelijke opvattingen is er in dergelijke omstandigheden sprake van de beoefening van een sport, aldus de rechtbank, die daarbij opmerkt dat verschillende activiteiten (zoals boogschieten, mountainbiken en beach volleybal) zelfs de status van Olympische sport hebben. De door de organisator georganiseerde activiteiten zijn dus, met uitzondering van het kanoën, belast met 6% btw. Het beroep van de organisator op het gelijkheidsbeginsel – omdat een andere ondernemer het 6%-tarief wel mag toepassen op het gelegenheid geven tot kanoën – faalt, aangezien zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van rechtens en feitelijk gelijke gevallen.

Zie