16 oktober 2017Btw-voordeel geen reden voor uitsluiting van landbouwregeling

Dat een landbouwproducent door de landbouwregeling wezenlijk meer btw terugkrijgt dan bij toepassing van de normale regels is naar het oordeel van het HvJ geen reden voor uitsluiting van de landbouwregeling.

Feiten
De feiten in deze zaak zijn als volgt. Shields & Sons Partnership (hierna: Shields & Sons) is een Brits landbouwbedrijf dat actief is in de veehouderij. Sinds het belastingjaar 2004/2005 past Shields & Sons de landbouwregeling toe. In de loop van de jaren bleek dat de bedragen die Shields & Sons ontving als forfaitaire compensatie steeds groter werden dan de onderneming volgens de normale regeling had mogen aftrekken. Daarop heeft HMRC in 2012 op grond van een nationale voorwaarde/uitleg besloten het certificaat voor deelname aan de landbouwregeling in te trekken, omdat de onderneming als forfaitair belaste landbouwer wezenlijk meer terugkreeg dan indien zij volgens de normale regeling voor de btw zou zijn geregistreerd.

Procedureverloop
Het bezwaar en beroep van Shields & Sons worden verworpen. De verwijzende rechter stelt prejudiciële vragen aan het HvJ over de rechtmatigheid van de Britse landbouwregeling. De A-G is van mening dat de Britse landbouwregeling onrechtmatig is, omdat alleen landbouwproducenten van de landbouwregeling kunnen worden uitgesloten op grond van de voorwaarden die in de btw-richtlijn staan vermeld. Uitsluitingen op andere gronden is niet toelaatbaar.

HvJ
Het HvJ oordeelt dat art. 296, lid 2 btw-richtlijn zo moet worden uitgelegd dat deze bepaling uitputtend regelt in welke gevallen een lidstaat een landbouwproducent mag uitsluiten van de forfaitaire regeling voor landbouwproducenten. De wetgever heeft niet beoogd andere uitsluitingsgronden toe te laten. Daarnaast oordeelt het HvJ dat de Britse categorie ‘landbouwproducenten waarvan is gebleken dat zij als deelnemers aan die forfaitaire regeling wezenlijk meer terugkrijgen dan indien zij voor de btw zouden zijn geregistreerd’ niet kwalificeert als categorie landbouwproducenten die van de landbouwregeling mag worden uitgesloten. De criteria voor kwalificatie ‘categorieën landbouwproducenten’ moeten van tevoren zijn bepaald, zodat elke landbouwproducent vóór de beslissing over een eventuele toetreding tot de regeling kan beoordelen of hij tot een uitgesloten categorie behoort.

 Het HvJ volgt de conclusie van de A-G en oordeelt dat de Britse landbouwregeling niet in overeenstemming is met de Btw-richtlijn. Het gaat in deze casus om uitsluiting van individuele landbouwers die door de landbouwregeling meer btw gecompenseerd krijgen dan zij aan voorbelasting volgens de normale btw-regels zouden kunnen claimen. Artikel 298 btw-richtlijn is in het leven geroepen om overcompensatie te voorkomen en bepaalt dat het forfaitaire percentage nauwkeurig bepaald moet worden. Dit dient echter wel op macroniveau te gebeuren en niet op microniveau waardoor sprake is van een zekere ruwheid. Het arrest van het HvJ heeft geen gevolgen voor de toepassing van de landbouwregeling in Nederland. De Wet OB kent de Britse uitsluitingsregel wegens overcompensatie niet, terwijl ook de Belastingdienst de landbouwregeling op deze grond niet weigert. Omdat landbouwproducenten in Nederland kunnen kiezen voor het toepassen van de normale btw-regels is het de praktijk dat de landbouwregeling alleen wordt toegepast indien dit voor de landbouwproducent voordeliger is. Wij wijzen erop dat Nederland het voornemen heeft om landbouwregeling de per 1 januari 2018 helemaal af te schaffen. Op grond van de btw-richtlijn is dit toegestaan. Ten slotte merken wij op dat het Verenigd Koninkrijk na de Brexit de mogelijkheid heeft de landbouwregeling naar eigen inzicht vorm te geven.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op